Cor Hendriks – Het Velikovsky Syndroom (16): En de tijd schrijdt langzaam voort

Dat geschiedenis en tijd alles met elkaar te maken hebben, zal iedereen duidelijk zijn. De geschiedenis is als het ware het geheel van de gebeurtenissen in de tijd. Voor het ervaren van geschiedenis, van verandering in het gebeuren is bewustzijn nodig, iets wat de mens onderscheidt van het dier. Alle mensen, ook de meest ‘primitieve’ (= archaïsche), ervaren de tijd. En deze ervaring drukt op hen als een last.

Het onderscheid, dat Eliade aanbrengt tussen de archaïsche en de moderne tijdsbeleving, wat inhoudt, dat de archaïsche mens in staat zou zijn om de last van de tijd af te wentelen door middel van het volgen van archetypische voorbeelden in een cyclische opvatting van de tijd, wordt door Brown terecht bekritiseerd. Het is niet de opheffing van de last, als wel het feit, dat deze lastopheffing in het natuurgebeuren van het jaar geplaatst wordt, dus cyclisch gemaakt, dat het onderscheid geeft tussen de archaïsche en de moderne mens.

Wanneer de schuldopheffing niet meer in een animistisch kader wordt gezien, maar in een (natuur) religieus kader van verlossing d.m.v. een tussenpersoon (mediator) of collectief aan het einde der tijd, ontstaat het geschiedkundig bewustzijn. De mythe van Adam is het verhaal over het ontstaan van de geschiedenis. Adam ‘viel’ en moest door de geschiedenis weer verlost worden. Het Adamitische ras is het geschiedenis bewuste ras. De mythe van Kaïn en Abel vertelt het verhaal over de animistische en de religieuze mens. Abel koopt zijn schuld af d.m.v. een geslacht lam en valt neer voor de rookkolom. Kaïn, de religieuze mens, ontsteekt in heilige woede en slaat zijn broer ter plekke dood. Maar het kwaad is al geschied, want de animistische mens leeft voort tot nu in iedere mens.

De mythen en de geschiedenis zijn nauw met elkaar verbonden. Zolang we een mythe kunnen plaatsen op een duidelijke plek op onze tijdslijn, is het geschiedenis en anders is het mythe. Karel de Grote, keizer Augustus en Alexander de Grote bijvoorbeeld zijn geschiedenis, terwijl Jezus, Mozes, David, Herakles, Odin en Hermes mythologische figuren zijn. Als we daarentegen in staat zijn om deze figuren te plaatsen in hun tijd (d.w.z. bevestiging door andere bronnen), dan zijn ze ineens geschiedenis geworden. De mythen zijn dus min of meer de blinde vlekken in de geschiedenis en hebben te maken met het feit, dat geschiedenis een constructie achteraf is en dat wordt uitgegaan van werkhypothesen aan de hand, waarvan we onze interpretaties van het gebeuren verrichten.

De werkhypothesen van de geschiedenis bepalen eigenlijk het aangezicht van het verleden en niet het verleden zelf. Hierin is een analogie te zien met onze eigen persoonlijke geschiedenis. Hoe dichter we bij het nu komen, des te meer weten we er van af. Het begin daarentegen is gehuld in duisternis en kennen we alleen van verhalen, de persoonlijke mythen en de interpretatie van gebeurtenissen uit die tijd doen we vanuit ons huidige kader, de huidige werkhypothese. De geschiedenis staat of valt bij de werkhypothesen. Zonder hen zou het een zinloze getallenstructuur zijn, terwijl door de werkhypothesen ordening wordt aangebracht in de chaos. De eerste fundamentele hypothese is dus, dat er orde is in de chaos en dat wij als mens in staat zijn om die orde te begrijpen. In vroeger tijden hadden de mythen tot taak om de orde begrijpelijk voor de mens te maken, een taak, die op een gegeven moment gebundeld werd in de christelijke mythe, die de grondslag vormde voor het moderne historische denken. Immers we tellen nu al een hele tijd vanaf Christus, terwijl we er niet eens zo van overtuigd zijn, of hij überhaupt geleefd heeft. Enfin, daar komen we later nog wel op. De Christus telling schept orde in de chaos. We leven nu in de 20e eeuw na Christus.

Er is duidelijk verschil tussen vóór en na Christus. Ervoor bevinden we ons in de kindertijd van de mensheid en is de geschiedenis zeer nauw met de mythologie verweven. We hebben nog maar weinig houvast en potten en pannen moeten uitkomst bieden in ons zoeken naar lijnen in het verre verleden. En dan vallen we terug op een nieuwe werkhypothese: de geleidelijke evolutie. Deze door Darwin voor het eerst duidelijk uitgewerkte werkhypothese is er de oorzaak van, dat de geschiedenis zich in tweeën heeft gesplitst: de geschiedenis van de grote getallen en de geschiedenis van de kleine getallen. En deze twee ontmoeten elkaar in het tijdvak, vlak voor Christus, die paar duizend jaar, die we het begin van de beschaving noemen. Het einde van het rijk van de grote getallen is de neolithische revolutie, die op ca. 10.000 v.C. wordt geschat; dan neemt de beschaving zijn aanvang en komen we in het gebied van de geschiedenis van de kleine getallen.

Deze tweede werkhypothese is het uitgangspunt voor de moderne theorievorming over de geschiedenis. In de wetenschap van de biologie en de geologie is een tijdschaal ontwikkeld, die de geschiedenis van de grote getallen weergeeft en waarbij gewerkt wordt van 10.000 tallen tot miljoenen jaren durende tijdvakken (zie schaal I in boek van Wendt). Let wel dat deze schaal de geschiedenis van de grote getallen weergeeft en als zodanig onmiddellijk voortvloeit uit de tweede werkhypothese van de geleidelijke evolutie. Steeds meer is deze hypothese binnen de wetenschap geïntegreerd geraakt, hoewel de bewijzen, ter ondersteuning van deze hypothese nog steeds niet overweldigend zijn. Nog steeds zijn er schrijvers, die op wetenschappelijke gronden de zondvloed theorie poneren als tegenhanger van de geleidelijke evolutie. Het verst van deze moderne schrijvers gaat de Russisch Amerikaanse theoreticus Immanuel Velikovsky.

Binnen academische kringen is er weinig erkenning voor het werk van Velikovsky vanwege het baan brekende karakter ervan. Hij haalt de fundamentele werkhypothese onderuit. Althans zo lijkt het: chaos i.p.v. orde, maar wetenschap (geschiedenis) is altijd het scheppen van orde in de chaos en zo ook Velikovsky’s reconstructie van de geschiedenis. Het betreft het brandpunt van de geschiedenis tussen de grote en de kleine getallen, tussen 10.000 v.C. en het jaar 0. Wat is er in deze tien millennia gebeurd, deze periode, waarover zoveel tegenstrijdige berichtgeving bestaat? Ligt hier het vergaan van Atlantis of andere raadselachtige beschavingen, waar de wetenschap niet van wil weten (juist de geschiedenis van de grote getallen laat veel speelruimte voor allerlei fantastische speculaties)? De wetenschap heeft wat vage ideeën over klokbeker volken of anderszins en voor de rest is het aan de biologie om met fantastische speculaties aan te komen over vijf miljoen jaar geleden, toen Adam en Eva rond liepen ergens in Afrika. Komen we terug bij Velikovsky’s onderzoekingen van oude bronnen over de periode van 1½ millennium voorafgaand aan Christus’ mythische rondgang op aarde.

Wat weten we van die tijd eigenlijk af? Als we Velikovsky volgen, blijkt dat we heel weinig weten. We hebben leuke kaartenhuizen, opgebouwd op werkhypothesen, die niet deugen. Sommige hypothesen blijken fundamenteler dan ze op het eerste gezicht doen vermoeden. Bijvoorbeeld de geschiedenis van het oude Egypte wordt opgehangen aan de zgn. dynastieënlijst van Manetho, hogepriester ten tijde van de Ptolemaeën. Deze lijst, zoals hij min of meer gereconstrueerd kon worden uit teksten van diverse Romeinse en Griekse schrijvers, is een ramp geworden voor het geschiedkundige beeld van de oudheid. De functie van deze lijst is duidelijk. Manetho had als doel om te laten blijken, dat Egypte het oudste land ter wereld was en construeerde een nogal fabuleuze dynastieënlijst. Vooral de beginperiodes komen nogal ongeloofwaardig over, maar gezien het religieuze karakter van die tijd geen bijzonderheid. Overal werd er geschiedkundige fraude gepleegd, omdat het doel niet was om objectief (= universeel) maar subjectief (= nationalistisch) te zijn. Het eigen land was belangrijk vanwege zijn lange traditie. Juist in deze overgangsperiode van de Egyptische beschaving was het zaak om de nationale spirit op te vijzelen. Dit was de taak, die Manetho zich gesteld had. Hiermee belazerde hij zijn eigen tijd, aangezien er maar weinigen waren, die geschiedkundig inzicht hadden, en dientengevolge ook onze 19e en 20e eeuwse onderzoekers, die de Manetho lijst hebben gebruikt als hoeksteen van het geschiedkundige bouwwerk. Met één ruk trekt Velikovsky deze beerput van de oude geschiedenis open. Deze lijst is door en door corrupt: er zijn opzettelijke herhalingen in gepleegd, die gemaskeerd worden door verschillende namen te gebruiken voor dezelfde personen. De aantasting van deze lijst echter heeft verregaande consequenties, want de hele geschiedenis van de oudheid is opgehangen aan het Egyptische tijdskader. De Myceense en Minoïsche culturen, het mysterieuze rijk der Hethieten, Troje, Babylon en Palestina, allemaal zijn ze afhankelijk van deze tijdsindeling op basis van Egyptische, dus dateerbare, vondsten.

Een voorbeeld is de mythische slag om Troje, door Homerus vereeuwigd in de Ilias. Algemeen wordt aangenomen, dat tussen deze slag en het schrijven van Homerus enige eeuwen hebben gelegen op basis van de opgravingen en dateringen van Troje enerzijds en het Grieks van Homerus anderzijds. Verondersteld wordt dan ook, dat het verhaal grotendeels uit mythische gebeurtenissen bestaat, die ingevoegd zijn om het verhaal meer diepte te geven, een psychologische dimensie als het ware, kortom een groot kunstwerk. Ik wil hier niet afdoen aan de prestatie van Homerus, maar het verslag klinkt zeer actueel en wordt daardoor onverklaarbaar, tenzij de slag om Troje zich ook in de 8e eeuw, de tijd van Homerus, afspeelde. De goden Athena en Ares worden over het algemeen als clan totems geïnterpreteerd, een soort religieuze vaandels, die symbolisch steun verlenen in de strijd. Aangezien zij zich letterlijk mengen in de strijd, mankeert er toch wat aan deze redenatie. Zij behoeft uitbreiding. Bekend is, dat de goden over het algemeen met planeten werden geassocieerd. Ares is onze planeet Mars en Athena onze planeet Venus. In de oudheid was men voortdurend met astronomie en astrologie bezig. Dit waren wetenschappen, die even hoog in aanzien stonden als thans de technische wetenschappen. De reden voor deze preoccupatie was niet, dat men niets anders te doen had dan astrologische voorspellingen doen, zoals tegenwoordig algemeen wordt geloofd, maar omdat er aan de hemel zich velerlei verschijnselen voordeden, zoals kometen bijv. Dit kunnen we opmaken uit bijv. het verhaal van de drie wijzen, die het Christus kind kwamen zoeken naar aanleiding van een komeet, die ze hadden waar genomen, de zgn. ‘ster van Bethlehem’. Ook van andere ‘grootheden’ zijn dergelijke mythen bekend.

Terug kerend naar de Ilias kunnen we ons afvragen in hoeverre de daden van de goden iets met de planeten uit te staan kunnen hebben en Velikovsky levert ons de clou: Venus was nog geen planeet, maar een periodieke komeet met een periode van ongeveer vijftig jaar. Tijdens de Trojaanse oorlog naderde [deze komeet] Venus (op haar elliptische baan) Mars heel dicht en samen kwamen ze dichtbij de aarde [als een tweetal goden: Apollo [Mars] en Artemis [Venus]; als de Dioscuren; als Romulus en Remus, etc.], waarbij ook de maan in het spel was. Maar hierbij hebben we een nieuw wetenschappelijk terrein betreden, n.l. de hemelmechanica en dan stuiten we op een nieuwe werkhypothese. Het zonnestelsel, zoals we dat nu kennen, zou al een lange tijd zo bestaan. Er zijn echter allerlei aanwijzingen, die dit weerspreken. Venus gedraagt zich anders dan de andere planeten; het is een warme planeet, omhuld met enorme gaswolken, die de zonnewarmte tegen houden. Als het een oude planeet is, zou Venus kouder moeten zijn dan de aarde. Haar warmte bewijst, dat Venus een nieuwkomer is tussen de andere planeten. De mythe van de geboorte van Athena is het verhaal van het ontstaan van Venus. De komeet kwam uit het hoofd van Zeus/Jupiter in volle wapenuitrusting, d.w.z. gewapend met haar twee horens, zoals ze in de Babylonische (Ishtar) en Egyptische (Isis) tradities wordt voorgesteld.

Ook het hemelse kind is niet afwezig en wel in de persoon van Mozes (= redder, geredde). Zijn geboorte is met mysterie omgeven. Het mandje, een veel voorkomend symbool, waarin hij aan de achtervolgende farao ontsnapt door in het huis van de farao opgenomen te worden. De mythe van Mozes vertoont op dit punt overeenkomst met de Jezus mythe, waarin ook sprake is van een massamoord, waaraan het ‘goddelijke’ kind weet te ontsnappen door in Egypte te vluchten. Mozes wordt in de Egyptische traditie opgevoed, maar is zich bewust van zijn historische achtergrond (zijn ‘goddelijke’ geboorte). De geboorte van Venus gaat met enorme rampen gepaard, d.w.z. tegen de tijd, dat Venus langs de aarde zweeft en daarbij hele beschavingen verwoest. En Mozes is de redder van de Traditie, de brenger van de nieuwe openbaring, die niets anders is dan een samenvatting en uitbreiding van de oude openbaring, op welk punt hij ook weer weinig verschilt van Jezus, die ook de wet van Mozes niet ophief, maar hem opnieuw formuleerde. Volgens de Hebreeuwse traditie leefde Mozes rond ca. 1450 v.C., terwijl het momenteel in zwang is om hem in de tijd van Ramses de Grote te plaatsen, zonder duidelijke aanwijzingen daarvoor, terwijl Ramses rond 1250 geregeerd zou hebben (zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Ramses_II).

Het onderzoek van Velikovsky toont de betrouwbaarheid van het Joodse dateer werk aan, wat gezien de functie van het Joodse bestel in de Traditie geheel terecht is. Zonder Joodse traditie (Mozes openbaring) geen Christus traditie, en dan was onze wetenschappelijke traditie er ook niet geweest. Want we doen soms wel net, alsof sinds de Verlichting (de uitvinding van de gloeilamp) alle problemen van de Traditie zijn opgelost en we regelrecht het technologisch Nirvana binnen stormen op basis van een ontwikkeling, die nog maar een paar eeuwen oud is. Het is echter geheel anders gesteld met onze cultuur. Zij is doordrenkt met waarden en normen, die duizenden jaren oud zijn. Het Christendom is uit onze ontwikkeling niet weg te denken en al doen we nog zo goed ons best (als goed marxist bijv.) om dit te ontkennen, dan nog laat dit verleden zich herkennen in de anti reactie. De mythe van de geschiedenis heeft alles met deze Joodse traditie te maken. De geschiedenis is het opheffen van de Val van Adam, onze mythologische voorvader; dat is het Grote Plan, in dienst waarvan het Werk staat [de Openbaring]. Na verloop van tijd treedt verstening op in de oorspronkelijke openbaring, waardoor een reiniging van het oude stelsel en een nieuwe openbaring noodzakelijk worden. Een meester staat op en verzamelt leerlingen om zich heen en sticht een mysterie school, die leerlingen uitzendt voor het Grote Werk. Alle godsdiensten vinden hierin hun oorsprong en hieraan ontlenen ze hun kracht, aan deze herinnering van de openbaring.

Mozes redt de Traditie in een ten onder gaande wereld. In ‘Worlds in Collision’ wordt een levendig beeld geschapen van de beroering, die de aarde trof door het voorbij razen van Venus, de komeet met zijn twee hoorns en de twee encounters met de aarde, in ca. 1450 en ca. 1400, worden leven gegeven in de goddelijke gezanten Mozes en Jozus, die het volk van Israël met de Ark van het Verbond (= Traditie), resp. door de woestijn en in het beloofde land leiden. Tot nu toe laat Velikovsky de geschiedenis ‘beginnen’ in ca. 1450 v.C. ten tijde van de eerste encounter tussen Venus en de Aarde en vertelt het verhaal van de verandering van de komeet Venus in de planeet Venus, zoals dat vast gelegd is in velerlei mythen over de hele wereld. Deze geschiedenis loopt tot ca. 750 v.C. [eigenlijk 687 v.C.]. Velikovsky’s andere verhaal over de corrupte dynastie lijst van Manetho, onderwerp van de Ages in Chaos serie loopt van ca. 1450 tot ca. 300 v.C. Samen geven zij een wonderbaarlijk en betekenisvol karakter aan de geschiedenis van de oudheid. Velikovsky verricht onderzoek, maar zijn baan brekende onderzoekingen leiden tot conclusies, waar zelfs Velikovsky niet van heeft gedroomd. Zelf wordt hij natuurlijk ook met fundamentele vraagstukken geconfronteerd, zoals de aard van profetie, de betekenis van de profeten, het ontstaan van mythen, enz.

Ook de vraagstelling van de Mythe van de eeuwige terugkeer komt aan de orde. Velikovsky maakt duidelijk, dat in het verleden diverse rampen hebben plaats gevonden, die van een voor ons ongekende omvang geweest zijn. Geleerden hebben berekend, dat wanneer de asteroïde Torro op aarde zou inslaan, dat er dan een huizen hoge vloedgolf over heel de aarde zou plaats vinden, overal aardbevingen, honderden vulkaanuitbarstingen, etc., etc., terwijl Torro slechts een doorsnee heeft van 5 km. [zie https://en.wikipedia.org/wiki/1685_Toro]. De krachten, die zich ontwikkeld hebben bij het langs komen van Venus, waarbij een botsing tussen de beide magnetische sferen plaatsvond, moeten onvoorstelbaar geweest zijn en de ooggetuigen verklaringen, die we uit alle delen van de wereld hebben liegen er niet om. Ook de tastbare bewijzen zijn overal om ons heen te vinden, maar we durven ze niet te zien. Waar komen de bergen vandaan, die enorme punten, die uit de aarde omhoogsteken en waarvan we heel primitief dachten, dat ze gegroeid zijn, terwijl de mythen het beter wisten: de god trekt de bergen uit de grond. Het is Jahweh, die de bergen op heft en dalen maakt.

De theorie van de geleidelijke evolutie, de bron van de geschiedenis van de grote getallen, is een dwaasheid, evenals de grote getallen. Wanneer we niet eens in staat zijn tot een correcte constructie van de laatste vijftienhonderd jaar voor Christus, waar blijven we dan met onze miljoenen?

De tijd vooraf gaand aan de komst van Venus ligt nog braak voor onderzoek, hernieuwd onderzoek op basis van de door Velikovsky gevonden gegevens. Zelf wijst hij op een bijna botsing met Mercurius als oorzaak van de zgn. Zondvloed van Noach [dit is niet juist: volgens V. is Saturnus de oorzaak van de Zondvloed en was Mercurius verantwoordelijk voor de vernietiging van de toren van Babel, die resulteerde in de Babylonische spraakverwarring].

In ieder geval is het duidelijk, dat de huidige stand van de wetenschap geenszins in staat is tot een acceptabele verklaring van de geschiedenis van de mensheid. De Darwinistische evolutietheorie moeten we op grond van de onderzoekingen van Velikovsky beslist van de hand wijzen als grove geschiedenisvervalsing en we zullen een nieuwe werkhypothese moeten formuleren, n.l. dat we wat betreft de geschiedenis vóór pakweg 2000 v.C. volkomen in het duister tasten en dat we eerst eens de consequenties van Velikovsky’s theorieën t.a.v. de geschiedenis en antropologie van 1500 v.C. tot nu moeten uitzoeken.

Lees het vervolg: Het Velikovsky Syndroom (17): God wikt en de mens beschikt

Meer informatie:
http://robscholtemuseum.nl/?s=Velikovsky

Leave a comment

Your email address will not be published.

*