Cor Hendriks – Het Velikovsky Syndroom (15): De Mythe van het Einde der Tijden

Probleemstelling: Hoe en op welke wijze gelooft men in het ‘Einde der Tijden’?

Definitie ‘Einde der Tijden’: Einde van de Wereld – Ondergang van de Mensheid of: Ondergang van de Westerse beschaving
Definitie geloven: 1. vertrouwen op; 2. een godsdienstige overtuiging hebben.

Introductiegesprek (Goedendag. Ik ben Cor Hendriks en ben bezig met een boek te schrijven over het Einde der Tijden. Ik wil daarin onderzoeken in hoeverre men gelooft in het Einde der Tijden. Heeft u misschien een half uur tijd voor een interview? Voelt u ervoor om mee te werken aan mijn onderzoek?)

Inleiding

Veel mensen geloven in het Einde der Tijden: b.v. Charles Berlitz, ‘1999’; Townsend, samenhangend met astronomische verschijnselen; Jehova’s; Rozenkruizers, etc. De Bijbel.

De wetenschap staat hier sceptisch tegenover: Evolutietheorie: leer van de grote getallen. Waarschijnlijkheidstheorie: over de botsing van de aarde met een vreemd element (zie Sagan, ‘Broca’s Brain’). Geen geloof in de Bijbel [als historisch document].

Voorwoord (Do 27-4-1984)

Dat we in een angstige en benauwde wereld leven, is een feit, dat veel mensen maar al te duidelijk voor ogen staat. Het idee, dat we op het einde van ons cultuurtijdperk afstormen, vindt steeds meer weerklank, nu alle onheilsprofeten hun stemmen verheffen om de mensheid te waarschuwen voor dit op handen zijnde Einde van de Wereld.

In de ‘Mythe van het Einde van de Wereld’ wil ik een analyse geven van het materiaal, waaruit deze al lang bestaande en voortdurend weer opduikende mythe is opgebouwd.

De geschiedenis gaat ver terug in de tijd, zó ver zelfs, dat de ‘ontstaansperiode’ verloren gaat in de mist der tijden, die we zo mooi de dageraad van de mensheid noemen.

De mythe voert ons terug naar die verre tijden, dat verre verleden, waarin wonderbaarlijke boeken als de bijbel, de Mahabaratha en al die andere ‘heilige’ boeken ontstonden, waarin merkwaardige, mythische personen leefden, tijden, die ons nog steeds voor fascinerende raadsels stellen.

De raadsels van het verleden dragen hun steentje bij tot de verwarring over de ‘Mythe van het Einde van de Wereld’. Ik hoop met mijn boek een bijdrage te leveren tot wat duidelijkheid in de discussie over het idee van een op handen zijnd Einde van de Wereld.

Voorwoord (het waarom)

Dreigende wirwar in de wetenschap (onderzoek van recente ontwikkelingen)
Ondoorzichtigheid voor buitenstaander (vertaling van de wirwar in begrijpelijke termen)

De wereld, waarin wij leven, is een wereld van grote zorgen. Dagelijks worden we geconfronteerd met die zorgen door kranten, tv en radio. Waren nog niet zo lang geleden deze problemen nog beperkt tot minder ontwikkelde delen van de wereld, nu zijn deze ook tot de zgn. ontwikkelde landen doorgedrongen. Deze problemen, die het gevolg zijn van de eenzijdige ontwikkeling van onze beschaving, zijn voor velen aanleiding om te veronderstellen, dat het wel eens goed mis zou kunnen gaan met onze zgn. beschaving.

De Mythe van het Einde van de Wereld is er niet van vandaag op gisteren, maar is al heel oud. Al eeuwen lang zijn er mensen geweest, die geloofden in het Einde van de Wereld, dat binnen afzienbare tijd zal komen.

Inleiding (Do 29-4-82)

Allereerst is het van belang om te weten, waarover we praten. De Mythe van het Einde van de Wereld wil zeggen: 1) de verhalende overlevering m.b.t. de godsdienst en de wereldbeschouwing van een volk t.a.v. het Einde van de Wereld; of 2) de praatjes zonder grond t.a.v. het Einde van de Wereld.

Beide definities zijn afkomstig uit Van Dale’s Nieuw Handwoordenboek der Nederlandse Taal. Mij komt dit prima werkbaar voor en het lijkt me dan ook zinvol om de praatjes zonder grond te scheiden van de geschiedkundige overlevering en met het laatste te beginnen.

Binnen de Christelijke religies is de gedachte aan een Einde der Tijden altijd levendig geweest, maar er zijn ook tijden van ongekende bloei geweest. Het jaar 1000 bijvoorbeeld was voor veel mensen aanleiding om zich zeer uitzonderlijk te gaan gedragen onder invloed van deze ‘Einde van de Wereld’ stemming. Charles Berlitz (zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Charles_Berlitz), de bekende schrijver van de Bermuda driehoek bestsellers, citeert in zijn nieuwste boek ‘Het jaar 1999’, waarin hij dus het einde plaatst, de volgende beschrijving: [citaat ontbreekt] (zie https://en.wikipedia.org/wiki/Doomsday_1999_A.D).

Dat er ook in andere tijden reden was tot dergelijke gedachten, vinden we bij George Townsend [onduidelijk hoe ik hierbij kom: het moet zijn William Sears], de schrijver van boeken over de Bahaï, die in het boek ‘Like a thief in the night’, de voorspellingen in de Bijbel analyseert m.b.t. de Perzische profeet Baha’ullah, de stichter van het Bahaï geloof. [Citaat ontbreekt. Zie https://bahai-library.com/pdf/s/sears_thief_night.pdf; George Townsend is de schrijver van o.a. ‘Christ and Bahá’u’lláh’ uit 1966, orig. 1957, zie https://en.wikipedia.org/wiki/George_Townshend_(Bah%C3%A1%27%C3%AD)].

Uit deze informatie laten zich allerlei patronen afleiden: er zijn voortekenen, die gebaseerd zijn op profetieën uit het verre (en minder verre) verleden, bijv. kometen, verschrikkelijke rampen, maatschappelijke decadentie en magische jaartallen. De achtergrond voor deze profetieën zijn herinneringen aan dergelijke verschrikkelijke rampen in het verleden, die bij veel volken op aarde bestaan. De oude Grieken kenden het verhaal van Deucalion, die als enige met zijn vrouw de zondvloed overleefde, terwijl vrijwel iedereen het verhaal van Noach en de zondvloed uit de Bijbel wel kan dromen. Het feit, dat zondvloed verhalen over de hele wereld te vinden zijn, terwijl ook veel overeenkomstige patronen daar in te ontdekken zijn, heeft al tot menige fantasierijke gedachte aanleiding gegeven. Er zijn hier veel moeilijkheden te overwinnen. De geschiedenis van het verleden van de mens, zoals we die heden ten dage kunnen reconstrueren, wordt steeds meer hypothetisch naarmate we verder in het verleden terug gaan. Dat er een zondvloed geweest is in een redelijk recent verleden, zoals in de Bijbel aangegeven (ca. 2350 v.C.) kan in veel plaatsen worden aangetoond, in Mesopotamië in de vorm van een metersdikke laag klei [citaat ontbreekt; zie b.v. Harun Yahya & Adnan Oktar Dutch, ‘Vergane Volkeren’ https://books.google.nl/books?id=qbFNBAAAQBAJ&pg=PA30&lpg=PA30&dq=zondvloed+sporen+klein+laag+Mesopotamie&source=bl&ots=kSHiVhxxdt&sig=KXu6c61C6pdvGkTXEiRhXGibKFc&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwiox6z9lv3YAhXFwKQKHe2iDxwQ6AEIQDAJ#v=onepage&q=zondvloed%20sporen%20klein%20laag%20Mesopotamie&f=false.

In nog recenter verleden hebben zich ook allerlei rampen voorgedaan van een dergelijke schaal, dat ze het idee van het Einde van de Wereld bevestigden. De uitzonderlijke geleerde Immanuel Velikovsky probeert in zijn bekende boek ‘Worlds in Collision’ het bewijs te leveren voor het feit, dat de fantastische gebeurtenissen ten tijde van de Exodus van de Joden uit Egypte (ca. 1450 v.C.) en in latere tijden tot ca. 650 v.C. sterk te maken hebben gehad met kosmische gebeurtenissen, die ingrijpende veranderingen in ons zonnestelsel tot gevolg hebben gehad. De theorieën van Velikovsky worden echter nogal argwanend bekeken in professionele kringen, hoofdzakelijk vanwege het feit, dat hij te veel overhoop haalt. Hele wetenschappelijke stelsels, opgebouwd in de loop van vele jaren zorgvuldig gepuzzel, worden als kaartenhuizen omver geworpen en hiermee zijn natuurlijk veel gevestigde belangen gemoeid, die uiteraard in opstand komen. Dit ging zover, dat er zelfs pogingen zijn ondernomen om het werk van Velikovsky te onderdrukken en toen dat niet meer via de uitgeverij kon, nadat MacMillan, de bekende uitgever van professionele boeken, zich had terug getrokken onder dwang van de gevestigde belangen en de publicatie werd voortgezet bij ABACUS en in korte tijd een bestseller opleverde, werden zijn ideeën naar het verdomhoekje verbannen met labels als pseudo wetenschappelijk en mystiek. Mij zal het geen bal kunnen schelen als men mij voor een mysticus aanziet, maar de zeer geleerde Velikovsky zal toch verbaasd gekeken hebben naar die plotselinge verandering van geleerde via pseudo geleerde (à la Von Däniken en Berlitz) naar mysticus. Dat zijn boeken voor de gemiddelde leek nogal moeilijk te bevatten zijn, maakt ze nog niet tot pseudo wetenschap of mystiek gezweef, anders zouden we de wetenschap wel op kunnen doeken, aangezien de meeste publicaties voor de gemiddelde leek onvatbaar zijn.

Binnen het raam van dit werk zal blijken, dat Velikovsky de hoeksteen vormt in mijn geschiedkundig en kosmologisch kader, vandaar dat het me zinvol voorkomt om vooraf wat dieper in te gaan op deze man en zijn omstreden arbeid. Zijn eerste twee boeken zijn tegelijkertijd geschreven en zijn onderling nauw verbonden. Het eerst kwam ‘Worlds in Collision’ op de markt, dat al vóór zijn publicatie in de wetenschappelijke ban was gedaan. Het was onzin en niets anders dan onzin, pseudo wetenschappelijk gedoe à la de toenmaals nog lang niet bekende Erich von Däniken [zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Erich_von_D%C3%A4niken]. Het boek werd daarentegen een bestseller, die in veel universiteitskringen zich een weg vond. Desondanks bleef de aanval op Velikovsky doorgaan; hij bleef daar zelf vrij gelaten onder, terwijl hij doorging met zijn werk, dat inderdaad zeer omvangrijk is. Het tweede boek, ‘Ages in Chaos’, was pas het eerste deel van een serie geschiedschrijving over het Nabije Oosten en behelsde de periode van ca. 1450 – ca. 850 v.C., terwijl de gehele opzet zich tot in de Ptolemaeische periode uitstrekte. De fundamentele ontdekking t.a.v. ‘Ages in Chaos’ is het feit, dat de zgn. dynastieënlijst van Manetho, die de basis vormt voor de datering van de geschiedenis van Egypte en als zodanig ook voor vele andere cultuurgebieden fungeert, een hopeloos corrupt document is, geschreven door een supernationalist, die door middel van deze stuntelige poging de oudheid van de Egyptische beschaving t.o.v. die van de omliggende landen wilde aantonen. Zijn poging lukte in zoverre, dat we tegenwoordig een heel stelsel hebben opgericht op basis van zijn lijst, dat nu door het baanbrekende werk van Velikovsky omver gekegeld wordt. Genoeg reden voor de geleerde wereld om in rep en roer te komen. Helaas voor hen en voor hemzelf ook een beetje liet Velikovsky het hier niet bij en kwam met zoveel ‘ontdekkingen’, dat er wel ontzettend veel moest veranderen. Er is nu een kloof ontstaan tussen Velikovsky en de rest van de wetenschap, een kloof, die misschien pas over vele jaren door de wetenschap overbrugd zal worden.

Laten we nog eens terug keren naar die dynastieënlijst van Manetho. Velikovsky komt na veel onderzoek tot de conclusie, dat deze lijst een prestige object was en dat het dus verkeerd is om zo’n lijst als hoeksteen voor het grootste deel van de oudheid te gebruiken. Een van de nadelen van het gebruik van de Manetho datering is bijv. dat een synchronisatie met de Bijbel niet mogelijk is, waarmee het Oudtestamentische geschiedenisverhaal naar het rijk der fabelen werd verwezen, terwijl er bij veel volken leemtes werden gevonden in de geschiedenis, die men de Donkere Tijden (‘Dark Ages’ [meestal toegespitst op Griekenland maar in feite uitgebreider, zie https://en.wikipedia.org/wiki/Greek_Dark_Ages]) noemde. Wat nog niemand gelukt was, stelde Velikovsky zich als opdracht: een synchronisatie van de geschiedenis van het volk van Israël met die van zijn omgeving, vooral met Egypte. Startpunt was de Exodus, die door de Joodse traditie wordt gesteld tussen 1450 en 1400 v.C. In het duo boek ‘Worlds in Collision’ [in 1997 zijn in het Nederlands de delen afzonderlijk uitgegeven] geeft hij zijn visie op wat die Exodus eigenlijk is [deze Pass over]. Aan de hand van legendes en documenten uit de oudheid toont hij aan, dat er een bijna botsing was van de aarde met een reusachtige komeet, die tussen 1450 en 750 door ons zonnestelsel zwierf met een periode van 52 jaar en dat hieraan een dramatisch einde kwam, doordat deze komeet in bijna botsing kwam met Mars en Aarde met Maan en tenslotte als planeet Venus in een ‘keurig’ baantje kwam rond de zon. Deze gebeurtenissen hadden enorme gevolgen voor het leven op aarde. De aarde was van stand veranderd a) afstand tot de zon [van 360 naar 365¼ dagen]; b) ligging van de magnetische polen; c) stand van de aardas [polen op andere plek]. Hoog werd laag en laag werd hoog, zoals Jesaja in een van zijn verzen zegt over het werk van de engel van de Heer. [Citatie niet te vinden: 24:1: Jahwe keert de aarde ondersteboven!]

Het geloof aan het einde der tijden

Door de eeuwen heen is het idee, dat er een einde aan het bestaan van de wereld komt, een algemeen aanvaard idee geweest. Vooral de kerken hebben dit idee gepropageerd, wat ontleend werd aan de Bijbel. In Matheus (24:25) vertelt Jezus over zijn terugkomst op een onverwacht moment, aan het einde van het tijdvak, na een voorspelling te hebben gegeven over de vernietiging van de tempel. Zijn terugkomst vergelijkt hij (24:38) met de vloed van Noach. Het zal de ondergang van de wereld zijn, die in de Apocalyps van Johannes, het laatste boek van de Bijbel, wordt weergegeven in beeldende taal. Aan dit boek is het woord apocalyptisch ontleend om een ramp te beschrijven, die ontstaat door een kernoorlog. Ook nu zijn er veel mensen, die in een dergelijke apocalyps [i.e. einde van de wereld ramp] geloven, hoewel ook het Bijbelse idee nog lang niet verdwenen is. De wetenschap heeft de Bijbel al tijden terug afgedaan als onwetenschappelijk. De scheppingsmythe is primitief, hoewel een zekere waarheid het geheel niet ontzegd kan worden en de geschiedenis van het volk van Israël is nogal overtrokken en doortrokken van allerlei bijgeloof, zoals het geloof in wonderen. Ook het Nieuwe Testament is een verzameling mythen, die we kunnen terug voeren op de mythen van het Joodse volk en de hen omringende, hoofdzakelijk Hellenistische cultuur. De Bijbel is verleden tijd en God is dood. In plaats daarvan schijnt het licht van de moderne wetenschap over de aarde, deze miljoenen jaren oude planeet, in dit miljoenen jaren oude zonnestelsel, een minuscuul onderdeeltje van het melkwegstelsel. Slechts een paar eeuwen geleden nog was de Bijbel dé autoriteit op het gebied van wetenschap. Wie daar tegenin durfde te gaan, liep het gevaar, dat zijn boeken en/of hijzelf op de brandstapel kwamen. Slechts langzaam wisten de geleerden zich aan deze wurgende greep te ontworstelen. Natuurlijk zijn er nog steeds groepen aan te wijzen, die de autoriteit van de Bijbel hoog houden, maar zelfs velen binnen de kerken zien de Bijbel als een mythologie boek, vol met raadselachtige gezegden, die te vergelijken zijn met de mythen van andere volkeren. Het idee van een apocalyptisch einde is echter niet verdwenen, maar ondervindt zelfs steun van de kant van geleerden. Het in 1972 verschenen Rapport van de Club van Rome [zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Club_van_Rome] creëerde groot opzien, door de wetenschappelijke aanpak van het analyseren van de diverse problemen, die binnen de ontwikkeling van de wereld in de nabije toekomst te verwachten zijn. Natuurlijk waren vele van de problemen al gesignaleerd door anderen en o.a. onder de aandacht van de publieke opinie gebracht door de diverse actiegroepen. Het waren waarschuwingen, die inhielden, dat we niet konden doorgaan, zoals we bezig waren, omdat er onvermijdelijk rampen zouden ontstaan: voedseltekorten, milieuvervuiling, opraken van natuurlijke voorraden, kortom veel dat erop wijst, dat er dingen misgaan. Ook de enorme opgang van kernwapens – sinds de tweede wereldoorlog – versterkt dit idee, wat zich halverwege de zestiger jaren uitkristalliseerde in een tegencultuur, groepen mensen, die zich niet meer met de normen van de maatschappij konden verenigen en deze steeds meer gingen zien als een op hol geslagen monster, het technocratisch systeem, het militair industrieel complex, waarbinnen de noodzakelijke remmen niet meer te creëren zijn, omdat ze ingaan tegen de basisvoorwaarden van het bestaan van dit systeem. Het systeem zal zich op een gegeven moment doodvechten of anderszins in eigen sop gaar smoren. Het beste was om op een afgelegen eiland de bui af te wachten (of een ruimteschip te kapen à la Jefferson Airplane c.q. Starship [zie https://en.wikipedia.org/wiki/Jefferson_Starship]) of alvast maar een goede tijd te hebben, voordat de wereld vergaat [Prince met 1999, zie http://www.songteksten.nl/songteksten/45592/prince/1999.htm].

Ook vroeger toen de apocalyps van de Bijbel algemeen goed was, waren deze tendensen waar te nemen. In sommige perioden in de geschiedenis leefde het geloof aan dit idee sterk op. Veelal werd dit verbonden met voortekenen, zoals massale pestepidemieën. Ook in moderne tijden zien we extreem religieuze groepen met de Bijbel wijzen op allerlei voortekenen. Bekende groepen zijn de Jehova getuigen en de Mormonen, welke laatste zich ook de ‘Heiligen der Laatste Dagen’ noemen, waarmee ze hun hele bestaan aan dit apocalyptische besef koppelen. In het 370 pagina’s tellende boek van onze landgenoot A. Luijben (‘Door het Oog der Profeten’ [Soest 1977]) wordt de Apocalyps diep uitgespit over zijn betekenissen voor de laatste jaren van de twintigste eeuw. Er worden allerlei verbanden gelegd tussen de Nieuw en Oudtestamentische apocalyptische profetieën. Het geheel wordt in één groot kader geplaatst van het Plan Gods, dat 7000 jaar omvat en waarvan we er nu bijna 6000 hebben opzitten. Jesaia, Ezechiël en Daniël ondersteunen de apocalypsen van Johannes en Jezus. Aan hen ontleent de schrijver allerlei getalberekeningen, waardoor hij de apocalyps aan het eind van de twintigste eeuw plaatst. Binnen de Bijbelwetenschap worden deze berekeningen als een zeer twijfelachtige zaak beschouwd, iets, wat de schrijver (Luyken) onmiddellijk toegeeft. Het is voor hem een argument in de strijd. Hij doet zijn beklag over de teruggelopen belangstelling voor de Bijbel als autoriteit en bron van informatie. Voor hem is het één van de tekenen van het naderende einde. [Voor een kritische bespreking, zie https://www.digibron.nl/search/detail/012e9ff9205584a46f3130ac/profetie-n-laten-zich-niet-gebruiken-als-spoorboekje].

Zoals gezegd, de wetenschap, die zichzelf ‘verlicht’ noemt, geeft niet zo hoog op van de kennis van de Ouden, die boeken als de Bijbel geschreven hebben. Ook andere volken hebben zo hun mythen en sagen, hun sprookjes en legenden, allemaal fantasieproducten van de primitieve geest. Ook bij die andere volken vinden we apocalyptische ideeën en mythen over apocalyptische gebeurtenissen, zoals enorme zondvloeden e.d. Een ander overeenkomstig idee is het bestaan van Tijden, perioden van het bestaan van de mens op aarde, die van elkaar gescheiden zijn door rampen. Dit idee wordt tegenwoordig veelvuldig gebruikt in de Atlantis literatuur, een heden ten dage zeer populaire pseudo wetenschap. De oude Grieken kenden cycli van rassen (Graves, I, 35), die ze respectievelijk gouden, zilveren, bronzen en ijzeren ras noemden, niet alleen vanwege hun levenswijze en karakter, maar ook vanwege de metalen, die ze gebruikten. Bij de Indiërs is er sprake van zeven rondes, zgn. wiel wentelingen, waarvan er vijf geweest zouden zijn en twee nog moeten komen. Deze ideeën werden in de 19e eeuw naar voren gebracht door Mevr. Blavatsky (https://nl.wikipedia.org/wiki/Helena_Blavatsky), de stichtster van de Theosofische beweging. Rudolf Steiner (https://en.wikipedia.org/wiki/Rudolf_Steiner), de stichter van de Antroposofie, houdt ook dit idee van de zeven rondes staande en noemt bijv. de vierde fase, vóór onze huidige of vijfde fase, de Atlantische beschaving, waarvan hij een uitvoerige beschrijving geeft in de Akasha kroniek (https://nl.wikipedia.org/wiki/Akashakroniek). Wel wordt dit alles in een ver verleden geplaatst en wordt er met grote cijfers geschermd, zoals gebruikelijk in onze huidige wetenschap. Dit sluit niet uit, dat de overgang van het vijfde naar het zesde tijdperk niet in een nabije toekomst zou kunnen liggen. Hoewel de gegevens hier over onduidelijk zijn, wordt deze overgang wel veelal voorgesteld als een ondergang, waarbij maar weinig mensen gespaard zullen worden. De oorzaak van deze vernietiging wordt toegeschreven aan hemelse krachten en in verband gebracht met het goddeloze en slechte leven van de mens op aarde. Dit is voor moderne pseudo wetenschappers aanleiding om de goden uit de mythen te zien als astronauten, mensen met een hoge beschaving, die de aarde vernietigen of althans het menselijk leven, wat ze via proeven op aarde creëerden. De bekendste voortbrenger van deze sciencefiction is wel de journalist Erich von Däniken, die overal op aarde ‘bewijzen’ voor zijn astronautentheorie verzamelt. Ook heeft hij veel medestanders. De schrijver Peter Krassa heeft zich vooral op de bijbel geworpen in zijn boek ‘Met vurige wagens’, na eerst de Chinese mythologie te hebben doorgespit in ‘De gele goden’ [zie http://www.librarything.com/author/krassapeter]. Hun redeneringen zijn, hoewel vaak gebaseerd op interessante gegevens, die zeker vaak reden zijn tot een diepgaand onderzoek van onze huidige gevestigde wetenschappelijke theorieën, heel vervelend om te lezen. Alles wordt op één hoop gegooid met de verklaring, dat deze astronauten de verklaring zijn voor al deze zaken. Peter Krassa verklaart de Apocalyps als volgt: Johannes had, net zoals Daniël en Ezechiël voor hem, contact met de astronauten, de goden, was onder de verpletterende indruk van hun fabelachtige kennis, waar de onze niet aan kan tippen, en werd door hen meegenomen op reis door het heelal. Mij komt echter deze hele astronautenbetekenis nog fantastischer voor dan de beschrijvingen van het Einde der Tijden. Uitgaande van de moderne UFO rage, als gevolg van het ruimtevaarttijdperk, zwichten velen voor de verlokkende theorieën van het bestaan van hoog ontwikkelde beschavingen van mensen op andere planeten binnen of buiten ons zonnestelsel. De planeten Venus, Mars, Jupiter, etc. worden allemaal als mogelijke kandidaten beschouwd en zelfs de asteroïden zouden als een restant van een vroegere basis gediend kunnen hebben, waaraan sommige mythen zouden kunnen herinneren. Zelfs de maan zou vroeger zo’n basis hebben kunnen zijn. Enfin, de mogelijkheden van de speculanten zijn legio en natuurlijk zijn de zotste theorieën te bedenken. Bewijzen zijn er altijd wel te vinden, hoewel ook tegenbewijzen altijd weer te produceren zijn.

Natuurlijk is het de taak van de wetenschap om uit deze wirwar en wildgroei van hypothesen wegwijs te worden. De methode, die in de wetenschap daartoe aangewend wordt, noemt men het scheermes van Occam [zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Ockhams_scheermes]. Deze simpel uitziende methode houdt in, dat wanneer er meerdere theorieën mogelijk zijn, we de eenvoudigste als waar aannemen, totdat anders bewezen wordt. In theorie klinkt dit eenvoudig, maar in de praktijk brengt dit enorme problemen met zich mee [zie http://nederlands.skepdic.com/dict_occam.htm]. In de tijd van Occam was het bedrijven van wetenschap nog een tamelijk onontgonnen terrein, zodat iedere wetenschapper zich op een zeer ruime manier met bestudering bezig hield. Astronomie, geologie, biologie, filosofie, wiskunde, natuurkunde, scheikunde, magie, theosofie, antropologie, psychologie en sociologie waren nog niet van elkaar gescheiden en een geleerde hield zich met al deze zaken bezig. Tegenwoordig zijn al deze vakgebieden het terrein geworden van specialisten, geleerden, die zich alleen nog bezig houden met de bestudering van voor hun vak relevante gegevens en deeltheorieën. Steeds meer gegevens komen niet overeen met de basistheorie, die het wetenschappelijke denken bepaalt en vormen gretig voer op de molens van pseudo wetenschappers, die wel proberen een alomvattende kijk op de wereld te creëren.

Over de evolutietheorieën (12-12-81)

Alle mensen, dieren en planten zijn opgebouwd uit cellen. Deze cellen zijn onderling dermate vergelijkbaar in opbouw en samenstelling, dat een gemeenschappelijke oorsprong verondersteld kan worden. Deze samenhang noemen we de evolutietheorie. Vanuit een zeer eenvoudige structuur als de oer amoebe zijn enerzijds planten en anderzijds dieren ontwikkeld. Het proces van ontwikkeling wordt toegeschreven aan de erfelijke mutatie. Dit baseert men op de volgende gegevens: binnen de cel wordt de controle uitgeoefend door de celkern, die bestaat uit zgn. chromosomen. Deze chromosomen zijn enorm gecompliceerde eiwitmoleculen. Iedere chromosoom is als het ware één molecuul, die bestaat uit twee banden (vgl. bandrecorder), die als een dubbele wenteltrap in elkaar gedraaid liggen. Op deze banden staat de informatie, die verantwoordelijk is voor de creatie van het hele organisme, want bij de geboorte van het organisme bestaat het uit één cel, opgebouwd uit twee ‘halve’ cellen (de spermacel en de eicel). Deze banden noemen we de DNA-structuur (opgebouwd uit [afmaken: zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Desoxyribonucle%C3%AFnezuur]). Hoe ingewikkelder het organisme, hoe meer DNA structuren. De levende natuur wordt in soorten organismen onderverdeeld en de eigenschappen van de soorten worden veroorzaakt door hun onderlinge onkruisbaarheid. Tussenvormen kunnen door kruising niet bereikt worden. De evolutietheorie stelt de mutatie als verantwoordelijke factor op basis van laboratoriumexperimenten met erfelijk (= genetisch) materiaal. Kunstmatig werden processen tot stand gebracht. De straling met röntgenstralen leverde mutaties op, monsters zonder levensvatbaarheid, maar toch het bewijs dat verandering mogelijk is. Aanwijsbare factoren kunnen de mutaties veroorzaakt hebben. Wel moeten deze factoren enorm krachtig geweest zijn en van bijzondere samenstelling (geen gewone röntgenstralen; ook atoombommen hebben alleen maar destructieve gevolgen).

De afbeelding boven dit artikel betreft mijn schilderij The Flood, olieverf, 1980, 50 x 150 cm.

Lees het vervolg: Het Velikovsky Syndroom (16): En de tijd schrijdt langzaam voort

http://robscholtemuseum.nl/?s=Velikovsky+

Leave a comment

Your email address will not be published.

*