Cor Hendriks – Het Velikovsky Syndroom (11): Wereldbeelden in botsing

Over de kritiek van een wetenschappelijke Neanderthaler

In de NRC van donderdag 19 januari 1984 verscheen in de rubriek Wetenschap & Onderwijs een boekbespreking door G.W.E. Beekman van het (eerste postume) boek van de in 1979 overleden Immanuel Velikovsky: ‘Mensheid zonder geheugen’ (Mankind in Amnesia), in 1983 uitgegeven in het Nederlands door Ank-Hermes uit Deventer.

In deze bespreking gaat de schrijver zeer terloops in op de theorieën van Velikovsky om vervolgens snel over te gaan tot het bekende afkraken: “Na elk ‘voorbeeld’ doet Velikovsky de benodigde suggesties of trekt hij direct de conclusies, die de lezer tot zijn geloof moeten overhalen. Het is de oude truc van het zoeken naar en selecteren van ‘feiten’, liefst in oude geschriften en overleveringen, om de eigen theorie te bevestigen.” Tenslotte eindigt het artikel in een soort bejammeren van Velikovsky: “Eigenlijk is dit alles heel triest, als men weet, dat Velikovsky een vriendelijk mens moet zijn geweest en dat hij zijn leven lang over een weg heeft gezwoegd, die nergens naar toe zou leiden.”

Kortom, Velikovsky is in de ogen van Beekman een pseudo-geleerde, zoals hij dat ook is in de ogen van de gevestigde wetenschap. Hij is zelfs “bijna het volmaakte schoolvoorbeeld van de pseudo-geleerde” en daarmee stelt Beekman zich op aan de kant van de “wetenschappelijke Neanderthaler”.

Ik heb zelf Velikovsky’s werk uitvoerig bestudeerd, niet alleen ‘Werelden in Botsing’ en ‘Mensheid zonder geheugen’, zoals Beekman blijkbaar en ook beter. Want niet alleen kende Velikovsky het werk van Whiston, Donnelly en Hörbiger; de eerste twee staan vermeld in ‘Werelden in Botsing’ (Whiston 55, 57, 333; Donnelly 58). Dat Hörbiger niet vermeld wordt, is niet alleen, omdat hij een steunpilaar van het Nazisme was en Velikovsky een Jood, maar vooral omdat Hörbiger onzin uitkraamde en dus inderdaad een pseudo-geleerde was. Ook is het Beekman blijkbaar niet bekend, dat Velikovsky een aantal jaren deel uitgemaakt heeft van Freuds team, enige psychoanalytische studies schreef en van daaruit met Freud correspondeerde. Overigens correspondeerde Velikovsky met zeer veel mensen, waaronder Einstein, en was hij helemaal niet de “volledig afgezonderd werkende” als Beekman doet voorkomen. Velikovsky hield lezingen en discussieerde veel met allerlei collega’s, waarvan de sporen in zijn boeken zijn terug te vinden. Dat Velikovsky wil bewijzen, dat de Bijbel veel waarheid in zich heeft, is geen dogma, maar een overtuiging gebaseerd op duizenden stukjes bewijs, die overal ter wereld voor het oprapen liggen.

Leiden papyrus Ipoewer

Zo bevindt zich in het Museum van Oudheden te Leiden de zeer interessante papyrus Ipoewer, dat in de catalogus vermeld staat als Leiden 344. Dit papyrus is in 1928 aangekocht en is aan beide kanten beschreven. De voorkant is het verhaal van Ipoewer, de achterkant een hymne aan een god. De meningen van de geleerden lopen nogal uiteen over de betekenis van het verhaal van Ipoewer: sommigen beschouwen het als een verzameling spreekwoorden en gezegden bijeen gebracht voor didactisch gebruik (Lauth, ‘Altägyptische Lehrsprüche’, 1872), terwijl een andere geleerde het beschouwt als een verzameling raadsels (Brugsch, in Lange, ‘Prophezeiungen eines ägyptischen Weisen’, 1903). Aan het begin van deze eeuw werd een poging ondernomen tot vertaling van de tekst (Lange, o.c.). De woorden van Ipoewer werden geïnterpreteerd als profetisch: een kwade tijd werd voorspeld voor het volk van Egypte. In 1909 werd de tekst opnieuw vertaald en uitgegeven door A. Gardiner onder de titel ‘The Admonitions of an Egyptian Sage from the hieratic papyrus in Leiden’ oftewel: De Vermaningen van een Egyptische Wijze. Volgens Gardiner wijst alles in de tekst op het historische karakter van de situatie; Egypte was op dat moment in beroering met een gedesintegreerd sociaal systeem, terwijl geweld het land vult.

Velikovsky vergelijkt de vertaling van Gardiner met het Exodusverhaal uit de Bijbel en komt tot de conclusie, dat de papyrus Ipoewer de Egyptische tegenhanger is van het verhaal uit de Bijbel. Papyrus Ipoewer is dus niet een serie spreekwoorden of raadsels, noch een reeks vermaningen van de wijze Ipoewer aan een onbekende koning, maar een serie jammerklachten van de arme Ipoewer, die voor zijn ogen het prachtige Egypte van het Middenrijk ten onder ziet gaan (‘Ages in Chaos’, 25).

De historische achtergrond van deze papyrus wijst op de Hyksosperiode, maar taalkundige argumenten wijzen op het Middenrijk, dat aan de Hyksos periode voorafgaat. De oplossing van Velikovsky lijkt heel simpel: de papyrus Ipoewer beschrijft de instorting van het Egyptische Middenrijk op een wijze, die overeen komt met het verhaal van de uittocht van de Israëlieten en de daarop volgende intocht van de zgn. Hyksos. Zelfs is Velikovsky hierdoor in staat om de identiteit van de ‘Hyksos’, wat vertaald wordt als ‘herderkoningen’ en meer recent als ‘heersers van vreemde landen’, vast te stellen. Zij worden in de Bijbel de Amalekieten genoemd, zijn afkomstig uit Arabië en de Israëlieten kwamen hen tegen vlak na de uittocht in de woestijn en leverden een slag met hen (Ex. 17:8-16).

Het kaartenhuis van de Egyptologen

Door de gelijkstelling in tijd van de exodus met het einde van het Middenrijk en het begin van de Hyksosperiode in Egypte schokt Velikovsky iedere denker over de Bijbel, die in de mening verkeert, dat de uittocht plaatsvond in de tijd van het Nieuwe Rijk, dat algemeen gedateerd wordt van 1600-1100 v.C. Velikovsky dateert de exodus op ca. 1450 v.C, dus binnen deze periode, maar plaatst daar de Hyksos periode tegenover, die hij laat duren tot ca. 1050 v.C. Pas dan vangt het Nieuwe Rijk aan: Hatsjepsoet is de koningin van Sheba, die bij Salomo op bezoek kwam, Toetmosis III is Sisak, die onder Rechabeam, de zoon van Salomo, de tempel leeg roofde (1 Kon. 14:25-6; 2 Kron. 12:2-9). Het wonderlijke land Poent was Phoenicië en het Heilige Land was natuurlijk het Heilige Land. De opvolger van Toetmosis Amenhotep II, de boogschutter, is Zerach, de ‘Ethiopiër’ [Kusiet], tegen wie Asa optrok (2 Kron. 14:9-15) samen met Keret van Sidon, welke laatste bekend is van zijn lied, waarin hij over deze strijd vertelt. (AiC 103ff; 143ff; 205ff)

Velikovsky’s fundamentele ontdekking was een fout (verdubbeling) van maar liefst 540 jaar in de Egyptische geschiedenis, doordat er een verdubbeling van personen (dynastieën) heeft plaatsgevonden in de lijsten van Manetho, een Egyptische ‘geleerde’ uit de derde eeuw voor Christus. Manetho’s bedoeling was het om de oudheid van de Egyptische beschaving aan te tonen, wat onverwacht ruim 2000 jaar later resulteerde in het kaartenhuis van de Egyptologen.

Dit is een van de voorbeelden van de tragiek van Velikovsky. Zijn ontdekkingen zijn dermate fundamenteel, dat ‘koninkrijken vallen’, dat hele boekenkasten gedoemd zijn te verdwijnen. Geen enkel boek over de oudheid, vooral van Egypte, hanteert een correcte chronologie, omdat sinds jaar en dag alle opgravingen in het Nabije Oosten gedateerd worden aan de hand van de Egyptische tijdschaal, die zo vast als een huis wordt geacht. Overal zijn de verhalen 540 jaar verder het verleden in geschoven, daarbij vaak een gat achterlatend. Overal komen we die Duistere Eeuwen tegen: in Griekenland van 1200-700 tussen de Myceense en Helleense tijd, in Assyrië/Babylonië tussen 1200 en 900 en zelfs in Egypte tussen 1100, het einde van het Nieuwe Rijk, en 600, wanneer we weer wat weten vanuit buitenlandse bronnen (Griekse en Perzische).

Hier wil ik echter niet verder ingaan op de ingewikkeldheden van de archeologen. Velikovsky laat hun kaartenhuizen in zes magistrale werken in vlammen opgaan. En daarom is het maar beter om niet naar Velikovsky te luisteren, anders raak je nog geïnfecteerd. Denk je eens in, dat allerlei boeken opnieuw geschreven moeten worden: geschiedenisboeken over de oudheid, boeken over astronomie, geologie, biologie, over oude talen, mythen en legenden.

Natuurlijk heeft Velikovsky niet te pretentie alles te willen verklaren, al is zijn verklaring veel omvattend en verreikend (en ‘simpel’: hierbij denk ik aan het hoog geprezen scheermes van Occam). Want hoewel het gebeurtenissen in een ‘vrij’ verleden betreft, n.l. op het midden en einde van de 15e en weer in de 8e en 7e eeuw voor onze jaartelling, dus zo’n 2700 à 3500 jaar geleden, zijn de theoretische naweeën van deze fundamentele ontdekking catastrofaal voor het huidige wetenschappelijke denken.

Het kwetsbare ruimteschip Aarde

We gaan uit van een statisch zonnestelsel, waarin de planeten hun vaste plaats hebben en nooit iets onverwachts gebeurt. De aarde is miljoenen jaren oud en zelfs de ‘mens’ loopt al miljoenen jaren rond. Zulke zaken zijn gesneden kost voor iedereen en dat kunnen we niet zo maar veranderen.

Deze overwegingen vormen het grondthema voor ‘Mensheid zonder geheugen’. De arbeid, die Velikovsky in zijn leven verzet heeft, is immens geweest. Ik zelf ben me in de afgelopen jaren steeds meer gaan interesseren in de figuur van Velikovsky en werk momenteel aan een werkje met betrekking tot enige van zijn theorieën. Alleen al met het opzoeken van de betreffende literatuurverwijzingen ben ik maanden bezig en heb ik nog geen tiende gelezen van wat hij allemaal opgeeft. Ik kan verzekeren dat ik zelden iemand zo grondig te werk heb zien gaan als Velikovsky. Zijn methode vind ik zowel boeiend als grondig en daardoor overtuigend; alle kanten van de zaak worden getoond en het antwoord lag eigenlijk al voor de hand. In ons onderbewustzijn hebben we het altijd geweten en daarom zijn we zo op zoek naar veiligheid, terwijl de een zijn veiligheid voor de ander het grootste gevaar kan inhouden (thema van ‘Mensheid zonder Geheugen’).

Het denken van Velikovsky is daadwerkelijk baanbrekend. Het zet ons op een geheel nieuw spoor, met een historische ‘overview’ als we nooit voor mogelijk hebben gehouden. Want alles komt dichterbij: de ijstijden waren geen miljoenen, maar duizenden jaren geleden; de Alpen, Andes en Himalaya’s zijn geen miljoenen, maar duizenden jaren geleden uit de aarde opgerezen; Atlantis is niet 10.000 maar ca. 3500 jaar geleden verzonken.

Natuurlijk heeft het verhaal van Velikovsky ook zijn spannende kant. Wanneer in een vrij ‘recent’ verleden Jupiter plotseling een komeet kon los laten vanuit zijn eigen massa, wie zegt, dat iets dergelijks niet nogmaals kan gebeuren, met vergelijkbaar resultaat? In ieder geval is de aarde duidelijk niet de veilige plek, die we altijd dachten. Meerdere keren heeft de planeet ‘collisions’, een soort bijna botsingen, gehad met andere planeten – met name Venus (in de 15e) en Mars (in de 8e en 7e eeuw v.C.) beschrijft Velikovsky in zijn eerste boek ‘Werelden in Botsing’ –, waarvan de sporen over de gehele aarde terug zijn te vinden, die in feite de aarde gevormd hebben met alles erop en eraan.

Vooral van deze laatste twee ‘close encounters’ zijn de sporen goed terug te vinden, omdat we ons dan in historische tijden bevinden. Vindt de Venus ontmoeting zijn weerslag in het Exodusverhaal en het papyrus Ipoewer, nog beter gedocumenteerd is het Marsverhaal, met als sterkste voorbeelden de profeten in de Bijbel (vooral Amos en Jesaja), de boeken van Homerus, de Indische Vedische hymnen en de Rigveda, de Edda van de Noordse volken, de Indo-Iraanse Bundahis en de Perzische Zend-Avesta. Allemaal zijn zij directe ooggetuigenverslagen van de wonderbaarlijke hemelfenomenen, die zich in dat tijdvak voordeden. Over al deze gebeurtenissen zijn heel veel verhalen ontstaan.

De stille getuigen

Velikovsky’s bewijsmateriaal is echter niet alleen gebaseerd op de zorgvuldige analyse van dergelijke oude bronnen: er zijn vele stille ooggetuigen, die hun geheimen pas los laten, wanneer we ze in het juiste licht bekijken. Kijken we naar de ingevroren mammoeten in Siberië of de beenderkerkhoven overal op aarde of gewoon hoe bergen ontstaan en scheuren in de aarde of aardolie, steenkool en turf, dan moeten we toch wel beseffen, dat de aarde in het verleden enorme rampen gekend heeft. Nu weer lagen we in tropische gebieden, vervolgens kwam er een ijstijd of een zondvloed, waarna er weer iets anders was, een nieuwe aarde met nieuwe mensen, dieren, planten, etc. Ook binnen de archeologie zijn deze dingen bekend (bijv. Woolley en de zondvloed laag in Ur) en de Franse archeoloog Claude Schaeffer (zie http://www.ancientdestructions.com/claude-schaeffer en https://www.velikovsky.info/Claude_Schaeffer) heeft een uitgebreide studie gemaakt van overeenkomstige verstoringen, ontdekt in opgravingsgebieden, en vond daarbij een alom waarneembaar patroon. Na dit immense karwei kwam hij tot de conclusie, dat meer dan eens in historische tijden het hele gebied van het Nabije Oosten moet zijn vernietigd door geweldige aardbevingen. In het hoofdstuk ‘De ruïnes van het Oosten’ van ‘Aarde in Beroering’ vertelt Velikovsky uitgebreid over dit onderzoek van Schaeffer (‘Stratigraphie comparée’, 1948; zie http://www.persee.fr/doc/syria_0039-7946_1949_num_26_3_8413_t1_0359_0000_1). Om een scherper beeld te krijgen van ons verre nabije verleden is het interessant om de conclusies van Schaeffer wat uitgebreider naar voren te halen.

Schaeffer onderscheidt zes verschillende catastrofen op uitgebreide schaal. De oudste catastrofe had plaats tussen 2400 en 2300 v.C. en hierin vond de Oude Bronstijd haar einde. Dit gebeurde, zowel in het Oude Rijk in Egypte als in vergelijkbare stadia van landen als Mesopotamië, Syrië, Palestina en Anatolië. Dit had grote etnische verschuivingen tot gevolg. De bevolkingsaantallen zijn drastisch gedaald en de oude beschaving ligt tot op haar fundamenten in puin. Na een paar eeuwen bouwden de overblijvers nieuwe beschavingen op. Dit was in Egypte de tijd van het Middenrijk. Dan heeft er plotseling weer een nieuwe catastrofe plaats en vindt overal de Midden Bronstijd haar einde en weer zijn in heel Eurazië de vernietigingen aanwezig. Overal blijkt er bij opgravingen een breuk tussen Midden en Laat Brons. Deze vernietigingen waren niet het werk van veroveraars, maar waren het gevolg van aardbevingen en vuur.

Schaeffer vond ook aanwijzingen, dat het klimaat abrupt wijzigde, gepaard aan de verstoringen met als gevolg veranderingen in bezetting en economie.

Meer recente catastrofen, die het hele Midden en Nabije Oosten omvatten, worden door Schaeffer beschreven en zijn onafhankelijk door Velikovsky beschreven in ‘Worlds in Collision’, dat ongeveer in dezelfde tijd verscheen als Schaeffers ‘Stratigraphie comparée’. Deze catastrofen hadden plaats in de 8e en 7e eeuw v.C.

Schaeffer heeft voor de oorzaken van deze rampen geen verklaring, maar stond verbaasd over de enorme schaal, waarop deze rampen zich hadden voorgedaan, ongekend in de moderne berichtgeving. Hij vroeg zich af: kan het zijn, dat in vroegere tijden er aardbevingen van een heel veel grotere kracht en over een eveneens heel veel groter gebied geweest zijn ten gevolge van het in de tijd zich verbeterende evenwicht van de aardkorst? Maar volgens de huidige geologische opvattingen tellen die paar duizend jaar niet mee op de drie biljoen jaar oude planeet. Klaarblijkelijk is de aarde in een recent verleden uit haar evenwicht gegooid – door een kracht van buitenaf – wat ook de klimaatsveranderingen, die met de catastrofen gepaard gaan, verklaart.

Mensheid zonder geheugen

Velikovsky’s theorieën verdienen heel wat meer aandacht, dan de heer Beekman kan opbrengen. Laat hij maar eerst eens terug gaan naar school – in dit geval de bibliotheek – en de werken van Velikovsky uitgebreid bestuderen. Maar zoals reeds gezegd, Velikovsky bevindt zich in het verdomhoekje en zijn boeken verschijnen dan ook op zeer merkwaardige wijze: ten eerste niet bij een uitgeverij van wetenschappelijke boeken en ten tweede worden zijn boeken in de boekhandels vrijwel altijd gerangschikt onder occult of pseudo-wetenschappelijk (Von Däniken en consorten). Dit is volkomen onterecht, maar geeft wel duidelijk aan met welke geur Velikovsky omgeven is.

Dit draagt natuurlijk niet bij tot een serieuze bestudering van het door Velikovsky aangedragen materiaal, dat hij overigens op zeer overzichtelijke wijze presenteert, vooral ook gezien de moeilijkheidsgraad van het onderwerp. Stap voor stap is hij te volgen in zijn redeneringen en zelfs heeft hij geprobeerd om zijn boeken zo op te bouwen, dat ze als afzonderlijke eenheden te begrijpen zijn, al blijven natuurlijk verwijzingen noodzakelijk. Door deze presentatie en door de omvattendheid van zijn materiaal heeft het werk van Velikovsky op velen indruk gemaakt, al zullen weinigen daarvan in staat zijn de consequenties van het werk van Velikovsky te overzien, laat staan er iets mee te kunnen. Toch kan ik een ieder, die geïnteresseerd is in de geschiedenis van de mensheid, de boeken van Velikovsky aanbevelen. Tegen Beekman kan ik alleen zeggen: ‘Neanderthaler, laat Prometheus tot u komen.’

Om terug te komen op ‘Mensheid zonder geheugen’, wat eigenlijk zou moeten zijn ‘Mensheid met geheugenverlies’ (Mankind in Amnesia): het is een magistraal boek, dat psychologisch filosofisch ingaat op de consequenties van zijn astronomische en historische theorieën. Naar mijn mening is de meeste tekst [van dit postuum gepubliceerde boek] van Velikovsky en is de lay-out het werk van mevrouw Velikovsky en haar medewerker Jan N. Sammer. Dat het werk een te hooi en te gras indruk maakt, is het gevolg van het tijdgebrek van Velikovsky ten gevolge van zijn ‘magnum opus’, de ‘Ages in Chaos’ serie, de reconstructie van de geschiedenis van het Nabije Oosten van ca. 1550 tot ca. 250 v.C. Tevens moet dit werk gezien worden als een heel persoonlijk document, omdat een heel andere zijde van Velikovsky’s denken aan het licht komt: de bezorgde kant.

Velikovsky is iemand, die met zorg het doen en laten van de mensheid gade slaat. We blijven maar doorgaan met die wapenwedloop en beschikken over een wapenpotentieel, dat in staat is om even desastreuze effecten te veroorzaken als de interplanetaire rampen uit het verleden. Velikovsky meent hier een boodschap te hebben, gebaseerd op de verbinding tussen zijn ontdekkingen en de Freudiaanse theorie: niet langer hoeft de hypothese van de vadermoord gehandhaafd te blijven; de angst voor het instortende firmament is de oorzaak van de basisneurose, die verantwoordelijk is voor de opgeklopte toestand waar we ons nu in bevinden. Niet langer is een imaginaire en enigszins geforceerd aandoende factor de hoeksteen voor deze belangrijke stroming in het psychologische denken. Vanuit deze reële factor, die de basis is voor het collectieve onderbewuste, zijn zeer vele voorspellingen te verrichten. Voorbeelden hiervan zijn terug te vinden in ‘Mensheid zonder geheugen’, dat alleen al om deze aanvulling, deze revisie van de Freudiaanse theorie, van het grootste belang is.

Wie geïnteresseerd is in de figuur van Velikovsky, kan schrijven naar:
secretariaat Nederlands Velikovsky Genootschap
p.a. Prinses Wilhelminastraat 25
2313 AV Leiden
t.a.v. Cor Hendriks

[Geschreven in 1984 (alleen de ingevoegde links zijn nieuw) en bedoeld om op te sturen naar de NRC, wat er nooit van gekomen is. Het Nederlands Velikovsky Genootschap heeft nooit echt bestaan.]

Dat de mening over Velikovsky niet veranderd is – oftewel, dat de wereld nog steeds vol is met wetenschappelijke Neanderthalers – kan men zien in het stukje van Jan Willem Nienhuys van 11-6-2017; zie https://www.skepsis.nl/blog/2017/06/velikovsky/.

Een hippe, positievere, niet-wetenschappelijke blik op Velikovsky kwam ik tegen op de site http://sirenix-winx.forumactie.com/t337-9-lijst-winx-en-van-de-wereld-mysteries (met name §8. Wereld mysterie: Wat maakte de zondvloed?)

Enige paragrafen uit het artikel van Beekman:

In ‘Werelden in Botsing’ beweerde de auteur dat de Bijbelse verhalen over de uittocht uit Egypte grote natuurrampen boekstaven. Deze rampen waren veroorzaakt door de planeet Venus, die toen (na te zijn uitgestoten door Jupiter) als een soort komeet dwars door het zonnestelsel en enkele malen vlak langs de aarde was gesuisd. En dit was nog maar het laatste bedrijf van een drama, dat zich in de afgelopen duizenden jaren zou hebben afgespeeld. Daarvoor waren ook de andere planeten als pingpongballen door het zonnestelsel gestuiterd om overal onheil aan te richten.

Zijn manier van overtuigen is echter één lange trucage en daarin onderscheidt hij zich weer niet van de vele schrijvers, die handig weten in te spelen op de onwetendheid en emoties van het publiek.

…Velikovsky blijkt een vurige aanhanger van Freud, met wie hij als psychiater ooit eens correspondeerde.

Na elk voorbeeld doet Velikovsky de benodigde suggesties, of trekt hij direct de conclusies, die de lezer tot zijn geloof moeten overhalen. Het is de aloude truc van het zoeken naar en selecteren van ‘feiten’, liefst in oude geschriften en overleveringen, om de eigen theorie te bevestigen.

Velikovsky wil de geschiedenis van de mensheid volgens een eigen visie reconstrueren. Daarin heeft hij vele voorgangers en dat maakt zijn boeken niet, maar zijn persoon wel interessant. Wie was deze dogmaticus en wat waren zijn drijfveren? [Volgt levensbeschrijving.]

Hier [in New York, in 1939], volgens zijn eigen woorden ‘machteloos iets te veranderen aan het wereldtoneel’, keerde Velikovski zich in een soort intellectuele vlucht naar de mythen en legenden uit de vroege geschiedenis. In 1940 kwam hij op de gedachte, dat er tijdens de dagen van de uittocht uit Egypte een aantal kosmische rampen had plaatsgevonden, zoals zou blijken uit vele passages in de Heilige Schrift. Negen jaar lang was hij bezig met het uitkammen van de mythologische literatuur, om zijn theorie steeds beter te kunnen ‘staven’. ‘Ik opende en sloot dagelijks de bibliotheek van de Columbia universiteit.’

In 1950 verscheen bij McMillan in New York zijn eerste boek, ‘Worlds in Collision’, waarin de theorie van de botsende planeten naar voren werd gebracht. Het boek werd direct door het grote publiek verslonden en de auteur werd geroemd als een nieuwe Leonardo da Vinci. Astronomen, archeologen en historici schreven echter felle kritieken. De uitgever werd gedreigd met een boycot en dit leidde tot het ontslag van de verantwoordelijke redacteur en de overdracht van de publicatierechten aan een andere uitgever, Doubleday.

Velikovsky kaatste ondertussen de bal terug. In interviews en artikelen verkondigde hij, dat zijn werk niet werd geweigerd, omdat er fouten in zaten, maar omdat de geleerden bang waren de wortels te moeten doorsnijden, die hen met de wetenschappelijke orthodoxie verbond[en] (in zijn laatste boek [i.e. ‘Mankind in Amnesia’] zegt hij, dat de geleerden bang waren om kennis te nemen van de gebeurtenissen uit het verleden). Dezelfde kreten kwamen uit de mond van Velikovsky’s fans, die de geleerden voor ‘wetenschappelijke Neanderthalers’ uitmaakten.

Velikovsky industrie

Aan het eind van de jaren vijftig nam de aantrekkingskracht van Velikovsky’s ideeën op het grote publiek in de V.S. af, en daarmee ook de kritiek. Maar na de komst van een nieuwe generatie lezers en een nieuw klimaat voor onconventionele ideeën aan het einde van de jaren zestig trad er een opleving op, die in het midden van de jaren zeventig zijn hoogtepunt bereikte. Rond het ‘Student Academic Freedom Forum’ in Portland kristalliseerde zich een kleine Velikovsky industrie uit, die tijdschriften en boeken ter ondersteuning van de auteur ging uitgeven. Het tumult culmineerde aan het einde van de jaren zeventig in een aantal boeken, waarin vóór- en tegenstanders elkaar tevergeefs probeerden te overtuigen: ‘Velikovsky Reconsidered’ (1976), ‘Scientists confront Velikovsky’ (1977), Scientists confront Scientists who confront Velikovsky’ (1978), enzovoort. Velikovsky zelf had toen al een hele serie boeken geschreven, waarin hij naast zijn planeten theorie vooral een herziening van de oude geschiedenis van Israël, Egypte en Griekenland presenteerde. Deze boeken waren: ‘Ages in Chaos’ (1950), ‘Earth in Upheaval’ (1955), ‘Oedipus and Akhnaton’ (1960), ‘Peoples of the Sea’ (1977) en ‘Ramses II and his time’ (1978). Al deze boeken werden in de loop van het afgelopen decennium door uitgeverij Ankh-Hermes ook in Nederland geïntroduceerd.

Was Velikovsky de eerste geweest, die met een botsingstheorie kwam, dan had hij nog de verdienste gehad van het blootleggen van een nieuw onderzoeksgebied. In werkelijkheid had hij echter vele voorgangers met opvallend gelijkluidende opvattingen, zoals William Whiston (1696), Ignatius Donnelley (1882) en Hans Hörbiger (1913). Allen ondersteunden hun theorie met dezelfde mythen en sagen en teksten uit het Oude Testament. Hoewel Velikovsky hun werk gekend moet hebben, maakte hij van hen geen melding en behield hij de eer aan zichzelf. ‘Alleen een filosofisch en historisch, maar ook analytisch getrainde geest kan in de mythologie de ware betekenis onderkennen,’ zei hij zelf eens.

Pseudo-geleerde

In de ogen van de gevestigde wetenschap is Velikovsky dan ook bijna het volmaakte schoolvoorbeeld van de pseudo-geleerde. Autodidact in de onderwerpen waarmee hij zich het meeste bezighoudt, volledig afgezonderd werkend van de wetenschappelijke collega’s, met een onwankelbaar geloof in de revolutionaire waarde van het eigen werk en de kortzichtigheid van de critici en gedreven door een sterke drang om dogma’s te verdedigen, waaraan om niet wetenschappelijke redenen wordt vastgehouden. Velikovsky wil bewijzen, dat de Bijbel veel waarheid in zich heeft en dat de miraculeuze gebeurtenissen, die in het Oude Testament worden beschreven, werkelijk zijn gebeurd. Maar mensen als Galilei en Wegener werden aanvankelijk ook als ketters beschouwd en kregen later gelijk? Sommigen zijn later inderdaad gerehabiliteerd, maar niet door druk vanuit het publiek, maar doordat de wetenschap een zichzelf regulerend geheel is en omdat waarnemingen, experimenten en gezond verstand uiteindelijk ‘die’ theorie ondersteunen, die het nauwkeurigste beeld van de wereld oplevert. Dit proces werkt altijd, hoe grimmig en lang de strijd ook mag duren. Ook de theorie van Velikovsky is in de strijd geworpen, maar er is nog niet één aanwijzing gevonden, dat de planeten in historische tijden kris-kras door het zonnestelsel hebben gestuiterd.

http://robscholtemuseum.nl/?s=Velikovsky

Leave a comment

Your email address will not be published.

*