Cor Hendriks – De Mythe van het Opbouwwerk (4): Het Buurtwerk

Het buurtwerk

Het buurtwerk was een vaag gedefinieerd project, waar ik me samen met Aad mee bezig hield. In het begin was dit zeer experimenteel en speculatief. Overigens was het moeilijk om een gezamenlijk moment te plannen. Weliswaar stond er die donderdagmiddag voor (zie roosters 1, 2 en 3, http://robscholtemuseum.nl/cor-hendriks-de-mythe-van-het-opbouwwerk-1-inleiding/), maar we hadden allebei ook veel andere werkzaamheden, administratief, enzovoort, vooral Aad, terwijl ik een hele tijd bezig was om wat te maken van die buurtenquêtes.

In de eerste week, dat ik in het Vijfhovenhuis werk, wijdt Aad me in in het buurtwerk. We praten een tijdje over de enquêtes, waarna ik ze mee naar huis neem om ze op mijn gemak te bekijken. Sindsdien houd ik me er af en toe mee bezig en produceer diverse tabellen. Aad heeft het ondertussen druk gekregen met zijn eindscriptie voor de MBO kw. Half november heb ik tijdens de sjoelclub een gesprek met Aad over de buurtenquête en dat we, als we een enquête van de buurt willen hebben, anders te werk moeten gaan. Tijdens het gesprek, dat we later op de avond hierover hebben, komen we tot de gedachte om een buurtonderzoek op te zetten met het doel om binnen anderhalf jaar met een rapport te komen, dat duidelijke gegevens bevat over de wensen van de mensen ten aanzien van buurthuis en buurtwerk. Dit rapport moet behalve goed leesbaar ook goed gefundeerd zijn, zodat het ook als handleiding kan dienen voor toekomstig onderzoek. De volgende dag bespreken we het plan met Don, die we op de hoogte stellen van de stand van zaken met betrekking tot de buurtenquête van het Zuidwest zomerfeest, waarna we de ideeën presenteren, die we over een echte buurtenquête ontwikkeld hebben. We bespreken de mogelijkheden voor onderzoek. We weten niet eens precies hoe het zit met de populatie. Gaat het om 6.000 mensen of gezinnen? We zouden bijvoorbeeld via de Zuidwester, het huis aan huis krantje waarin we tweewekelijks onze vaste rubriek hebben, een extra pagina op onze kosten kunnen verspreiden. Ook zouden we steekproefsgewijs te werk kunnen gaan, met bijvoorbeeld een indeling in leeftijdscategorieën of andere factoren (religie, inkomen). Zo’n enquête kan volgens Don wel op vier blaadjes. Aad en ik denken meer nodig e hebben. Voorlopig wordt er afgesproken, dat ik met een uitwerking kom van de Zuidwest zomerfeestenquête. Ik maak een stencil met de resultaten in schema, zonder verder commentaar. Het enige, dat er uit naar voren komt is, dat er wat aan huiswerkbegeleiding gedaan zou kunnen worden. Dit organiseren zal door Aad en mij gebeuren. Ondertussen zal ik verder over het buurtonderzoek nadenken. Er komt echter weinig uit. In januari gaan Aad en ik met nieuwe energie aan de slag. De scriptie van Aad is af. Donderdag 6 januari 1977 doen we verslag van ons gesprek in het avond teamberaad onder ‘Gesprek Cor en Aad’: “Cor en Aad hebben over de volgende dingen gepraat:

A. Politieke Partijen Dag.
Dit is veranderd in een maand, die duurt van eind april tot eind mei vlak voor de verkiezingen. De eerste week zal in het kader van de democratie staan; de bedoeling is, dat er uitgelegd wordt hoe ons land bestuurlijk in elkaar zit. De tweede week zal in het kader van de politieke partijen staan; de bedoeling is, dat er uitgelegd wordt welke partijen er zijn en wat ze voorstaan. De derde week zal gaan over de programma’s van de politieke partijen. De vierde week zal in het thema staan: wat betekent dit voor jou en voor mij. Het doel van deze maand om mensen informatie te geven om zodoende te bereiken, dat mensen meer bewust gaan kiezen.

B. Huiswerkbegeleiding.
Hier zijn de volgende afspraken over gemaakt: Aad en Cor zullen op de thee sozen gaan onderzoeken hoeveel mensen dit willen, op welke scholen ze zitten en bij welke vakken ze behoefte hebben aan begeleiding. Dan zal er naar bekwame krachten (kosteloos) uitgekeken moeten worden. Wanneer dit rond is, moet er zowel met de bezoekers als met de huiswerkbegeleiders gekeken worden op welke tijd en in welke ruimte het gehouden kan worden.

C. Buurtonderzoek. De volgende afspraken hebben Aad en Cor hierover gemaakt: alle statistische gegevens over Zuidwest zal Cor bij de gemeente opvragen. Op basis hiervan gaan Cor en Aad kijken wat er nog overblijft om te onderzoeken.
Het hoe en wat zullen Aad en Cor verder bespreken; in het teamberaad zal er dan weer een kort verslagje komen.”

Ik ga naar de stadsociograaf en verkrijg daar de volgende boekjes: De bevolking van Leiden naar stadswijk per 31 dec. ’75; statistiek van de verkiezingen in de gemeente Leiden, Gemeenteraad 29 mei ’74; de bejaarden in Leiden, alsmede verwachte ontwikkelingen tot 1985 met een onderzoek naar de behoefte aan plaatsen voor langdurige verpleging ten behoeve van bejaarden in verpleegtehuizen, aan plaatsen in bejaardencentra en aan bejaardenwoningen; De Leidse woningvoorraad naar stadswijken (1970); Bedrijfsvestingen en arbeidsplaatsen in de gemeente Leiden (1970).

In februari stel ik een stukje op voor de Zuidwester met een oproep voor vrijwilligers ten behoeve van de huiswerkbegeleiding, terwijl Aad en ik weer een intensieve bespreking hebben op donderdag 3 februari 1977 over de politieke maand, het contact opnemen met de huiswerkcursus in Leiden Noord en de verdere uitwerking van het buurtonderzoek. Voor de donderdag daarop produceer ik een brief aan Aad met gedachten over een buurtonderzoek, die een samenvatting en verdere uitwerking is van de ideeën, die we tijdens onze gesprekken hebben gekregen.

Eerste vereiste bij een buurtonderzoek is, dat de buurtbewoners als belanghebbenden erkend worden en dat dus door de uitvoerende instantie hier optimaal rekening meer wordt gehouden. Dit houdt in: zoveel mogelijk met instemming van de  buurtbewoners, zoveel mogelijk zelfwerkzaamheid van de buurtbewoners, zoveel mogelijk informatie uitwisseling tussen de buurtbewoners. De uitvoerende instantie dient zoveel mogelijk representatief te zijn voor de buurtbewoners, of in ieder geval in verbinding ermee staan, opdat een goede communicatie mogelijk is. Een maquette van de buurt kan een geweldig hulpmiddel zijn om onder medewerkers en bezoekers een soort buurtbewustzijn te creëren, namelijk het idee, dat door middel van het buurthuis een soort buurtbinding kan bestaan. Er moet een soort vertrouwensrelatie ontstaan tussen de buurtbewoners en het buurthuis; door allerlei activiteiten gebeurt dit al, maar nog weinig gericht: meer buurtavonden organiseren, de mensen meer informatie (= advies) geven bijvoorbeeld voorlichtingsavonden (verkiezingen, drugs, milieu, buurtverbetering, buurthuiswerk).
Binnen het buurthuis zal de structuur zodanig moeten zijn, dat de buurtbewoners gestimuleerd worden tot het buurthuiswerk, ook in zijn bredere aspecten. Behalve dat de vergadering openbaar zijn, zou er ook een verslag in de buurtkring moeten zijn. Ook over andere zaken met betrekking tot het buurthuis zou er een stroom van informatie moeten zijn van de kant van het buurthuis naar de buurtbewoners. Een eerste idee hiervoor zou een buurtkrant kunnen zijn. Ook wat betreft de informatie uitwisseling tussen de buurtbewoners kan een krant stimulerend werken. Te denken valt over: interviews met buurtbewoners over buurtzaken of andere zaken, interviews met in en rond de buurt gelegen instanties, artikelen geschreven door buurtbewoners of medewerkers (of overgenomen), informatie over velerlei onderwerpen.
De commerciële levensvatbaarheid van het krantje zal eerst onderzocht moeten worden door een korte proef van belangstelling onder de belanghebbende winkeliers in de directe omgeving.
Ook de mogelijkheid van gebruik door andere buurtgerichte organisaties is een punt van aandacht in verband met omvang, verschijningstijd, opbrengsten. Bijvoorbeeld aankondigingen voor scholen, kerken, verenigingen, bedrijven, et cetera. Voor de twee laatstgenoemden is het nodig een inventarisatie te maken, dit ook in verband met de maquette.
Ten aanzien van de technische vormgeving valt te denken over een combinatie van stencil en zeefdruk. Een zeefdruk installatie is vrij gemakkelijk zelf te maken, maar vrij tijdsintensief in het gebruik (ten aanzien van meerkleurendruk), echter te gekke resultaten. Voor het drukwerk is een ploeg van zo’n 10 medewerkers nodig: stencilen, rapen, nieten, tekenen, fotograferen, zeefdrukken, redactie, typen, lay-out, financiën, producer. Voor het verspreiden: wisselsysteem drie ploegen om de twee weken (of eenmaal per maand), verdelen over alle medewerkers. Voorlopig wil ik me wel beschikbaar stellen voor de taak van producer, dat is organisator van het medewerkersteam, ook dus in verband met het buurtonderzoek, waarover de volgende keer meer!

We bespreken de brief en besluiten om deze lijn voort te zetten. De week erop is Aad ziek. Ik maak een concept  voor de brief aan de politieke partijen, om sprekers te leveren voor de verkiezingskermis, die we op zondag 22 mei ter afsluiting van de verkiezingsmaand gepland hebben, en om materiaal te sturen, waarna ik een korte vakantie van twee weken heb. Er wordt echter in die tijd een avond teamberaad gehouden, waarin het buurtwerk aan de orde is. In het verslag (3 maart 1977) lezen we onder het punt Welzijnsraad Verkeerscirculatieplan: “Samen met een zevental bewoners en de welzijnsraad zullen wij een begin maken met een verkeersplan voor onze buurt. Van het Vijfhovenhuis zullen Aad en Cor zich hiervoor inzetten. Aad en Cor zullen een stukje over buurtwerk schrijven, dat bij de volgende notulen gevoegd zal worden.”

De week erop lezen we in de notulen van 8 maart 1977, dat Aad naar een vergadering is geweest van de projectgroep politieke vorming van de Welzijnsraad. Hij geeft de volgende informatie: “Deze projectgroep is een samenwerkingsverband van de Welzijnsraad (het infobulletin), het LAK en de stichting Burgerschapskunde (een landelijke, onafhankelijke, door CRM gesubsidieerde stichting, die zich ten doel stelt om Nederlandse burgers voor te lichten over politiek, enzovoort). De bedoeling van deze projectgroep is om in Leiden de aandacht te vestigen op de verkiezingen in mei en mensen te motiveren om te stemmen. Namens het Vijfhovenhuis heeft Aad ingebracht wat wij van plan zijn om te doen en dit sloeg erg aan. Afgesproken is dat deze projectgroep een informatiemap samenstelt over welke programma’s er zijn, het belang van stemmen, hoe we vertegenwoordigd zijn, enzovoort; met een cabaretgroep bestaande uit doorgewinterde Leidenaars gaat men een stukje schrijven om op te voeren; gaat proberen om een tentoonstelling over politieke spotprenten naar Leiden te halen. Conclusie: deze groep kan een heleboel goed werk doen (bijvootbeeld het samenstellen van een infomap) en het is geenszins de bedoeling dat zij het werk van de clubhuizen overneemt. Wel aardig is om te constateren dat er maar twee clubhuizen, te weten de Zevensprong en het Vijfhovenhuis, in Leiden zijn, die iets aan de verkiezingen gaan doen.”

De beloofde brief van Cor en Aad is bij de notulen van teamberaad 15 maart 1977 gevoegd.
In het afgelopen teamberaad hebben Cor en Aad beloofd om met een stuk over het buurtwerk te komen. Het volgende is ervan terecht gekomen.

a. Het project politieke voorlichting.
Er is geconstateerd, dat veel mensen zeer ongemotiveerd kiezen; dit komt veelal, omdat mensen zich niet met politiek verbonden voelen; de politieke partijen falen in het duidelijk maken aan de “gewone” mensen wat ze voorstaan, welke programma’s. Deze twee zaken zorgen ervoor, dat mensen niet nadenken over ‘wat betekent deze partij voor mij?’ Ook door de voorlichting van de diverse media en door de traditie – mijn vader stemt de PvdA, die schijnt voor de arbeiders te zijn, dus stem ik daar ook maar op – wordt dit ongemotiveerd kiezen in stand gehouden. Het zich niet met politiek verbonden voelen komt voornamelijk door het feit, dat een politieke partij zich niet aan een verkiezingsprogramma ‘kan houden’, omdat de politiek zo niet werkt. Politiek is een kwestie van schipperen, in negatief opzicht. Een ander punt is, dat in onze parlementaire democratie (ons systeem van kiezen en gekozen worden) de bestuursstructuur voor een niet ingewijde te ingewikkeld is en daardoor niet interessant. In de doelstelling van onze stichting staat, dat een van de taken van de stichting is mensen meer bewust maken van hun eigen leefsituatie, zodat ze deze kunnen veranderen, als ze dat willen. Een manier om een bijdrage te leveren is om in het Vijfhovenhuis informatie te gaan geven op een zodanige manier, dat het de mensen prikkelt om erover na te denken. Wij hebben dus de conclusie getrokken, dat het mis is met de kiesmotivatie, daarom hebben wij als doel van dit project gesteld: “Mensen echt kennis te laten maken met politiek en de diverse partijen; laten inzien, dat de politiek je leven beïnvloedt en dat door onze democratie je hierop invloed uit kan en moet oefenen. Door informatie te geven en hierover te praten of er iets creatiefs mee te doen iets aan de kiesmotivatie doen.
Programmering:
We hebben er lang over gepraat maar uiteindelijk kwamen we aan het volgende programma. Het onderwerp zal in vier thema’s onderverdeeld worden; ieder thema zal een week gaan duren, dit opdat we iedere groep in het Vijfhovenhuis kunnen bereiken. Dan komen we tot de volgende indeling (de verkiezingen zijn op 25 mei 1977; een maand daarvoor begint de week met 25 april 1977):

1e week van 25 april tot en met 1 mei: Wat is democratie?
In deze week willen we proberen duidelijk te maken wat dit begrip inhoudt, hoe Nederland bestuurlijk in elkaar zit en hoe een en ander tot stand komt. Werkwijze: door middel van stencils en flappen aan de muur en affiches en een bemande informatiestand info geven. Tevens zou er in iedere activiteit aandacht aan geschonken moeten worden.

2e week: Waarom wil iedere partij, dat wat er in hun verkiezingsprogramma staat? Er zal duidelijk gemaakt worden hoeveel en welke partijen we in Nederland hebben, welke ideeën ze voorstaan en wel zo kort mogelijk. Werkwijze: zelfde als één en informatie van de partijen zelf.

3e week: Programma’s van de politieke partijen. Deze week zal voornamelijk over de consequenties gaan die de partijen door middel van een programma duidelijk maken en vorm geven. Werkwijze: als 1 en tevens veel exemplaren van allerlei partijprogramma’s ophangen en geven.

4e week: Wat betekent dit voor jou en mij? Dit thema ligt moeilijker, omdat het minder algemeen van aard is als het voorafgaande. Omdat dit project dan al drie weken loopt, mag je veronderstellen, dat met veel mensen er al over gepraat is. Het gaat er in deze week in ieder geval om over de eigen verantwoordelijkheid van mensen te praten en over de invloed van hun keuze en wat er dan (…) kiezen. Eigenlijk komen in deze week al de voorgaande thema’s terug. Werkwijze: al het materiaal van de voorafgaande weken weer ophangen, neerleggen en veel praten met allerlei mensen…

Algemeen

Deze vier weken willen we afsluiten met een verkiezingscircus. Dit zou in kunnen houden: iedere partij een eigen standje geven; in de vier hoeken een sprekershoek inrichten, waar iedere partij zijn zegje kan komen doen, maar waar ook mensen uit het publiek iets kunnen komen vertellen en of vragen, een filmpje draaien, misschien een optreden van een cabaret, opzetten van een tentoonstelling van politieke spotprenten, allerlei lekkernij verkopen, kortom een gezellige dag, handenarbeidactiviteiten gericht op het onderwerp politiek, stemadvies van de aanwezigen, een muziekgroep (geheel kosteloos), enzovoort.

Rode draad

Als we toch alle groepen kunnen bereiken en willen voorkomen, dat de stroom van informatie teveel wordt, dachten wij, dat we iets als een werkmap zouden kunnen maken. Deze werkmap moet dan als een rode draad door de verschillende thema’s gaan lopen. Deze werkmap bestaat uit stencils over de thema’s en werkstukken gemaakt in verband met de thema’s. Er is een groep in Leiden bezig om een dergelijke map in elkaar te zetten.

Hoe verder?

Nu het idee een beetje duidelijk is gegroeid hoe je iets kunt doen voor de verkiezingen is het belangrijk, dat er meer mensen bijkomen, die kunnen helpen met de voorbereiding van het project. Daarom het volgende: iedereen, die tijd en zin heeft. Kom meehelpen!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!! Er zijn nog een heleboel dingen te doen, zoals begroten van de kosten, partijen aanschrijven over informatie en sprekers, bekijken in hoeverre dit gesponsord kan worden, publiciteit en zo zijn er nog wel van die dingen.

Opzetten van het project huiswerkbegeleiding

Uit de enquête, die afgenomen werd op 19 juni 1997, is onder andere gebleken, dat er behoefte is aan huiswerkbegeleiding voor kinderen. Bij de planning van het nieuwe seizoen zijn we eerst begonnen met het verwerken van de enquêtegegevens. Na de conclusies zijn Cor en Aad aan de gang gegaan. Na een gesprek, dat Aad met de huiswerkbegeleiders uit Leiden Noord had, zijn we tot de volgende dingen gekomen.
De start van de huiswerkgroep moet zijn na aanvang van de scholen (de kinderen moeten eerst weer even wennen); er moeten contacten met scholen gelegd worden om te praten over ons idee, het lesprogramma en behoeftepeiling onder de kinderen alsmede kijken in hoeverre scholen bereid zijn hun medewerking hieraan te geven (bijvoorbeeld ruimte), informeren op de scholen naar de eerstvolgende ouderavond om eens te praten met de ouders over ons voornemen; adresbestanden van de leerlingen (doel)groep opvragen, naast de huiswerkbegeleiding ook aandacht schenken aan welke leermogelijkheden er zijn en beroepsvoorlichting (waarbij bijvoorbeeld het Arbeidsbureau uitgenodigd kan worden en we op bezoek bij bedrijven kunnen gaan); informeren, hoe we aan goede huiswerkbegeleiders/sters kunnen komen.
In het gesprek, dat Aad had heeft iemand aangeboden om mee te helpen met het opzetten, daar deze persoon hier veel ervaring mee heeft. Ons voorstel is dan ook om de start van deze activiteit uit te stellen tot in het nieuwe seizoen. De voorbereidingen zullen na het project politieke voorlichting beginnen.

Verkeerscirculatieplan

Dit alles is gaan rollen naar aanleiding van het wat vreemde beleid van de afdeling verkeerszaken (van de gemeente). Het zit namelijk zo: de Telderskade werd plotseling tussen de Hoflaan en de Rooseveldstraat eenrichtingverkeer gemaakt. Toen wij belden om te vragen waarom dit nu gebeurd was, kregen we ten antwoord, dat zij het ook niet zo goed wisten, maar het bleek naar aanleiding van een klacht te zijn gebeurd. Na ons telefoontje werden de borden verwijderd, echter enkele dagen later stonden zij er weer, een vreemde zaak. De Hoflaan is een kinderrijke smalle straat, toch wordt de Boshuizerkade voor één richting afgesloten en het verkeer moet toch ergens heen. We hebben met wat buurtbewoners gepraat wat zij hiervan vonden en of zij hieraan iets wilden doen, ook in het kader van het feit, dat de gemeente momenteel  bezig om in de wijken van Leiden een plan te maken over het verkeer. De mensen, die wij hebben gesproken, zijn er erg enthousiast over. Inmiddels hebben we net de Welzijnsraad contact opgenomen om te kijken, of zij ons hierbij kunnen helpen (het opzetten van een verkeerscirculatieplan). De Welzijnsraad bleek bereid te zijn om hieraan steun te verlenen (moeten ze ook wel, omdat ze daarvoor indertijd zijn opgericht) in die zin, dat ze de weg weten bij de gemeentelijke instanties.
Binnenkort zal de verkeerscommissie officieel opgericht worden en zal uit de volgende mensen bestaan: Hr. Wassink, Jan en Wil Verver, Hr. van Hal, Hr. Clements, Linda en Ber Zonneveld, Conny Nachtegeller, Leendert Boot, Ger Vermeulen, Hr. van Duyvenbode, Ad Kuppens namens de Welzijnsraad, Aad en Cor namens het Vijfhovenhuis.
Wat gaan we verder doen? Binnen ongeveer twee weken een vergadering bijeenroepen om 1) de groep officieel op te richten, 2) te kijken wat we willen gaan doen, 3) op een rijtje zetten van wensen, 4) te kijken hoe we de mening van de buurt rond het Vijfhovenhuis kunnen peilen.

Vervolg enquête – het grote buurtonderzoek

Het doel van de enquête was om te weten te komen wat mensen uit de buurt vinden van a) wat er tot nu inderdaad in het buurthuis, b) wat er in de toekomst  moet gebeuren, c) in hoeverre mensen bereid zijn mee te helpen. Na de verwerking van de gegevens bleek, dat door de te kleine ruimte van de vragenlijst er ook weinig is uitgekomen. Daar wij willen weten wat er in de buurt leeft, is het belangrijk, dat er een zeer goed buurtonderzoek komt. Het is dan ook mogelijk om het programma aanbod beter af te stemmen. Door gebrek aan tijd moet dit echter ook voor onbepaalde tijd opgeschort worden.
Met vriendelijke groeten, Aad en Cor.

Maandag 14 maart breng ik om 9.30 uur mijn eerste bezoek aan de projectgroep Politieke Vorming en heb ’s middags hierover met Aad een gesprek. We besluiten, dat ik me verder met de map zal bezig houden als afgevaardigde van het Vijfhovenhuis. In het teamberaad van 15 maart 1977 vragen we in de rondvraag, of er nog mensen zijn die mee willen doen aan de verkiezingscommissie. Don heeft zich al aangemeld. Zijn er nog meer belangstellenden???? Ook delen we mee voortaan na afloop van het teamberaad te gaan praten over buurtwerk.

Dinsdag 22 maart 1977 hebben Aad en ik een gesprek met Ad Kuppens om 16.00 uur. In het teamberaad van 29 maart 1977 doe ik verslag van mijn eerste bespreking met de projectgroep Politieke Vorming over de werkmap. We zijn met zijn drieën, ik namens het Vijfhovenhuis, Dirk de Frenne van de Welzijnsraad en Henk van Ommen van de stichting Burgerschapskunde. We maakten een voorlopige opzet voor de werkmap en voor volgende week bereiden we ieder een thema voor.

Onder het punt Verkiezingsmaand buurtwerk lezen we:
Cor en Aad hebben een stukje geschreven over hun buurtwerk activiteiten tot nu toe. Dit stuk was bij de notulen van het teamberaad van 15 maart 1977 aangehecht. Naar aanleiding van dit stukje ontstond een discussie over prioriteitsstelling van het buurtwerk. Wat heeft voorrang, de verkiezingsvoorlichting of het opzetten van de huiswerkbegeleiding? Door tijdgebrek is het niet mogelijk gebleken om het alle twee goed te doen. De verkiezingen hebben van Aad en Cor voorrang gekregen, waardoor de huiswerkbegeleiding pas het nieuwe seizoen kan starten. In dit nieuwe seizoen zullen de roosters van Aad en Cor meer op elkaar afgestemd moeten worden, opdat zij wat meer tijd krijgen om samen aan buurtwerk te doen. Dan kan er zeker meer uitkomen.”

Eind maart verschijnt er in het maart-april nummer van het infobulletin van het overleg wijkorganen (de Welzijnsraad) in het speciale info inlegdeel een special over de verkiezingen over de twee midden pagina’s, waarin als eerste de verkiezingsmaand in het Vijfhovenhuis genoemd wordt in het rijtje van activiteiten in Leiden rondom de verkiezingen.

Op 29 maart 1977 gaat de verkeerscommissie van start. Er zijn een zevental buurtbewoners aanwezig, waarvan de meesten medewerker van het Vijfhovenhuis zijn. De vergadering wordt door mij voorgezeten. Na de opening door mij legt allereerst Ad Kuppens, de vertegenwoordiger van de Welzijnsraad, uit hoe de gesprekken tussen het Vijfhovenhuis en de Welzijnsraad zijn geweest. Daarbij hebben wij het gehad over de zeer vreemde verkeersmaatregelen, die zijn genomen (Boshuizerkade, Telderskade) in de wijk en die later weer zijn teruggenomen. Ook de reacties van de buurtbewoners hebben we doorgenomen en van de kant van het Vijfhovenhuis hebben we verteld, dat we het initiatief hebben genomen tot het opzetten van een werkgroep. Dan vertel ik: “In deze vergadering moeten we kijken wat we gaan doen, welke gevolgen dit heeft gezien tijd en energie en of we dan nog door willen gaan. Het succes van ons werk zal afhangen van ons enthousiasme.” Vervolgens vertelt iedereen, die aanwezig is wat over zijn en of haar straat en welke dingen daar gebeuren. We stellen vast, dat de verkeerssituatie in de wijk zeer slecht is. Het is noodzakelijk, dat daar iets aan gebeurt, mede doordat er op het stadhuis weer iemand komt, die in anderhalf jaar een verkeerscirculatieplan voor Leiden moet opzetten. Nu kunnen de buurtbewoners nog meepraten, wat over anderhalf jaar niet meer kan. De heer van Duyvenbode vertelt, dat de gemeente al twee jaar een verkeerscommissie heeft, die bezig is met het onderzoeken van de verkeerssituatie. Verder wordt er opgemerkt, dat als we naar de verkeerssituatie gaan kijken, we ook de totale woonomgeving in ogenschouw moeten nemen (bijvoorbeeld groenvoorziening).
Vervolgens hebben we het over het verkeer door de wijk: het zware verkeer over de Telderskade, Rooseveldstraat en Boshuizerkade; het busverkeer over de 5 Meilaan en Boshuizerkade en het sluipverkeer over de Boshuizerkade en de Hoflaan, dat veroorzaakt wordt door de stoplichten op de Churchilllaan. Het kenmerk van sluipverkeer is hoge snelheden en parkeerproblemen. We willen er in ieder geval wel met zijn allen tegenaan. Na lang beraad spraken we af, dat Ad Kuppens een plattegrond zal maken, die bij de notulen zal worden gevoegd. Iedereen bekijkt op de plattegrond speciaal de Boshuizerkade en de Hoflaan met daarbij de volgende zaken in het hoofd: a) parkeergelegenheid; b) welke verkeersmaatregelen; c) de gevolgen voor de zijstraten. Aad en Jan Verver zullen een stukje schrijven voor de kranten.

In het teamberaad van 5 april 1977 wordt van deze vergadering verslag uitgebracht. Ook is er weer een bijeenkomst geweest van de projectgroep politieke vorming, waarin verder gewerkt werd aan de werkmap verkiezingen. Verder onder het punt Brief Aad: “Aad heeft een brief geschreven aan het teamberaad, waarin hij uitlegt, dat het niet aan zijn ijver te wijten is geweest, dat de huiswerkbegeleiding nog niet is gestart, maar dat er door allerlei heel begrijpelijke redenen stomweg niet genoeg tijd is geweest. Men had toch kunnen weten, dat Aad zich het apezuur werkt. Daarom vindt hij het jammer, dat het nodig bleek te zijn, een uitlegbriefje aan het teamberaad te sturen.”

De brief van Aad is gedateerd 3 april 1977 en luidt als volgt:
Naar aanleiding van het vorige teamberaad over het punt buurtwerk moeten mij toch een aantal dingen van het hart. Ten eerste wil ik stellen, dat als er kritiek is op mij of Aad en Cor, het een goede zaak is als dit zonder omhaal gezegd wordt. Ten tweede, dat ik wat mijzelf betreft dan ook iets met deze kritiek zou willen en of kunnen doen in mijn werk. Ten derde dat ik een erg rot klote gevoel aan het vorige teamberaad gesprek heb overgehouden, dit omdat het stuk wat Cor en ik samen geschreven hebben helemaal niet goed bekeken is en ook omdat iedereen maar klakkeloos heeft overgenomen wat Don naar voren bracht, namelijk dat er in een jaar tijd uit het buurtwerk weinig is gekomen, anders gezegd niet veel terecht is gekomen, waarbij het idee eronder lag van Cor en Aad hebben weinig of niets gedaan. Ook heb ik gemerkt, dat door dit gesprek er mensen anders naar mij toe reageren, dan voordien gebeurde. Kortom in het gesprek wat werd gevoerd is er maar van een kant uit de hele zaak bekeken, namelijk dat het buurtwerk vorig jaar op het rooster is gezet en dat er volgens het stuk te weinig is uitgekomen. Dit laatste wil ik aanvechten, omdat dit niet waar is in mijn ogen. Voor de duidelijkheid zal ik de volgende dingen eens op een rijtje zetten. Op 19 juni 1977 hebben we een enquête afgenomen met als reden, dat we wilden weten welke wensen er onder onze buurtbewoners leven. Uit deze enquête bleek later onder andere, dat er behoefte was aan huiswerkbegeleiding. In de voorbereiding van het nieuwe seizoen is hiermee rekening gehouden in die zin, dat er in het rooster van Aad en later Cor ruimte is gemaakt, namelijk een middag per week. Volgens afspraak heeft Cor de enquête eerst helemaal uitgewerkt, eind december was dit afgerond. Ikzelf ben in deze bezig geweest met mijn eindwerkstuk voor de MBO kw; iedereen wist hier ook van af. In januari konden Cor en Aad pas echt samen met het buurtwerk bezig zijn. De resultaten hiervan staan in het door ons geproduceerde stuk. Ook de keuze, die we hebben gemaakt, kun je hierin vinden. De keuze is gemaakt op basis van het feit, dat de verkiezingen erg belangrijk en op korte termijn zijn. De huiswerkbegeleiding kun je niet half in het seizoen starten, daarom gaan we het organiseren na het project verkiezingen, dus in het nieuwe seizoen. Het vreemde is, dat iedereen, die in het teamberaad van vorige week aanwezig was, dit wist, maar niemand heeft zijn mond opengedaan. Door het gesprek ben ik gewoon dichtgeklapt, omdat het in een rot sfeer gebeurde; naderhand ben ik ook erg kwaad geworden, maar omdat ik het niet alleen wil opvreten, stel ik het door deze brief aan de orde.
Ik wil eindigen met te zeggen, dat ik mij verbaas over het feit, dat de mensen in het Vijfhovenhuis na ruim drie jaar nog niet weten hoe ik ben. Zodoende hadden jullie kunnen weten, dat ik best tegen kritiek kan, maar niet tegen een onredelijk gesprek. Ik hoop, dat ik duidelijk genoeg heb kunnen zijn.”

In het teamberaad van 3 mei 1977 bij de rondvraag vraagt Aad, of hij een boek mag kopen voor de stichting over de verkiezingen. Het boek, een overzicht van alle verkiezingsprogramma’s, kost ƒ 20,-. Cor vraagt woensdagmiddag vrij voor de lay-out van de verkiezingenmap. De vergadering gaat met beiden akkoord.

Die avond is er de tweede bijeenkomst van de verkeerscommissie. Na de opening en bespreking van de notulen van de vorige keer, vraag ik Aad, waar zijn stukje voor de kanten blijft. Hij belooft het zo snel mogelijk af te hebben. Vervolgens hebben we het over de plattegrond van de buurt, waar Ad voor zou zorgen. Dit zal waarschijnlijk te duur gaan kosten, zodat we het voorlopig moeten doen met het primitieve plattegrondje, dat bij de notulen van de vorige keer zat en bedoeld is als werktekening, waarop ieder zijn of haar ideeën kan invullen. Vervolgens stel ik voor om zo min mogelijk in details te werken. Het is beter om zo min mogelijk voorstellen te doen om zo veel mogelijk te bereiken. Verder stel ik voor om individueel of in groepjes de straat op te gaan om vast te stellen hoe de situatie ter plaatse is (bijvoorbeeld als een school uitgaat). Hiermee stemt de vergadering in. Ad vertelt, dat hierbij de maten van de straat en de stoep belangrijk zijn, omdat er voorschriften zijn, die bijvoorbeeld voorschrijven hoe breed een straat moet zijn om voor één richting verkeer in aanmerking te komen. Ad zal zich over de normen informeren. Er worden groepjes ingedeeld. Verder doet Ad het voorstel om scholen in te schakelen bij het tellen in het kader van bijvoorbeeld aardrijkskundeles. Cor zal contact opnemen met een aardrijkskundeleraar, Ad zal achter telling gegevens aangaan en proberen het viltbord van de Welzijnsraad te lenen.
Vervolgens legt Ad Kuppens uit hoe het op het gemeentehuis zit. Hij geeft het verschil aan tussen de dienst verkeerszaken – technici, die plannen maken – en de secretarie verkeerszaken, die het beleid maakt. Tot slot worden er nog wat suggesties gedaan met betrekking tot het verkeer in de wijk. Het zware verkeer gaat door de wijk rijden vanwege de niet afgestelde stoplichten op de Churchilllaan. Daarom zou er een “groene golf” op de Churchilllaan moeten komen, waardoor ook de snelheden beperkt worden. De verkeerslichten voor voetgangers moeten dus niet langer hand bedienbaar zijn. Verder moeten de straten gevrijwaard worden van verkeer, dat er niet thuis hoort.
Aan de notulen zit verder een samenvatting gevoegd van de briefwisseling van de heer Metaal en de gemeente van 22 mei 1975 en 17 juni 1975 over de problemen rond de Telderskade scholen en het sluipverkeer over deze weg.

In het teamberaad van 10 mei 1977 wordt verslag gedaan van deze vergadering. Tevens wordt bij het punt Werkmap Verkiezingen opgemerkt, dat de map af is. Ik vertel er het een en ander over en de volgende week zal bijna het hele teamberaad hieraan gewijd worden. Degene, die deze map willen hebben, kan hem bij Aad afhalen. In de notulen van het teamberaad van 17 mei 1977 lezen we onder het punt Werkmap Verkiezingen: “Lesley legt uit hoe de politieke molen in elkaar zit en hij deed dat prima. Op de helft van het gesprek kwam er een conflict met Willem en de andere mensen, die op het teamberaad aanwezig waren. Er is nog even heen en weer gepraat en afgesproken is, dat Willem, Aad, Lenie, Dirk en Henk maandagochtend hierover een gesprek hebben. Voor het verslag van de werkmap verkiezingen komt er volgende week een aanhangsel aan het teamberaad verslag.”

De week daarop is er geen verslag, maar wel zien we onder het punt Evaluatie politieke kermis (notulen teamberaad 24 mei 1977): “Deze middag, die gepland was voor de buurtbewoners om ze voor te lichten over de politieke molen, was een (…) middag. We hadden een ding tegen en dat was het weer. Verder wordt er niet over gepraat.

Verslag van de werkmap ‘Kiezen ja maar wat?

In de evaluatie van het project Algemene Politieke Vorming van de periode februari 1977 – augustus 1978 door Dirk de Frenne van de Welzijnsraad lezen we:
In de ‘eerste periode’ (dus vorig jaar) is door de Werkgroep Algemene Politieke Vorming een cahier voor bestuur en politiek uitgebracht. Die map was samengesteld door een drietal mensen uit de sfeer van de werkgroep. Het werkschrift ‘Kiezen? Ja! Maar wat?’ was opgezet vanuit de gedachte, dat er ten behoeve van groepen bij bepaalde instellingen in het vormingswerk en de clubhuizen, een agogisch hanteerbare map moest komen. Beknopt, niet te moeilijk geschreven en volgens een bepaalde formule, die was afgestemd op het gebruik door en in groepen of klassen. Het ding was onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1) Wat is politiek? 2) Wat is democratie? 3) Wat zijn politieke partijen? En 4) Wat betekenen verkiezingen en partijprogramma’s concreet voor jou (let op de toenemende precisering)? Ieder hoofdstukje begint met de betreffende vraagstelling met daaronder ruimte voor antwoorden. Dan volgt een stukje tekst, hier en daar onderbroken door een gearceerde vraag. En tenslotte weer een lege bladzijde voor de antwoorden. De gedachtegang achter deze opzet was: de groepsbegeleider heeft uiteengezet wat er gaat gebeuren: doel en belang, et cetera, waarna hij de mappen uitdeelt. Voordat de tekst wordt gelezen, vraagt hij aan de groep of iedereen zoveel mogelijk antwoorden vergeleken en bediscussieerd. Dan geeft de begeleider gelegenheid om het bijbehorende stukje tekst te lezen en de antwoorden op de overige vragen op te schrijven. Hierna volgt wederom discussie naar aanleiding van en over de tekst en de antwoorden.
Op de volgende bijeenkomst komt het volgende hoofdstuk aan de beurt, op dezelfde wijze, enzovoort ‘Dat vinden alle instellingen leuk,’ dachten we. Helaas zijn we niet in staat geweest om de hanteerbaarheid van deze opzet te toetsen. Behalve dan, dat we uit navraag weten, dat hij niet of niet op de bedoelde wijze is gebruikt. Hierbij speelt het volgende complex van factoren een rol: In de eerste plaats is er de (…) moeilijkheid, dat het aanbod van de werkgroep een beetje vrijblijvend was; onder andere hangt dit samen met het feit, dat er inzake de werkmap niet in een zeer vroeg stadium contact is gezocht met de afzonderlijke instellingen, enerzijds hebben ze niet de gelegenheid gehad zodanig aan het cahier mee te werken dat het gedeeltelijk als een eigen productie werd gezien en anderzijds was men in veel gevallen reeds met eigen programma’s begonnen, waar de werkmap zich niet meer in liet passen. Men gebruikte hoogstens enkele dingen eruit. De werkmap kwam überhaupt zo kort voor de verkiezingen uit, dat de tijd niet toereikend was, zelfs het eigen schema. De tekst werd in de meeste gevallen door de begeleiders te moeilijk geacht; de map was op dit punt duidelijk zijn doel voorbij geschoten.

Werkmap ‘Kiezen ja maar wat' ( bijlage 8)

Werkmap ‘Kiezen ja maar wat‘ ( bijlage 8)

Tot zover Dirk. De map is op A4 formaat, 30 pagina’s, verlucht met plaatsjes, een strip van drie pagina’s en een door mij ontworpen omslag (zie hier boven: bijlage 8). De lay-out en productie werden door Dirk en Marja Robbers van de Welzijnsraad verzorgd. Ten behoeve van de map is ongeveer 10 maal een bijeenkomst geweest van Dirk, Henk en mijzelf. Binnen het Vijfhovenhuis werden enige exemplaren verspreid en werd een teamberaad aan het schrift besteed. De map is niet volgens opzet gebruikt, ten gevolge van het late uitkomen enerzijds en anderzijds de weinig creatieve manier, waarop met de map werd omgesprongen. Ook het op voorhand verwerpen van een follow-up van de map ten behoeve van de gemeenteraadsverkiezingen getuigt van starheid. Het feit, dat de verkiezingsmarkt niet liep, moet ook niet gekoppeld worden aan het nut en of welslagen van een langdurend project. In het teamberaad van 31 mei 1977 doen Aad en ik verslag van het gesprek, dat we hebben gehad met Johan van de huiswerkbegeleiding in Noord:
Het waarom van zo’n huiswerkbegeleiding. Het doel is 1) kinderen begeleiden bij de leerstof, en 2) kinderen helpen leren. De leeftijdsgroep, waar we op mikken is de 11-12 jarigen. Deze kinderen gaan het volgend jaar naar het voortgezet onderwijs en de brugklas is vaak het moeilijkst. Voor het starten moet er met de hoofden van de diverse scholen contact worden opgenomen en ook moet er voor sommige klassen met de kinderen gepraat worden. In september moet er aan de leerlingen van deze klassen een briefje gestuurd worden. Verder zal er een kaartsysteem gemaakt worden om diverse dingen aan te tekenen. De bedoeling is, dat de huiswerkbegeleiding vier maal per week gehouden zal worden van 16.00-17.30 uur. De leiding zal misschien bestaan uit zes mensen, die dan per stuk ongeveer vier kinderen op zich nemen. Het lesmateriaal, dat aangeschaft moet worden bestaat uit een woordenboek, atlassen, overzichtelijke grammatica, achtergrond infowerkstukken, wiskunde spullen en materiaal voor de begeleiders. Als we eventueel begeleiders te kort komen, moeten we advertenties plaatsen in studentenbladen of in de krant. We hebben al zes mensen (Don, Aad, Cor, José en misschien Bert en Theo). Voor de begeleiders zijn de volgende afspraken gemaakt: ze komen regelmatig bijeen (twee maal per week), houden een keer per maand een overleg, werken via een mentorsysteem voor een groep van drie à vier kinderen  en onderhouden contact met de ouders (minstens een keer per jaar alle ouders). De contacten met de scholen zijn voor verwijsfunctie, duidelijkheid voor alles, zelf regeling van de onkosten, inzicht in de leerstof en samenwerking met betrekking tot de problemen.”

Begin juni is er weer een vergadering van de bewonersverkeerscommissie, die precies een half uur duurde, omdat veel mensen hadden afgezegd. Afgesproken werd dat Ad Kuppens de stratengegevens zal proberen op te sturen en dat de mensen, die alles opgemeten hebben, op basis van deze gegevens hun conclusies zullen trekken.  In het teamberaad van 14 juni 1977 doet Aad verslag van zijn gesprek met het hoofd van de Antoniusschool, die het een prima initiatief vindt, bereid is om mee te werken, maar in zijn school geen ruimte kon bieden voor deze activiteit. Op 23 juni 1977 zou er nog een laatste vergadering zijn geweest door Aad, maar hierover heeft mij geen verslag bereikt; waarschijnlijk is de vergadering niet doorgegaan.

Meer informatie:
http://robscholtemuseum.nl/?s=opbouwwerk
http://robscholtemuseum.nl/?s=clubhuis
http://robscholtemuseum.nl/?s=buurthuis
http://robscholtemuseum.nl/?s=verkeersplan
http://robscholtemuseum.nl/?s=politieke+vorming
http://robscholtemuseum.nl/cor-hendriks-de-mythe-van-het-opbouwwerk-1-inleiding/
http://robscholtemuseum.nl/cor-hendriks-de-mythe-van-het-opbouwwerk-2-het-medewerker-onderzoek-inleiding/
http://robscholtemuseum.nl/cor-hendriks-de-mythe-van-het-opbouwwerk-3-medewerker-onderzoek-evaluatie-1976-1977-uitslag/

3 Trackbacks / Pingbacks

  1. Cor Hendriks – De Mythe van het Opbouwwerk (6): Buurtwerk Seizoen 1978 – 1979 (met PDF) | Rob Scholte Museum
  2. Cor Hendriks – De Mythe van het Opbouwwerk (7): Het Gehandicaptenwerk | Rob Scholte Museum
  3. Cor Hendriks – De Mythe van het Opbouwwerk (8): Verslag van mijn werkzaamheden aan de hand van de coördinatie map (1) Seizoen 1977 – 1978) | Rob Scholte Museum

Leave a comment

Your email address will not be published.


*