Cor Hendriks – De Mythe van het Opbouwwerk (3): Medewerker Onderzoek Evaluatie 1976-1977 (Uitslag)

Uitwerking Algemeen Gedeelte Medewerker Onderzoek Evaluatie 1976-1977

De antwoorden zijn zo opgesteld, dat de eerste vetgedrukte woorden de gevraagde items bevatten.

1. Het clubhuis draaide wel aardig in het afgelopen seizoen, vonden de meesten. De bezoekersaantallen waren hoog, evenals het binnengekomen geld. Wel was er kritiek op de onderlinge werkwijze. Daarin waren nogal wat conflicten. Tussen de betaalde krachten was weinig samenhorigheid. Ook was het programma inhoudelijk aan de magere kant. Slechts één persoon vond, dat het clubhuis slecht had gedraaid vanwege het te grote leeftijdsverschil. Diversen wisten niet hoe het clubhuis had gedraaid, vanwege te korte ervaring of omdat ze maar voor één bepaalde activiteit kwamen.
2. Met de algemene manier van werken waren er maar een paar tevreden. Deze vonden het goed, dat iedereen een beetje inspraak heeft en dat als er iets was, het met zijn allen gedaan werd. Daarentegen waren er nogal wat bedenkingen. De sfeer van de stafkrachten is fijn, maar er zou meer ruimte moeten zijn voor experimentele werken en het geouwehoer verpest de sfeer. Ook wordt er nog te veel met twee maatstaven gemeten. De zelfdiscipline zou wel groter mogen zijn, zoals bijvoorbeeld het op tijd komen. Er is weinig samenhorigheid en conflicten blijven lang na sidderen. Sommigen waren niet tevreden. De medewerkers van vrijwilligers waren soms te slap en we moeten uitkijken voor een tent van egotrippers. Er wordt te veel individualistisch door de stafkrachten beslist en er zou iets opgezet moeten worden voor oudere leeftijden (45-55 jaar).
3. Het doel van het clubhuis. Het buurthuis is voor alle leeftijden en alle groepen. Het geeft bezigheid in de vrije tijd van de buurtbewoners. Deze bezigheid bestaat uit recreatie, hulpverlening, vorming en het leggen van contacten. De kinderen worden op een gezellige manier van de straat gehouden, door amusement en creativiteit. Voor de ouderen moet de mogelijkheid tot communicatie en gezamenlijke creativiteit geschapen worden. Aan de behoeften en wensen van de buurtbewoners moet tegemoet gekomen worden. De mensen moeten op een speelse manier wat bijgebracht worden, bij hun problemen thuis moeten zij geholpen worden. Kortom, het buurthuis moet het middelpunt zijn, waar op alle gebieden inlichtingen wordt gegeven; waar men zich ontwikkelt op de samenleving; een plaats, waar de buurtbewoners nader tot elkaar gebracht worden, waar die dingen, die voor hen van belang zijn, worden verzorgd.
4. Aan dit doel beantwoorden doet voor de meesten de gang van zaken minstens voor een deel. Er wordt veel aandacht besteed en veel mensen trekken er af en toe eens heen. Wel wordt opgemerkt, dat ontspanning de grootste trekker vormt en dat het programma hoofdzakelijk blijft steken in de amusementssfeer en inhoudelijk weinig te bieden heeft.
5. Het programma aanbod wordt door iedereen vrijwel goed gevonden, al vinden sommigen het te mager, vooral op het gebied van creativiteit, uitbreidingssuggesties; fotoclub; meer voor huisvrouwen (bijv. CREA club); speciale doelgroepen, zoals invalidenmiddagen of avonden geven, cursus Nederlands of zoiets als “ouders op herhaling”, huiswerkcursus; vorming door middel van politieke of culturele groepen; zelfwerkzaamheid van de buurtbewoners stimuleren (in werkgroepen); uitbreidingssuggesties moeten in de eerste plaats uit de buurt komen, niet uitbreiden als je de mankracht er niet voor hebt; er moet komend seizoen niet méér gebeuren.
6 a. Op de bestuursvergadering zijn nogal wat aanmerkingen. Bijna de helft vond haar goed. De vergaderingen zijn interessant, zinnig en belangrijk en het was niet nodig om “poppetjes te tekenen”. De bedenkingen zijn: niet iedereen, die je er mag verwachten, is er, jammer; sommige deelnemers zouden wat meer intensiteit mogen opbrengen. Ook was het soms wel “wartaal”, er wordt te veel op details ingegaan en te veel gedomineerd door bepaalde figuren. Ook is er te weinig informatie vooraf.
Voor sommigen waren er heel wat bedenkingen. De vergaderingen zijn in niet te volgen mandarijnen taal, waarvoor je naar de universiteit moet zijn geweest. Vaak zijn dezelfde mensen aan het woord.
6 b. Met het teamberaad is ook de helft tevreden, terwijl de andere helft bedenkingen heeft. Deze bedenkingen zijn: te weinig diepgang, te zakelijk, te veel kleine dingetjes, waardoor structurele zaken achterwege blijven. Sommige deelnemers hebben te weinig motivatie en nemen het gebeuren niet serieus. Soms lijkt het theekransje. Anderzijds worden er nogal eens sleutelbeslissingen genomen, terwijl het zou moeten gaan om werkbeslissingen binnen de door de bestuursvergadering gestelde kaders.
7. De verhouding tussen de medewerkers wordt matig gevonden. Af en toe gaat men wel eens een brug te ver. Niet altijd is het dikke mik. Er zijn groepen, die met elkaar samenwerken en andere afkatten. Er wordt te veel achter iemands rug om geouwehoerd. Men werkt langs elkaar, terwijl er soms nogal wat haat en nijd is. Een medewerker moet wel meewerken, dat wil zeggen wat minder op zijn eigen strepen staan en vriendelijker zijn, met minder haken en ogen.
8. De betaalde medewerkers krijgen ook enige kritieken te verduren. Een aantal vindt het goed: het loopt niet uit de hand, maar als een wijkbewoner moet je kritisch blijven toekijken. Echter er zijn meer bedenkingen. Ze zouden wat meer van hun werk moeten maken, meer tijd aan elkaar besteden bijvoorbeeld in het werkoverleg. Wel wordt opgemerkt, dat er af en toe niet goed te werken valt wegens grote drukte in het kantoor. Iemand anders merkte op, dat er mensen bij zijn, die soms ergens gebruik van maken. Ook op de medewerker begeleiding valt veel aan te merken: ze laten te veel de vrijwilligers voor het werk opdraaien; verder zijn ze veel te eenzijdig bezig, met te weinig overzicht, te weinig het goede voorbeeld. Hoe zou het zitten met hun inzet? Er zijn er bij, die vaak te laat komen: dat geeft onnodige wrijvingen.
9. De vrijwillige medewerkers komen er iets, maar niet veel, beter af. Misschien komt dat, omdat je niet al te kritisch mag zijn, juist, omdat ze vrijwilliger zijn. In ieder geval krijgen ze grote complimenten. Er wordt hard gewerkt, alleen zouden ze beter begeleid moeten worden. De bedenkingen zijn: wat ze doen is meegenomen, sommigen doen het erg goed en maken het gezellig, anderen hangen alleen maar rond. Diegenen, die het goed doen, zijn dan ook echt geïnteresseerd met hun taak bezig. Diegenen, die maar rondhangen, zijn er alleen voor de gein, om bij het clubhuis te horen en vertikken het om wat te doen of om het gezellig te maken. Ze denken alleen maar aan zichzelf, maar er moet af en toe toch ook op hun gerekend kunnen worden. Ook hier vroeg iemand zich af hoe het met hun inzet zit. Iemand anders vond, dat ze te weinig inzicht hebben en te weinig het goede voorbeeld zijn.
10 a. Over de verdeling van het takenpakket hadden de meeste geen mening. De bedenkingen waren: proberen niet dezelfde fouten te maken als voorheen en meer op de centen letten (in onze omstandigheden moeten we nu winst maken). Ook werd de verdeling onredelijk gevonden. De een heeft meer taken dan de ander, dat zou meer uitgewerkt moeten worden. Er moeten duidelijk afspraken zijn voor de verantwoordelijkheid.
10 b. Het secretariaat werd goed gevonden, al stond het nogal los en was het onduidelijk ter inzage.
10 c. De financiële administratie was iets minder. Er zou betere begrotingsbewaking moeten plaatsvinden, terwijl de administratie te ondoorzichtig is en te weinig open.
10 d. De mappencontrole was slecht, ten gevolge van onduidelijke afspraken werd er te weinig gedaan.
10 e. Beheer berging en controle was matig, ietsje beter dan het jaar ervoor.
10 f. De schoonmaak van het gebouw was redelijk, maar met te weinig aandacht voor details: spinnenwebben, die er drie jaar zitten, handenarbeid lokaal vaak smerig, steiger is vies.
10 g. De schoonmaak van het interieur werd matig bevonden.
10 h. Het onderhoud van het gebouw werd goed bevonden, door sommigen zelfs overdreven, anderen vonden het budget te laag.
10 i. De reparatie van het materiaal is goed, maar kan volgens sommigen beter; er wordt nogal gemakkelijk mee omgesprongen.
10 j. De bediening van de apparaten liet te wensen over. Meer overzichtelijkheid kan geen kwaad. Er zijn te veel mensen voor en er zouden instructies gegeven moeten worden.
10 k. Ten aanzien van de verbetering van de accommodatie wordt opgemerkt, dat het budget te laag is, maar dat er goed aan gewerkt wordt. Er is te weinig ruimte bijvoorbeeld voor Engelse les, wc en kantoor.
10 l. Suggesties zijn: het gebruiken van de ruimtes, waarvoor ze bedoeld zijn (kantoor en huiskamer worden door veel mensen als hetzelfde gezien). De bezoeker en medewerker administratie moeten beter evenals de coördinatie. De begeleiding kan beter: door gebrek aan tijd en visie hierop wordt er te weinig aandacht aan besteed. Teveel aandacht gaat naar de activiteitenbegeleiding. De leesmap wordt slecht bijgehouden. Het aandragen en bedenken van ideeën is goed. Het opzetten van projecten is slecht. De voorlichting zou beter moeten zijn, bijvoorbeeld omtrent subsidie voor de Engelse les, het invullen van bezoekersstaten en de evaluatie.
11. Het uiterlijk van het gebouw wordt matig bevonden. Sommigen vinden het er behoorlijk uitzien en dat het niet te opvallend gemaakt moet worden. Het programma zou groter opgehangen moeten worden. De meesten vinden het gebouw somber of oud en nodig toe aan een verfje. Het gebouw heeft een zwakke artistieke vormgeving en een grote schildering op de zijkant zou niet misstaan. Ook zou het leuk zijn om aan de straatkant dingen voor de ramen te hangen, bijvoorbeeld doorzichtige gekleurde bloemen. Iemand merkte op, dat je allemaal wel een nieuw gebouw zou willen, maar dat de manier, waarop er gewerkt wordt, de mensen toch wel goed doet binnenkomen.
12. De ruimte indeling wordt goed bevonden, de aankleding te sober en te rommelig. Er zouden meer barkrukken moeten zijn en niet te schreeuwende kleuren. De inrichting is redelijk, al zou de bar gezelliger mogen zijn en in de zaal meer wandversiering en planten.
13. Ten aanzien van het meubilair wordt opgemerkt, dat de tafels niet zo best meer zijn. De stoelen zijn redelijk, al zijn de houten stoelen slecht, hard, onhandig en ondingen. De kantoorkasten zijn goed, maar altijd rommelig. Iedereen haalt er maar uit en gooit er maar in.
14 a. De grote zaal is goed op de wanddecoratie na. Zachtere kleuren geven meer sfeer, terwijl een handige schuifwand aangenaam zou zijn.
14 b. Het handenarbeid lokaal is rommelig en heeft een nieuw verfje nodig. De clubs moeten hun eigen troep opruimen.
14 c. Het kantoor is voor de meesten te klein met te veel mensen, die er niet thuishoren en die eigenlijk in de huiskamer moeten zitten. Een aantal vinden het goed en efficiënt, een paar anderen daarentegen rommelig en vinden, dat een meer persoonlijke smaak doorgevoerd moet worden.
14 d. De huiskamer is voor de helft goed, gezellig en gemakkelijk, voor de andere helft gaat het wel. Het kan gezelliger, soms is het te rommelig; de medewerkers moeten het meer tot hun hok maken.
14 e. De keuken is voor de meesten prima, fris en efficiënt, weliswaar klein, maar toch gezellig. Een paar vinden het matig, soms te rommelig.
14 f. De flesjesberging wordt nogal matig bevonden, rommelig, te vol, te klein, minder bestellen of te veel andere dingen.
14 g. De stoelenberging is redelijk, al is er soms ruimtegebrek. Het zoldertje is een puinhoop.
14 h. De wc’s zijn goed. Sommigen vinden ze voor uitbreiding vatbaar of ’s winters te warm. De berging kan meer gebruikt worden.
14 i. De peuter wc’s zijn redelijk, al zijn er ook hier aanmerkingen op de kleinheid.
14 j. De gang is goed, al zijn er nogal opmerkingen op de inrichting en de verlichting. De gang moet meer bij de zaal betrokken worden.
14 k. Het halletje is ook goed, al zijn er aanmerkingen over kleinheid, aankleding en verzorging.
14 l. De Steiger is de meesten een doorn in het oog: rommelig, vuil, nat, niet opgeruimd, onpraktisch, geen goed meubilair, nieuwe wc pot. De Steiger is duidelijk een vergeten hoek, te erg om er buurtbewoners in te ontvangen.
14 m. De portiersloge komt er zonder opmerkingen vanaf.
14 n. De speeltuin is in orde, al mag alles, volgens één wel een verfje en is de inloop te gemakkelijk.
14 o. Het inloop pad oogst ook bijzonder veel aanmerkingen: die stomme paal moet weg, betere verlichting, bosjes knippen, te smal en het bord aan de achterkant moet worden geschilderd.
15. De voorzieningen vinden de meesten prima, al moeten er goede afspraken over gemaakt worden. Er wordt te veel met de verwarming geknoeid, waardoor het ’s winters vaak koud is. Er zijn te weinig of geen goede huishoudelijke artikelen, soms brandt er te veel licht. In De Steiger zijn twee ruitjes al sinds lange tijd stuk.
16 a. Het handenarbeid materiaal is voor velen voldoende en redelijk, voor sommigen te mager, is de berging slechts en er wordt nonchalant mee omgesprongen.
16 b. Het cursusmateriaal is slecht; er is alleen het boekje voor de Engelse les, dat (nog) niet passend is bij de opzet.
16 c. Het clubmateriaal is ook tamelijk matig. Er is alleen voor sjoelen en kaarten, maar er is te weinig voor soosspelen.
16 d. Het kantoormateriaal is redelijk tot goed en genoeg aanwezig. Ook hier geldt, dat los omspringen snel doet verdwijnen.
17 a 1. Het optreden van het buurthuis naar de buurtbewoners was voor een aantal prima werk, al waren er ook veel aanmerkingen: het Vijfhovenhuis bereikt maar enkele bewoners; we hebben een slechte naam; we stoppen teveel energie in onze eigen organisatie en vergeten de buurt. Het Vijfhovenhuis is duidelijk en te weinig met de buurtbewoners bezig. Er moet meer reclame gemaakt worden. Er moet een buurtkrantje komen.
17 a 2. De Zuidwester voldoet goed; er waren maar een paar aanmerkingen, waarbij men zich afvroeg in hoeverre De Zuidwester gelezen wordt en over de afhankelijkheid van de uitgever.
17 a 3. De folders zijn redelijk, hoewel meestal te weinig, soms rommelig of te klein.
17 a 4. Een buurtkrantje zijn 12 voor en acht tegen. De voorstanders hebben heel wat motieven: meer informatie geeft meer bezoekers, een buurtkrantje is persoonlijker, duidelijker en herkenbaar. Op deze manier houd je je bezoekers op de hoogte. Buurtbewoners zullen het sneller lezen dan De Zuidwester. Ook krijgen we dan de kans om alles groter, gedetailleerder te doen en aan al onze programma’s aandacht te geven. Dan kunnen de mensen en kinderen hun ervaringen in en om het clubhuis vertellen. De mensen kunnen reageren op verbetering in de wijk, zoals zo pas met de bejaardenwoningen. Ook kunnen we tegen betaling advertenties van de buurtwinkeliers zetten. Door het krantje ontstaat binding met de buurtbewoners, vooral als het door hen gemaakt wordt. De tegenstanders vinden, dat er genoeg in de Zuidwester staat, terwijl er bij speciale dingen folders door de buurt gaan. Het maken van zo’n krantje kost teveel tijd en de vraag is, of het gelezen wordt. Ook kost het te veel.
17 a 5. Een programmagids is iedereen voor. Deze is zelfs zeer wenselijk, vooral een kleurig programma werkt aantrekkelijk. Toch waren er een paar, die weliswaar voor waren, maar met bedenkingen: een gewoon programma is voldoende, zo’n boekje stelt zeer hoge eisen aan het doordenken van het programma. Beter is om eerst een maand te draaien om de kinderziekten op te sporen.
17 b. Naar de overheid, gemeente en CRM heeft het buurthuis het prima gedaan, al was dat nogal afhankelijk van bepaalde mensen. Vaak ook was het achter de feiten aanhollen en was een nogal van zich afbijtende agressieve opstelling nodig vanwege de financiële situatie.
17 c. Naar andere instellingen, via de diverse platforms (LJA, OLI, Jongerenwerker overleg en Dienstencentrum) was eveneens de opstelling prima, al zou er meer deelname van alle medewerkers moeten zijn: het gaat om je eigen bestuur.
18 a. Ideeën voor het nieuwe seizoen zijn er genoeg: meer ontspanning voor volwassenen gemengd. Er is nu alleen bingo. Bijvoorbeeld voorgenomen danslessen is een prima idee. Of ’s avonds een CREA club voor volwassenen. Ook het weer proberen van de filmavond. Activiteiten voor de leeftijd van 45 t/m 55 jaar in de middag: graag wat sport (tafeltennis of sjoelen), knutselmiddag of gym.
Ook is er vraag naar meer evenwicht in het geheel. Minder sooswerk en meer creatief werk en meer volwassenenwerk, dat zowel creatief is gevormd zonder dat de buurtbewoners er de buik van vol krijgen. Meer bejaardenwerk met niet ervan gehisde inhoud. Misschien meer onderwijs; vorming! Een krant uitbrengen met foto’s van de medewerkers en een klein stukje over de activiteiten, die de medewerkers doen, zodat de mensen meer begrijpen wat die personen doen in zo’n clubhuis.
Tiener hobbyclub en contactavonden voor jong volwassenen.
Jazzballet voor jongeren, eventueel in samenwerking met de Key Stork Jazz Ballet. Kinderclubs moeten beter begeleid worden. Er zijn te veel kinderclubs.
Ook komen er raadgevingen: niet te veel doen, noch in opzet; noch in tijdstippen en dergelijke, continuïteit is het beste. Al pratend moet voor iedere activiteit door ons samen afgewogen worden de zaken: behoeft financiën, het doel. Zorgen, dat het programma aantrekkelijk genoeg is en voor iedereen iets te bieden heeft. Daarentegen brengt iemand anders er tegen in, dat we nu een goed en uitgebreid programma hebben, dat aan iedereen denkt.
18 b. Doelgroepen is voor de meesten een goede gedachte. Zo kan je in de gaten houden waar je aan werkt, anders wordt er teveel maar half gedaan. Natuurlijk zijn er ook enige bedenkingen. Het moet het gevolg zijn van een duidelijke beleidscursus. Het is nuttig, maar moet niet overdreven worden. Het kan meer lijn in de zaak brengen maar mag niet discriminerend worden. Ook mag het het hoofddoel van het buurtcentrum niet teveel versnipperen.
18 c. Voor bejaarden kiezen er tien. Men denkt daarbij aan activiteiten in de ochtend. De groep is behoeftig aan contacten, gezelligheid, vorming en creativiteit (bijvoorbeeld krantje, fotoclub), ze leven in een te beperkte wereld en zijn vaak een vergeten groep, die op hun dood kunnen gaan zitten wachten.
Voor invaliden kiezen er acht. Het zal ze gelukkig maken. Ook zij leven in een beperkte wereld en zijn vaak een vergeten groep.
Voor volwassenen zijn er zes te vinden. Hier is behoefte aan avondgroepen. Ze zijn zeer behoeftig aan vormingswerk, ontspanning en afleiding van gehalte.
Voor buitenlanders zijn er ook zes te porren. De mensen, die zich hier vreemd voelen, moeten ook een kans gegeven worden. Ook de buitenlandse jeugd (school) heeft steun nodig.
Werklozen oogsten ook zes stemmen. Ze krijgen verder weinig aandacht.
Voor moeders zijn er drie, evenals voor de lagere schooljeugd, die zich moet kunnen en wat geleerd kan worden. Voor verslaafden blijkt er één te vinden, evenals voor tieners, voor wie er tienerclubs en contactavonden georganiseerd moeten worden. (44 “stemmen” over gelijk verdeeld 15 invullers).
In het algemeen wordt opgemerkt, dat ze allemaal belangrijk zijn en evenwicht aan bod moeten komen. Er moet gekozen worden voor de “meest kansarme” mensen; die mensen, die het meest belang hebben bij vorming, ontspanning, onderwijs, etc. Werken in groepen heeft als voordeel wel, dat men elkaars problemen kent, als nadeel, dat men in dezelfde kring blijft zitten. Voor alle doelgroepen moet er maatschappelijk werk komen.
19 a. De roosters worden goed gevonden. Half werk wordt voorkomen. Het geeft duidelijkheid, maar kan niet altijd opgebracht worden, waarvoor er compensatie moet zijn. Op deze manier heb je bij elke activiteit genoeg betaalde medewerkers, als ze zich aan het rooster houden, wat vooral met de tijd van beginnen te maken heeft. Niet altijd wordt er volgens het rooster gewerkt. De praktijk wijst uit, dat via roosters werken nodig is. Je weet ook wie wanneer er is. Het is een noodzakelijke controle op elkaar. Er zijn een paar bedenkingen. Het geeft wel duidelijkheid, maar laat weinig speling, weinig kans op verdieping, zodat dit buiten het rooster om moet, in vrije tijd dus.
19 b. Flexibele roosters wordt problematisch gezien. Er kunnen tussen door dingen van het werk uit gebeuren, die prioriteit verdienen (plotseling rijzende problemen). Sommigen zijn te zwaar belast, met ’s avonds werken (uitslapen).
Wel geeft het meer gelegenheid tot verdieping van het programma en meer overlegmogelijkheden, kortom meer mogelijkheden, zoals andere afspraken of gewoon de sleur doorbreken. Soms wordt er te veel tijd in iets gestoken, dat werk je dan de volgende keer minder. Op deze manier kan er ook aan andere activiteiten meegewerkt worden of bij te lang werken, zelf vrije tijd regelen. Zelf je werk indelen. Het is de angst van hulpverleners om in een “keurslijf” te lopen.
In ieder geval is het per geval verschillend. Op zich zit er ook wel ruimte in de roosters. Maar het blijft begrijpelijk en voor sommigen zeer acceptabel. Het zou moeten kunnen. Sommigen zijn te zwaar belast. Vijf vinden het niet te verwezenlijken. Het kan niet in deze structuur. Het geeft vast conflicten en het idee, dat iemand steeds verantwoording moet afleggen over wat hij doet en waarom hij er wel of niet is. Zeven denken er gevarieerder over. Het verlangt meer organisatie in het werk. Het moet per geval bekeken worden en bepraat. Het kan door ruimere verdeling van taken, zoals activiteiten mede leiden, ook onder de vrijwilligers te verdelen, door middel van werkstaten. Het kan door wisselingen bij onderlinge afspraken. Een ander idee is een minimum rooster of maar één stafkracht bij activiteiten of door WSW’ers op te leiden tot stafkrachten. Het hele onderwerp moet op een bestuursvergadering goed met betaalde medewerkers uitgepraat worden.
20. De vragenlijst tenslotte was voor de meesten goed en uitgebreid. Prima werk en vrij volledig; hij kan goed helpen bij het nemen van beslissingen als hij tenminste daarbij betrokken wordt. Hij was een beetje pittig, maar wel leuk. Natuurlijk kwamen er ook veel op en aanmerkingen. Er had een klein lijstje bij gemoeten, wat je van de andere vindt, waaraan je niet hebt meegewerkt, hoe die op je overkomen en of je weet wat er gebeurt en dergelijke. De lijst is prima, maar de maker ging te weinig van onze organisatie uit, idee: sectoren, die vergaard zelfstandig zijn en gezamenlijk in hun eigen bestuur het beleid voor het geheel bepalen. Wat men ook mist, is het gedetailleerd ingaan op de mogelijkheden ter verbetering van de financiële situatie. Verder is er ook veel kritiek op de uitgebreidheid; men twijfelt aan de mogelijkheid om te komen tot een uitslag. Ook kost het nogal wat tijd om de lijst in te vullen, zeker voor iemand, die van de meeste zaken niet op de hoogte is, of wanneer je heel serieus probeert in te vullen. Op de meeste vragen is geen kort antwoord mogelijk. Ik zou wel vellen vol kunnen schrijven. Ook vroeg iemand zich af, of de lijsten nog werden besproken op een vergadering of in een verslag. Ook werd opgemerkt, dat sommige vragen niet relevant waren (en niet altijd correct geformuleerd). In de toekomst zou met wat moeten selecteren bijvoorbeeld aparte lijsten voor vaste medewerkers en aparte voor hen, die slechts één keer per week het buurthuis bezoeken.

Samenvatting van het activiteitengedeelte van het medewerker onderzoek

De volgende activiteiten werden onderzocht (achter de activiteit het aantal medewerkers, dat meedeed aan het onderzoek):

De bingo (7), de woensdagmiddag instuif (6), de soos avonden (8), de peuter speelzaal (4), De Vrijbuiters (3), de koffiebar (3), de bejaarden soos (2), de sjoelclub (4), de Leger des Heils ochtend (2), het buurtwerk (3), spelonderwijs (5), de vrijdagmiddag club (3), de financiële administratie (2), de kinderkantine (4), het bestuur (2), de Engelse les (3), de maandagmiddag kinderclub (4), de timmerclub (1) en de naai-club (1).

Er was geen verslag van de kaartclub, de damesritmiek, etc.

Vrijwel alle activiteiten zijn dus in beeld gebracht, waarbij activiteiten met minder invullers ook minder medewerkers hebben, zodat ook hier sprake is van een behoorlijke mate van representativiteit.

De bingo heeft goed gedraaid. Het waren gezellige avonden met een goede opkomst (ongeveer 40 mensen). Er zijn echter ook medewerkers, die dit bezoekersaantal te laag vinden. Er moet meer aan reclame en aan betere prijzen gedaan worden. Er waren altijd voldoende medewerkers, al moest er de laatste keren telkens op het laatste moment naar bingoleiders gezocht worden. De medewerker begeleiding was eigenlijk afwezig. Er werd niet voor of nagepraat, in de werkgroepvergadering wordt maar weinig aandacht aan de bingo besteed. Voor het volgende seizoen zal er wat aan de medewerkers gedaan moeten worden. Want slechts twee zijn er zeker van volgend jaar weer mee te doen. De meeste anderen hebben geen tijd meer vanwege school.
De ruimte is goed, al mag er wat leuker, fleuriger materiaal langs de wanden of bloemen op tafel. Het materiaal is goed, betere tafelkleedjes komen binnenkort. Wel is er vraag naar een eigen kast om de spullen, zoals overgebleven prijzen op te slaan, bijv. in het vernieuwde handenarbeid lokaal. Het contact met de bezoekers is niet zo groot. Bij sommigen voor wie het nodig was, is het wel het geval geweest.
De problemen waren de bekende roddelproblemen, onenigheden tussen de medewerkers. Bingo is zeker op zijn plaats in het buurthuis. Je krijgt dan ook andere mensen binnen. Het is een gezelligheidsavond voor de buurtbewoners, waaraan het hele gezin kan deelnemen. Ouderwetse ontspanning. Betere zit mogelijkheden en een ruimere bar zouden de mensen beter bij elkaar brengen. Verder grotere prijzen en betere reclame, waardoor er meer mensen komen.

De Woensdagmiddag instuif heeft ook goed gedraaid, gezellig en met veel belangstelling van de kinderen. Minder goed was de begeleiding door de medewerkers. Er wordt te weinig voorbereid en uit de ideeën blijkt weinig inventiviteit. Gezien echter de aard van de activiteit en de groepssamenwerking was dit begrijpelijk. De medewerker begeleiding was redelijk. Er werd goed uitgelegd, zodat de medewerkers zelf goed konden helpen. Ook werd er over allerlei dingen gepraat, zoals de waardering van prestaties en het individueel of collectief werken. De nabesprekingen waren soms te lang, terwijl er van de voorbesprekingen door praktische redenen als klaarzetten weinig kwam. Vergaderingen over de activiteiten zijn er niet, maar zouden er wel mogen komen. Er valt heel wat te verbeteren. Behalve het gezelliger maken van de zaal zal de voorbereiding beter moeten, terwijl de nabesprekingen kort en zakelijker moeten worden gehouden. Er moet geprobeerd worden een kern van vaste medewerkers te creëren, die cursussen krijgen in bijvoorbeeld klei bakken, emailleren en voorlichting over materialen, gereedschap en gebruiksmogelijkheden. Verder moet er in boeken gezocht worden naar interessante bezigheden. Er moet overleg komen met de andere kinderclubs over het werken in themablokken. Een eigen lokaal zou beter zijn, zodat we van dat onpraktisch gesleep van die tafels af zouden zijn; ook afdekplaten voor vier tafels tegelijk of een groot zeil zou handig zijn. Het materiaal is redelijk, het beheer ervan matig. Iedereen rommelt maar oneconomisch aan, met als gevolg verspilling bij de vleet. Ook staan de kasten te vaak open.
Er is nauwelijks sprake van relatie met de kinderen. Daarvoor is er weinig tijd, duurt de activiteit te kort (1 x per week 1½ uur) en is de groep te groot. Wel zou dit beter moeten worden. Problemen zijn er nauwelijks geweest. Deze activiteit hoort zeker in het Vijfhovenhuis, want er wonen zeer veel kinderen in de buurt, die thuis weinig ruimte hebben om te spelen. Zo krijgen ze op hun vrije middag wat ontspanning, gezelligheid en onderdak, zodat ze niet op straat lopen te klieren of zich thuis vervelen. Doel van de activiteit is creativiteitsbevordering, het leren omgaan met elkaar en met verschillende materialen. Dit doel wordt niet helemaal bereikt. De groep zou meer gesloten moeten zijn. Ook konden de medewerkers betere motieven leren, zodat ze de kinderen iets beter kunnen leren dan primitief gefröbel.

De soosavonden hebben matig tot slecht gedraaid. Er is nogal wat rottigheid geweest, te veel toestanden met de bezoekers. In het begin van het seizoen was het gezellig en lekker druk, maar naar het einde toe werd het steeds slechter. Het was een te gewelddadige bezoekersgroep met weinig opbouwende aspecten. Stafkrachten zijn overbodig, daarentegen zijn uitsmijters nodig. Het is moeilijk om in deze activiteit meer te zien dan de jongeren van de straat houden, door ze de simpelste manier van zichzelf uitleven te geven: harde muziek en gedempt licht.
De medewerker begeleiding was redelijk. Er wordt aandacht besteed aan elkaars functioneren. Er waren echter problemen, die het vormen van een echte teamgeest in de weg stonden. De voorbesprekingen waren rommelig, de nabesprekingen goed, maar soms te lang en over te kleine dingen. De werkgroepvergadering is bijzonder rommelig. Er is weinig aandacht en er wordt teveel door elkaar gepraat, vanwege het ontbreken van een goede voorzitter.
Het opbouwen van relaties tijdens de soosavonden is niet gemakkelijk. Er was sprake van een nogal wisselende bezoekersgroep, die geen behoefte aan contact schenen te hebben. Het karakter van de soos is nogal vrijblijvend en de harde muziek verhindert diepgaand contact met de vaste kern van de bezoekers. Sommigen zijn dan ook van mening, dat we beter kunnen sluiten, in ieder geval minder soos avonden, minder nadruk op discotheek achtige gebeuren en meer contactavond met daarnaast andere activiteiten, zoals informatieavonden, spelletjesavonden, sport.
De meesten vinden, dat een goede soos avond wel bij een clubhuis hoort. Ook voor jongere buurtbewoners moet er een gezellige avond zijn, waar ze elkaar kunnen ontmoeten en waar de mogelijkheid bestaat om via gesprekken geholpen te worden met waar ze mee bezig zijn (eventueel vormingsactiviteiten over seks, drugs, jeugdloon, werkloosheid, enzovoort).

De Peuterzaal draaide goed wat betreft inkomsten en aantal kinderen. Er kan echter meer gedaan worden: meer handenarbeid, betere verwerking van het kinderkrantje en bijvoorbeeld ouderavonden organiseren. Wel wordt er meer aandacht aan het werk gegeven dan vorig jaar en is de samenwerking beter. Ze worden meer achter hun vodden gezeten, waardoor ook de activiteiten naar buiten toe, zoals krantje en vergaderingen toenemen. Voor medewerker begeleiding is echter niet veel tijd, zodat zaken moeilijk bespreekbaar kunnen worden. De vergaderingen gaan in een leuke en ontspannen sfeer, hoewel een van de medewerkers zegt, dat het slap gezeur is, waar weinig uitkomt.
Over de ruimte wordt gezegd, dat een eigen ruimte heel fijn zou zijn. Dan kan je pas praten over een eigen sfeer, wat ook voor de kinderen goed zou zijn. Het materiaal is goed, al wordt er veel verknoeid. Problemen waren onenigheid over het nut van vergaderen en de koffiebar. De peuterspeelzaal wordt als noodzakelijk gezien. Het voorziet in een sterke behoefte. Sommige kinderen hebben thuis niet veel contact met leeftijdgenoten. Ook is het een uitkomst voor werkende moeders en moeders, die het kind thuis niet goed aankunnen en in die tijd tot zichzelf kunnen komen.

De Vrijbuiters hebben redelijk goed gedraaid. De kinderen hebben begrip gekregen en resultaten geboekt met het leren van veel dingen. Ook de leiding heeft een hechtere band gekregen met de kinderen, hoewel de samenwerking binnen de leiding nog te wensen overlaat. Hoewel de voor en nabesprekingen van groot belang worden geacht, komen ze slechts incidenteel voor. Materiaal en ruimte voldoen. Problemen zijn er weinig geweest. Soms waren er te veel mensen, die er niet horen, wat nogal afleidt.
Deze club hoort zeker bij het Vijfhovenhuis, dat er is om ruimte te bieden aan alle vormen van bezig zijn, die het geestelijk en maatschappelijk welzijn vormen en bevorderen. Doel van De Vrijbuiters is muzikale vorming, spelenderwijs wat leren en ondertussen goede vriendschappen opdoen. Verder psychologische opvoeding, spraakzaamheid, vindingrijkheid en menselijkheid. De clubleden krijgen de mogelijkheid om hun talenten in de vorm van ontspanning te ontplooien. Ze krijgen mondigheid en zullen gemakkelijker contacten met anderen leggen, waardoor de solidariteit een hoog aanzien krijgt. Hiervoor is echter een beter overleg tussen de begeleiders en een duidelijke houding tegenover de kinderen noodzakelijk.

De koffiebar heeft goed gedraaid en werd goed begeleid. De medewerkers keken kritisch naar elkaar en praatten goed na. Er hoeft niets te verbeteren, al zou geprobeerd kunnen worden er meer hulpbehoevenden bij te betrekken. Als toegangsdeur tot het Vijfhovenhuis zou de koffiebar meer informatie moeten bevatten over het programma pakket. Sommigen hebben goede relaties weten op te bouwen met bezoekers. Deze activiteit hoort bij het Vijfhovenhuis. Je krijgt weer oudere mensen uit de wijk binnen. Doel is het onder het genot van een kopje koffie met elkaar praten van buurtbewoners.

In de bejaardensoos zit een opbouwende lijn. Het is een over en weer begeleiden geweest-  van de bejaardenbezoekers en de medewerkers -, waardoor wel meer mensen interesse hadden mogen krijgen. De speciale activiteiten, zoals naar de schouwburg, waren een succes. Hier moet meer aandacht aan worden besteed, bijvoorbeeld dagjes uit. Voor en nabesprekingen verlopen prima en ook de samenwerking met het Dienstencentrum is goed. De vrijdagmiddag is een ongelukkig tijdstip. We streven naar een meer cursusmatige opzet, waarbij op de donderdagmiddag vooral het recreatieve gedeelte voorop blijft staan. Het Dienstencentrum betaalt cursuskosten. Ideeën zijn: EHBO, bloemschikken, informatie over bejaardenprobleem. Omdat er gestreefd gaat worden naar meer excursies, zal hiervoor meer geld vrijgemaakt moeten worden. Het lokaal kan wel wat mooie wandversieringen gebruiken en het materiaal, dat er ter beschikking staat, is zeer summier. Verbetering lijkt echter financieel onmogelijk.

Meer informatie:
http://robscholtemuseum.nl/?s=opbouwwerk
http://robscholtemuseum.nl/?s=clubhuis
http://robscholtemuseum.nl/?s=buurthuis
http://robscholtemuseum.nl/cor-hendriks-de-mythe-van-het-opbouwwerk-1-inleiding/
http://robscholtemuseum.nl/cor-hendriks-de-mythe-van-het-opbouwwerk-2-het-medewerker-onderzoek-inleiding/
http://robscholtemuseum.nl/cor-hendriks-de-mythe-van-het-opbouwwerk-3-medewerker-onderzoek-evaluatie-1976-1977-uitslag/

Leave a comment

Your email address will not be published.

*