Bert Jansen – Een blik op de jaren tachtig

De kunst uit de jaren tachtig heeft een januskop. Ze was zowel idealistisch als commercieel, zowel alternatief als gelikt, ironisch en bloedserieus. Het roerige tijdperk is nu onderwerp van liefst drie exposities. Medewerker Bert Jansen blikt terug aan de hand van typische 80’s-kenmerken.

Wild
‘Zwei proletarische Erfinderinnen auf dem Weg zum Erfinderkongress’ (1984), Martin Kippenberger
Na de performances, video’s en abstractie in de jaren zestig en zeventig keerde in de jaren tachtig een groep Duitsers onverwacht terug naar de bakermat van de beeldende kunst: de figuratieve schilderkunst. De heftigheid van wat werd afgebeeld, even wild als de kwaststreken waarmee dat gebeurde, onderstreepte de integriteit van de makers. Alsof ze hun hart én hun ziel uit hun lijf schilderden.
De toenmalige directeur van het Groninger Museum, Frans Haks, probeerde altijd zo vroeg mogelijk zijn slag te slaan op de kunstmarkt, dus ook bij deze ‘Neue Wilden’. Hij deed dat vanuit de aanname dat er later altijd wel een paar kunstenaars komen bovendrijven en dat de waardestijging van hun werk de aankoop van de rest financieel zou compenseren. Behalve Martin Kippenberger zijn de Duitse Wilden echter nooit financiële hoogvliegers geworden. Op de plek waar vroeger het Groninger Museum zat, de Minerva Academie, is te zien wat Frans Haks van die Wilden heeft aangekocht.

Protest
‘Bespotting door twee potten’ (1983), Rob Scholte
In het Van Abbemuseum in Eindhoven is eveneens een expositie over het tijdperk, met als titel ‘De jaren 80. Begin van het nu?’ Daarmee wil het museum aangeven dat de actiekunst van de jaren tachtig de opmaat vormt tot de hedendaagse kunst, die bol staat van de sociale boodschappen. Kunst werd in die jaren een vorm van protest en maatschappijkritiek. Feministische kunst, zwarte kunst, aidskunst, het Van Abbe presenteert een keur aan subversieve kunstenaarsgroepen en collectieven uit heel Europa.
Uit Nederland is er kunst uit het krakersmilieu. De slogan ‘Geen woning geen kroning’ van 30 april 1980, de dag van de inhuldiging van Beatrix, gaf het sein tot een opstand in Amsterdam, waarbij kunstenaars uit kraakpanden het initiatief namen. Tussen de posters en publicaties hangt een toepasselijk schilderij van een van de gangmakers van destijds, Bespotting door twee potten van Rob Scholte.

Spagaat
‘Zonder titel’ (1984), Jiri Dokoupil
Het zelfportret van Jiri Dokoupil dat hangt op de expositie in het Groninger Museum, laat precies de spagaat zien die de kunst van de jaren tachtig kenmerkt. De woorden ‘sex’, ‘drugs’ en ‘rock ‘n’ roll’ passen bij de kale punkerkop in giftige kleuren die een bloedneus heeft van het cokesnuiven. Wat niet klopt is zijn Lacoste-shirt. Do­koupil heeft zijn polo netjes tot boven toe dichtgeknoopt. De tekening maakt deel uit van een serie zelfportretten in combinatie met merknamen, waarmee Dokoupil ironisch te kennen geeft dat de idealen van avant-gardistische antikunst gepaard gaan met commercie. Galeries promoten kunstenaars voortaan als merk.

Ironie
‘Are You Afraid of Video?’ (1984), Servaas
In het Van Abbe is een werk van de Nederlandse kunstenaar Servaas (1950-2001) te zien met de veelzeggende titel ‘Are You Afraid of Video?’ Vier schermen tonen geweldscenes. Ernaast staat een rode zweep die, naargelang de heftigheid van de getoonde beelden toeneemt, steeds vervaarlijker in de rondte zwiept.
In 1986 concludeert Servaas dat de idealistische motieven achter kunst failliet zijn als kunst alleen nog wordt geassocieerd met geld. Hij start dan ‘Int. Fi$h-handel Servaas & Zn.’, een firma die onder meer conservenblikken produceert die volgens de wikkel vislucht bevatten.
Ook anderen vieren ironisch het failliet van het kunstideaal. De Belgische kunstenaar Guillaume Bijl bijvoorbeeld veranderde de erezaal van het Stedelijk Museum in een toonzaal van Perzische tapijten. Het zijn nu vergeten installaties.

Commercie
‘One Ball Total Equilibrium Tank’ (1985), Jeff Koons
Er is maar één man die het wel lukt met zijn ironie over het failliet van de kunst rijk te worden, en dat is Jeff Koons. Zijn eerste werken refereren steeds aan lucht: basketballen, stofzuigers, een rubberboot, een aqualong, een opblaasbaar speelgoedkonijn. Een kunstwerk, met andere woorden, is een mal vol lucht. Vervolgens gaat hij uitgesproken kitscherige beelden uitvergroten.
Zijn succes is voor een deel het gevolg van de samenwerking met verzamelaar Charles Saatchi. De reclameman kocht en exposeerde Koons overigens al in 1986, vóór de eerste museale presentaties van de kunstenaar. Zag Dokoupil commercie in de kunst nog als strijdig met het oprechte kunstenaarschap, bij Koons is het juist een inhoudelijk argument.

Graffiti
Keith Haring
In 1974 verscheen New York Graffiti, een koffietafelboek op groot formaat met foto’s van tags op New Yorkse muren en metrotreinen. De (schuil)namen van de graffitikunstenaars stonden aan het einde van het boek in een alfabetische lijst.
In de jaren tachtig groeide graffiti uit tot commerciële handel toen de makers hun tags op schilderdoek gingen spuiten. Ook in Nederland kochten verzamelaars en sommige musea (zoals dat in Groningen) stápels graffiti bij Yaki Kornblit Gallery, die dat werk vanaf 1983 ging verkopen. Waar is dat werk gebleven? Alleen Keith Haring is beroemd geworden, niet alleen om zijn trefzekere handschrift, maar ook om de boodschap die hij in zijn tekeningen verpakte.

Jan Carel Warffemius: ‘Club RoXY Amsterdam’(1989). De befaamde club werd opgericht door Peter Giele van het kunstenaarscollectief Aorta.

Januskop
2 Documenta’s
De Documenta, de vijfjaarlijkse mega-kunstmanifestatie in Kassel, fungeert altijd als graadmeter voor de actuele kunst. De twee Documenta’s van de jaren tachtig laten precies zien hoe de kunstwereld destijds verdeeld was in twee kampen. De versie van 1982, die werd samengesteld door de Nederlander Rudi Fuchs, ging uit van de ‘autonome kunst’, kunst die zich alleen bezighoudt met andere kunst. De kunstenaars die Fuchs koos, Dokoupil en andere Duitse Wilden bijvoorbeeld, reageerden alleen op hun voorgangers.
Maar in 1987 kwam de Documenta van Manfred Schneckenburger met als thema ‘De sociale dimensie van kunst’, boordevol video’s en kunstwerken die als politiek protest waren bedoeld.
Is kunst een maatschappelijk drukmiddel of is het l’art pour l’art? Het lijkt erop dat de eerste stroming vooralsnog het pleit heeft gewonnen. De beeldende kunst is inmiddels een integraal onderdeel van sociale, economische en politieke processen.
Het beste bewijs is de Documenta die gepland staat voor volgend jaar. Behalve in Kassel wordt die ook gehouden in Athene. Vanwege de Europese noord-zuidcontrasten, de nabijheid van Turkije en de vluchtelingenproblematiek. Gezocht: kunstenaars die die thema’s kunnen toelichten.

Driemaal de jaren tachtig
De jaren 80, begin van het nu?, t/m 25 sept., Van Abbemuseum Eindhoven
Nieuwe Wilden, t/m 23 okt., Groninger Museum, Groningen
Nieuwe Wilden in Minerva, t/m 17 juni, Academie Minerva, Groningen

Financieel Dagblad, 21 mei 2016, 06:00

http://fd.nl/fd-persoonlijk/1152137/een-blik-op-de-jaren-tachtig

PDF:
Diana Franssen, Van Abbemuseum – Lijst werken De jaren 80: Begin van het nu 80

Leave a comment

Your email address will not be published.

*