Astrid Theunissen – ‘Peter was de lijm tussen mensen’ + Harm Ede Botje & Sander Donkers – Een schitterend debacle | Reconstructie: Opkomst en ondergang van Club Inez + Barlife

‘Peter was de lijm tussen veel mensen’

Inez Giele-De Jong (38), eigenaar van het Amsterdamse restaurant Inez International Private Society Club, heeft onlangs met een aantal bevriende kunstenaars de Giele Trust opgericht….

‘Inézzz! Telefoon.’  ‘Inez, weet jij waar die papieren liggen?’ (…) ‘Hallo, met Inez. Wacht even. Mensen, mag de muziek wat zachter?’

– Gezellige boel.

‘Ja, reuze gezellig. Ik heb 22 man in dienst. Eén grote familie.’

-Aandacht genoeg?’

Te over. Ik word tegenwoordig zelfs gevraagd voor tv quizen.’

-Een bekende weduwe geworden?

‘Het schijnt dat als je niet huilend in een hoekje gaat zitten – wat ik overigens best weleens doe – je in aanmerking komt voor een nominatie in de Elle. Ik was runner-up voor ‘weduwe van het jaar 1999′. Op nummer één eindigde Bettine Vriesekoop, die haar man verloor terwijl ze zwanger was. Daar kon ik natuurlijk niet tegenop.’

-Beetje vreemd.

‘Ja god, die bladen moeten ook vol. En ik wil best het gat opvullen dat Peter achterlaat – en ik was ook best goed op school – maar om nou mee te doen aan de televisiequiz Herexamen. Ik geloof niet dat hij daarin tot zijn recht zou komen. Ogenblik, de telefoon gaat. (…) Een reservering.’

-Maar over de klandizie niets te klagen?

‘Nee. Ik kreeg ineens mensen binnen met de krant in de hand, die vroegen op welke tafel de doodskist had gestaan. Anderzijds heb ik bepaalde mensen al een tijd niet gezien. Zij beschouwen het restaurant als een no-go-zone omdat Peter er lag opgebaard. Sorry, gaat GVD weer de telefoon. (…) Dat we iedere dag vol zitten ligt, denk ik, voornamelijk aan de negen die we kregen van culinair recensent Johannes van Dam. Ik wil hem nog steeds een kaartje sturen om hem te bedanken. Het is een groot compliment voor mij en het personeel.’-En voor Peter.’Zeker. Het ontwerp van dit restaurant is de kroon op zijn werk. Ahum. Hij gaat ook nooit meer iets doen.’

-En de RoXy ging al in vlammen op.

‘Daardoor kreeg hij wel postuum de aandacht die hij verdiende. Was de RoXY niet afgebrand, dan had nog maar een heel klein clubje mensen in Amsterdam geweten dat Peter zich drie slagen in de rondte heeft gewerkt voor die prachttent.’

-De Giele Trust, een eerbetoon?

‘We willen dat zijn naam blijft leven. Hij was een originele geest, die erg veel heeft gedaan en daaronder bevindt zich genoeg interessant werk waarmee we een boek kunnen samenstellen. Daarnaast gaan we een kunstenaarssociëteit opzetten boven het restaurant. Dat idee bestond al toen Peter nog leefde, en tijdens zijn begrafenis besloten we om dat alsnog uit te voeren, omdat we zo eenzaam werden bij de gedachte dat hij er niet meer was. Hij was de lijm tussen veel mensen.’

-Al bezig met de verbouwing op zolder?

‘Men moet geen disco verwachten, hoor. Het wordt een soort salon. Een broedplaats voor nieuwe idee en, met de bevlogenheid van Peter in gedachte.’

-Is het leven zonder hem nog leuk?

‘Ik heb na zijn dood heel veel leuke momenten gehad, met vrienden. Maar na tien jaar samenzijn vind ik het erg moeilijk om te wennen aan het alleen zijn. Tegelijkertijd vind ik het heel mooi dat ik op deze leeftijd heel bewust te maken kreeg met de dood. De dood hoort bij het leven. En het contrast van lijden en liefhebben zorgt voor een groter bewustzijn van de mooie dingen om je heen.’

-Veranderd?

‘Ik ben misschien minder bang geworden. Mijn grootste angst, mijn grote liefde te verliezen, ben ik kwijt.’

-Resteert een mooie erfenis.

‘Ik ben ontzettend blij met het paleis dat hij heeft achtergelaten. Het is zo onmiskenbaar hém, en het is pijnlijk maar vooral heel fijn dat alles wat ik aanraak, hij ook heeft aangeraakt. En als straks het plakkaat ‘Giele Trust’ bij de deur hangt, dan is hij nog meer in ons midden.’

De Volkskrant, 5 februari 2000, 00:00

http://www.volkskrant.nl/recensies/-peter-was-de-lijm-tussen-veel-mensen~a550426/

Een schitterend debacle | Reconstructie: Opkomst en ondergang van Club Inez

‘Op een gegeven moment voel je dat je alles gaat verliezen,’ zegt Inez de Jong. ‘Dat is een bijna ondraaglijke spanning. Maar als het dan gebeurt, dan adem je nog steeds.’ Tien jaar geleden opende ze met haar man Peter Giele een van de meest roemruchte restaurants die Nederland ooit gekend heeft: Inez International Private Society Club. Méér dan een restaurant moest het zijn: een broeinest voor creativiteit, een ontmoetingsplek voor vrije geesten.

Zeven weken na de opening overleed Giele plotseling, en in de jaren daarna moest De Jong toezien hoe hun gezamenlijke droom verpulverde, tot uiteindelijk in 2005 de hele inboedel door de Belastingdienst naar buiten werd getakeld. ‘Gelukkig,’ zegt De Jong (47), ‘blijven de mooie herinneringen langer hangen dan al het nare dat er is gebeurd.’

Kunstenaar Peter Giele kwam voort uit de kraakscene en was jarenlang de motor achter discotheek de RoXY, dé plaats in Nederland waar de housecultuur tot leven kwam. Zijn levensmotto luidde: Ab igne ignem capere, het ene vuur steekt het andere aan. Met wat goede wil zou je kunnen zeggen dat dat precies is wat er sinds de teloorgang van Club Inez gebeurd is. Want de harde kern van toen, de twintigers die er destijds in de keuken en de bediening werkten, zijn nu de uitbaters van de nieuwe hotspots van culinair Amsterdam.

Zoals voormalig chef-kok Jaymz Pool, die na ‘Inez’ jarenlang de scepter zwaaide in Elf, de trendy discotheek annex restaurant op de bovenste etage van het PTT-gebouw. Nu is hij mede-eigenaar van het soortgelijke Trouw. Met Frenk van Dinther, een andere voormalige kok, opent Pool in maart het restaurant Wilde Zwijnen, gespecialiseerd in wat ze ‘de nieuwe Nederlandse keuken’ noemen.

Niels Wouters was ober in Inez en is nu mede-eigenaar van het zeer succesvolle Hotel de Goudfazant, in een loods in Amsterdam-Noord. Matthias van der Nagel en zijn broer Lennard, toen souschef en ober, zijn nu de trotse eigenaren van het bejubelde Pekelhaaring, in de Amsterdamse Pijp. En Mattijs Koornneef, volgens een aantal van hen de beste kok van allemaal, levert de Italiaanse wijnen aan al zijn voormalige collega’s.

Spectaculaire tijd

De gang ziet elkaar nog regelmatig. Niels en Lennard zijn getrouwd met zusjes. Ze eten in elkaars restaurants, en zomers barbecuen ze samen. Vaak praten ze dan over de spectaculaire tijd die ze meemaakten in Club Inez. ‘Van mijn zes beste vrienden ken ik er vijf uit Inez,’ zegt Matthias van der Nagel. ‘En de zesde is mijn broer. Er zat een energie in die tent die ik later nooit meer heb meegemaakt. Iedereen beleefde er een piek. Het was een soort explosie.’

Frenk van Dinther kwam destijds vanuit een stijf restaurant in Den Bosch de keuken van Inez binnengerold. ‘Het leek alsof ik in de hemel was beland,’ zegt hij. ‘We waren met iets groots bezig. Ik heb ook nooit meer zo’n goede bazin als Inez gehad. Ze had veel kennis en een enorme passie voor eten, en ze geloofde in kwaliteit. Ook al was het misschien niet slim om iedereen de hele tijd mee te laten proeven van de duurste wijnen.’

Inez: ‘Wij vonden dat belangrijk. Werken in een restaurant was voor ons een vak en geen bijbaan voor studenten. Daarom was iedereen bij ons ook in vaste dienst, je moest écht onderdeel zijn van het bedrijf.’

Mattijs Koornneef herinnert zich vooral ‘een grote liefde voor mooie spullen’. ‘Bouillonblokjes waren bij Inez IPSC uit den boze. We maakten alles zelf: brood, pasta, bonbons, friandises. Er was veel creativiteit.’

Niels Wouters vond het er ‘een beetje avant-gardistisch’. ‘Het was deftig, sjiek én rock-‘n-roll. Het ging over eten, de hele dag maar over eten. Over gedroogde harderkuit, de joodse keuken, vergeten groenten en ga zo maar door. Op andere plaatsen waar ik gewerkt had, werd je duidelijk gemaakt dat er geld verdiend moest worden. Bij Inez leek dat niet van belang. Wie iets zei over zaken als efficiëntie en commercie, werd met ezelsoren in de hoek gezet.’

Maar met hoeveel warmte ze ook terugdenken aan Club Inez, zelf pakken ze hun zaken heel anders aan. ‘We waren top of the game,’ zegt Jaymz Pool. ‘Ik denk niet dat ik ooit zo mooi en intensief heb gekookt als toen. Ik heb er ontzettend veel geleerd. En zeker ook hoe het niet moet.’ Mattijs Koornneef beaamt dat. ‘Mensen die bij Inez IPSC werkten en nu voor zichzelf zijn begonnen, hebben hun lesje wel geleerd. Die houden het vanaf het begin strak.’

Charismatisch

Wellicht dat alles anders was gelopen als Peter Giele en Inez de Jong op die zomerse zondagochtend in 1998 niet besloten hadden een wandeling door de Amsterdamse binnenstad te maken. Het was de dag na Gieles vierenveertigste verjaardag. Inez had een kater, Giele bruiste als altijd van de energie. In zijn hoofd sluimerde het gevoel dat het tijd was voor iets nieuws. Iets groots. Iets waar hij zijn breekijzer in kon zetten. Want dat miste hij, sinds hij een jaar eerder was vertrokken bij discotheek de RoXY. Het echtpaar Giele/De Jong was jarenlang de belichaming geweest van de creatieve geest die er in de RoXY waaide. Het gebouw was zíjn toneel. Maar er was onmin ontstaan met de eigenaren, die een andere koers wilden varen. Inez stapte op, en een boze Giele gaf er vervolgens ook de brui aan.

Tijdens de wandeling viel hun blik op een groot spandoek op de hoek van de Amstel en het Muntplein: bedrijfsruimte te huur. Giele twijfelde geen moment en liep naar een telefooncel. Twee uur later stonden ze binnen in het voormalige restaurant Pride of Pakistan. ‘Het stond al heel lang leeg en er was al jaren niets aan onderhoud gedaan. De ramen waren dichtgespijkerd met Moorse nissen, de keuken was enorm vies. Er stonden stapelbedden en op zolder was provisorisch een soort gebedsruimte ingericht.’ Toch waren ze op slag verkocht. ‘Want het had zo’n geweldig uitzicht. Echt, de navel van de stad.’ Leuke bijkomstigheid: het pand lag op nog geen tweehonderd meter van de RoXY. Ze namen meteen een optie, maar dat stelde Giele niet gerust. Wat als er kapers op de kust waren? Een paar uur later besloot hij, zonder overleg met een bank, brouwerij of zijn echtgenote, om het pand te huren. Hij had ‘met níémand gesproken’, zei hij monter, in een achteraf zeer omineus interview uit 1999. ‘Als het fout gaat, zijn we helemaal failliet.’

Dezelfde avond begonnen ze wilde plannen te smeden. ‘We wilden onze droom verwezenlijken,’ zegt Inez. ‘Het moest een warme, feestelijke plek zijn, een verlengstuk van ons huis, een plaats waar Peter zijn gedichten kon voordragen, waar onze vrienden elkaar konden ontmoeten.’

Met de gedroomde chef-kok Jaymz Pool had Giele een dag eerder al een verbond gesloten. De zesentwintigjarige Nieuw-Zeelandse kok had in Amsterdam een zekere naam opgebouwd met zijn extravagante acts als ‘food dj’, en werkte op dat moment net als Inez in restaurant West Pacific. Die nacht waren ze samen flink doorgezakt. Om acht uur ’s ochtends zaten ze met Giele aan diens verjaardagsontbijt in hotel Krasnapolsky. ‘Peter was nuchter en net wakker,’ vertelt Jaymz. ‘We kenden elkaar een paar maanden en ik was erg van hem onder de indruk. Hij was zo charismatisch. In alles: zijn kleding, die handen vol ringen – een kunstenaar met een flinke vleug rock-‘n-roll. Ik denk dat we iets in elkaar herkenden.’

Tijdens het ontbijt kondigde Giele aan dat hij en Inez een restaurant wilden beginnen. Of Jaymz mee wilde doen. ‘Nou, toen ben ik helemaal niet meer naar bed gegaan, zo opgewonden was ik van het idee.’ Toen Giele later die dag in de West Pacific zat, bracht Jaymz een zelfgebakken taart aan zijn tafel, onherkenbaar verkleed in een rubberen nonnen pak. ‘Lyrisch was hij over die actie. Dus de vibe was daar.’

Vetput

Giele had weliswaar de RoXY opgezet en daarvóór allerlei andere initiatieven ontplooid, in een restaurant had hij nooit gewerkt. Verstand van eten had hij niet. Inez was jarenlang bedrijfs- en productieleider geweest bij de RoXY, maar ook zij had nog nooit een restaurant geleid. Om dat gebrek aan expertise te ondervangen, namen ze een ervaren bedrijfsleider in dienst: Simone van Thull. ‘We hadden ook geen cent,’ zegt Inez. ‘Maar wel een ronkend plan.’

Na enig duw- en trekwerk gingen brouwerij Heineken en de Rabobank overstag, en het echtpaar kreeg een lening van zeshonderdduizend gulden. Wel moesten ze hun eigen huis in onderpand geven. In de huidige crisis is zoiets ondenkbaar, maar het waren de gouden jaren negentig – de periode dat iedereen dacht dat de bomen tot in de hemel groeiden. Achteraf gezien bleken het de laatste stuiptrekkingen daarvan. ‘We namen een enorm risico,’ zegt Inez. ‘Als ik nu terugkijk, kan ik zeggen dat ik er altijd een vreemd onderbuikgevoel bij heb gehad.’

Nog voor ze het huurcontract daadwerkelijk hadden getekend, zette Giele zijn breekijzer al in de verlaagde plafonds en de schrootjesmuren van Pride of Pakistan. Kunstenaar Ad de Jong, oprichter van do-it-yourself galerie W139, hielp hem bij de sloop. ‘Peter kon twee dagen en nachten achter elkaar een muur afbikken. Hij moest die energie kwijt. Een paar keer zei hij: nu zijn we klaar. Maar dan had hij er de volgende dag toch weer een paar muren uit gesloopt, tot het pand zo kaal was dat er echt niks meer uit kon. En dan vond hij toch nóg wat.’

Er ging veel mis. Tijdens een onbesuisde sloopactie keken ze opeens recht in de juwelierszaak op de begane grond. De vetput, die de vorige eigenaren nooit hadden geleegd, bleek tjokvol spliterwten te zitten. Inez: ‘De man die de put kwam legen, zette zijn machine op blazen in plaats van zuigen. De hele hal zat onder de erwtenprut.’ Maar Giele was niet te stoppen.

Volgens Ad de Jong was de gretigheid waarmee Giele het pand te lijf ging verbonden met zijn drang zich te bewijzen ten opzichte van de RoXY. ‘Hij had de RoXY groot gemaakt. Met zijn blote handen staan graven en timmeren, het geld bij elkaar gebracht, en op het einde wilden ze niet eens zijn rol erkennen en hem een plekje geven. Dat was een enorme desillusie.’

Familiegevoel

The sky was the limit, en geld mocht geen rol spelen. Bij de verbouwing van de International Private Society Club werd het budget meteen ruimschoots overschreden. Het pand bleek in veel slechtere staat dan vooraf ingeschat. Werkelijk alles moest worden vervangen, van de keuken tot de leidingen. En Giele toonde zich, als altijd, een perfectionist. Alleen het beste hardhout was goed genoeg, kilo’s messing en koper kwamen er aan te pas, de banken werden bekleed met het zachtste leer, en natuurlijk kwam er een peperdure kroonluchter te hangen. Inez: ‘Maar hij wist ook altijd goed gebruik te maken van spotgoedkope dingen. Zo hingen er twee Turkse plastic lampen met de allure van een Venetiaanse kroonluchter.’

Apetrots was Giele op het centrale stofzuigersysteem dat hij had aangelegd, en waarmee hij later vol enthousiasme de asbakken van de gasten leeg zou zuigen. Hij trok alvast een extra waterleiding naar het nisje van waaruit je het allerbeste uitzicht had. Daar moest een douche komen. En hij kreeg constant nieuwe ingevingen waardoor alles tóch weer anders moest. Inez: ‘Ik kon Peter niet in de hand houden. We hadden weliswaar een volstrekt gelijkwaardige relatie, maar dit was kunst voor hem.’

Vijf maanden zou de verbouwing duren. Het werden er negen. Ondertussen stonden Jaymz Pool, de andere chef-kok Michiel van Berge en Simone van Thull al op de loonlijst. ‘Dat was niet echt handig,’ zegt Inez met gevoel voor understatement.

Geen gelukkig begin, al stond niemand daar lang bij stil. Want er ontstond wél iets bijzonders. De koks hielpen met schilderen. Samen met Van Thull deden ze cateringklusjes om alvast aan elkaar te wennen en toch nog wat geld binnen te halen. ‘Er ontstond een familiegevoel,’ zegt Van Thull. ‘We hebben het echt samen opgezet, samen besloten welke mensen we wilden aannemen, welke wijn, welke leveranciers, welk servies.’

Classy en sexy

Op Koninginnedag 1999 opende Club Inez haar deuren. Vanaf dag één werden alle hoge verwachtingen bewaarheid. Of zoals Inez zegt: ‘Peter had iets gebaard, en meteen ging het een eigen leven leiden.’ Volgens Ad de Jong, die inmiddels als schoonmaker was begonnen in het restaurant, kwamen ‘de vips uit alle hoeken en gaten gekropen’. Manu Chao speelde er liedjes voor de directie van Sony, modefotograaf Mario Testino sleepte een sliert modellen met zich mee, Fran ‘The Nanny’ Drescher liet er haar schrille lach weerklinken. En natuurlijk liet iedereen die iets betekende in de Amsterdamse incrowd zich graag zien aan het ‘Times Square van Amsterdam’. De RoXY boekte meteen voor een jaar lang de mooiste tafel.

Giele had gezocht naar oogverblindende serveersters die afkomstig waren uit alle windstreken. ‘Zelfs de afwasser was een stoot,’ lacht Matthias van der Nagel. ‘Classy en sexy, dat was de look van de tent,’ zegt Ties Schenk, een filmmaakster die destijds in de bediening werkte. ‘We droegen kekke wit leren schortjes, met van die studs erin. Daaronder een kort rokje, en natuurlijk hoge hakken. Dat was niet echt praktisch. Meestal deed ik ze halverwege de avond uit en ging op blote voeten verder. Dat was oké, als je dan maar wel gelakte teennagels had.’

Alle tafels kregen zwierige vrouwennamen. Tafel zeven heette Roxy. ‘Peter wilde het restaurant een erotisch tintje geven,’ zegt Simone van Thull. ‘Een beetje een clubgevoel. Het was de bedoeling dat wij hardop zouden roepen: Dolores is nog bezet, maar Mercedes is vrij. Maar goed, als je met grote borden loopt te rennen is dat natuurlijk veel te onhandig.’

Omdat ze optimale service wilden bieden, stonden er elke avond negen personeelsleden, waar zes voldoende was geweest. ‘Er zaten mensen bij die echt konden werken,’ zegt Ties Schenk, ‘maar ook paradijsvogels en kunstenaars die er niks van snapten.’ Lachend herinnert ze zich een kunstenares die ooit een relatie met Giele had gehad. ‘Als zij aan tafel champagne ontkurkte, spoot ze iedereen onder. Bracht ze een bord met kwartel, dan liet ze dat beest in een damestasje vallen.’ Ook achter de bar stonden wel eens mensen zonder ervaring. Schenk: ‘Als je koffie wilde, duurde dat zestien jaar. En toch vond iedereen het fantastisch.’

In de keuken, waar de muziek keihard uit de speakers knalde die Giele in de afzuigkap had verwerkt, vormden Jaymz en Michiel van Berge een uitgelaten duo. Ze deelden het chefschap en waren bezeten van koken. Michiel (die in 2006 na een ongeval overleed) had een klassieke opleiding gevolgd, en had volgens Inez ‘een geweldige smaak en een ongelooflijk fingerspitzengefühl’. Jaymz was vooral beïnvloed door de Aziatische keuken. Wat ze maakten, werd door Jaymz met veel bravoure de ‘International Modern Freestyle Kitchen’ gedoopt. ‘We wilden allebei steeds met een nog beter gerecht komen,’ zegt hij. ‘De een stelde wat voor, de ander ging het vormgeven en uittesten.’

Inez: ‘Het waren jonge honden die opeens chef-kok waren van een heel druk restaurant. We gaven ze alle ruimte om te experimenteren.’

Volgens Niels Wouters gingen ze soms wel héél ver in hun experimenteerdrift. ‘Vindaloo sausage met watermeloen salsa, pindasoep met kikkerbillen – dat ging nergens meer over. Maar goed, Michiel en Jaymz deden nou eenmaal geen concessies.’

Het was de tijd dat koken een rock-‘n-roll status kreeg, onder meer dankzij het scabreuze boek Kitchen Confidential van Anthony Bourdain, dat in Club Inez stukgelezen werd. Jaymz knipte steevast de mouwen van zijn koksbuis af. ‘We werkten twaalf tot veertien uur per dag. En daarna ging ik naar feestjes. Met heel veel drugs, en heel veel meisjes. Op een dag zat ik volkomen uitgeput uit het raam van de keuken te staren toen ik de Hell’s Angels voorbij zag rijden,’ zegt Jaymz. ‘Op een van die motors stond: Born to ride. Ik dacht: and I am born to cook. Dat heb ik later op mijn arm laten tatoeëren. Nog later werd het de titel van het kookprogramma dat ik presenteerde.’

Net als in veel andere horecagelegenheden ging het er in de keuken soms wild aan toe. Het jargon voor snuiven was ‘checking the onions’, omdat er boven de bak met uien een plankje hing waar je een lijntje kon neerleggen. Zelf gebruikte Inez geen drugs. ‘Ik dacht tot op de dag van vandaag dat “checking the onions” op de borsten van de welgevormde clientèle sloeg.’ Ook bedrijfsleider Simone, die net was bevallen, hield het bij een wijntje. Meestal werd er pas na het koken gebruikt. Maar niet altijd. ‘Er zijn avonden geweest dat collega’s met de borden naar mij toe kwamen omdat ze zelf niks meer konden proeven,’ zegt de toenmalige kok Adam Marshall. En toch, benadrukt hij, was het nooit de hoofdzaak. ‘Het draaide niet om de drugs, niet om de muziek, niet om hippe klanten. Het ging over het eten dat je op de borden legde. Iedereen was pissed als iets mislukte. Niemand zei: schijt, we zijn toch hip.’

Ad de Jong: ‘Het succes van de avond moest meteen gevierd worden. Als ik om negen uur ’s ochtends kwam schoonmaken, zaten de koks vaak nog te drinken.’ De komst van de schoonmaker herinnert Matthias zich als een domper op de nacht. ‘We kregen nooit genoeg van elkaar. Ik ben wel eens zesendertig uur non-stop in Inez gebleven. Dan waste ik me in de spoelbak en haalde snel een tandenborstel bij de Hema.’

‘We hadden een grote bek en veel bravoure,’ vat Ties Schenk de sfeer onder de jongere medewerkers samen. ‘Wij zijn het, dachten we. We hebben de wereld in onze zak, we zijn al bijna in New York.’

Vlammenwerpers

Maar al na zeven weken veranderde alles. Op 13 juni 1999 kreeg Peter Giele in de stad een ongeluk met zijn scooter. Drie dagen later overleed hij aan de gevolgen van een hersenbloeding.

Het restaurant werd een trefpunt voor vrienden en bekenden. De avond na zijn dood maakten de koks grote pannen andijvie, die door een portier van de RoXY werd gestampt. Op 21 juni, de langste dag van het jaar en de dag van zijn begrafenis, werd Peter vanaf zonsopgang opgebaard in het restaurant. Rondom de open kist werd gegeten en gedronken. Vrienden en personeel spijkerden nagels in het hout en schreven briefjes aan de overledene. Gieles begrafenis ging de geschiedenis in als een van de meest opmerkelijke ooit. Hij werd uit het restaurant getakeld en op een boot de Amstel afgevaren. Vlammenwerpers begeleidden de vloot. Op begraafplaats Zorgvlied droegen de koks en vrienden de loodzware kist.

Die avond, tijdens een groots afscheidsfeest in de RoXY, kwamen er vonken van het vuurwerk dat werd afgestoken in het afzuigsysteem terecht. Er ontstond een brand die razendsnel om zich heen greep. Inez, Jaymz en andere medewerkers van het restaurant moesten halsoverkop naar buiten vluchten. Ze troffen elkaar weer in het restaurant, waar ze toekeken hoe de RoXY tot de grond toe afbrandde. ‘We waren ontzet,’ zegt Adam Marshall. ‘Peter weg, de RoXY weg. Alles leek in elkaar te storten.’

Twee dagen na de begrafenis was Inez IPSC weer open, met de eigenaresse aan het roer.

De eerste maanden bracht Gieles dood het personeel nog dichter bij elkaar. ‘We waren meer dan ooit een familie,’ zegt Inez. ‘Er was een enorme bonding.’ Jaymz Pool beschouwde Giele als een ‘surrogaatvader’. ‘Voor hem deden we allemaal nog meer ons best. Ik miste hem, ben een paar keer huilend naar buiten gelopen.’

Vanwege haar noodlot stond Inez opeens in de belangstelling. De glossy Elle riep haar ongevraagd uit tot ‘runner-up weduwe van het jaar’. Volgens barman Antonio Loi kwamen er opeens gasten om heel andere redenen naar het restaurant. ‘Aan tafels hoorde je mensen fluisteren: “Dat is die vrouw wier man in de RoXY is verbrand.” Dat soort dingen. Het was ramptoerisme galore.’

Vol zat Club Inez nog altijd; van Parool recensent Johannes van Dam kreeg het een negen. ‘Ik geloofde er heel erg in,’ zegt Simone van Thull. ‘Michiel was een fantastische kok, een smaakkunstenaar; met Jaymz vormde hij een magisch duo. Natuurlijk maakte ik me zorgen dat Peter was weggevallen. Ook al had hij al gedaan waar hij zo goed in was – het restaurant verbouwen – hij was ook een waanzinnige gastheer. Voor Inez was het ontzettend zwaar. De eerste jaren als ondernemer zijn altijd pittig, en zij moest de kar trekken terwijl ze in diepe rouw gedompeld was. Maar iedereen had het gevoel: we gaan dubbel zo hard, juist als eerbetoon aan Peter. We waren er heilig van overtuigd dat we heel veel mensen blij gingen maken.’

Niels Wouters was onder de indruk van Inez’ flair als gastvrouw. ‘Ze liet zich nooit commanderen. Als er een groepje brallers kwam, maakte ze die meteen op een dodelijke manier duidelijk dat ze zich niet als varkens konden gedragen. Daar heb ik veel van geleerd.’

Maar achter de schermen waren er ook problemen. ‘Er werd enorm gezopen,’ zegt Antonio Loi. ‘En we hadden geen representatietoets op de kassa.’ Mattijs Koornneef: ‘De nazit was een soort café waar niemand ooit betaalde. Maar over die drank moet je wel belasting betalen. Dat is op den duur niet op te brengen.’ Inez had niet de kracht om dat tijdig aan banden te leggen. ‘Het waren mijn vrienden, en dan is het lastig kritiek geven,’ zegt ze. ‘Ik had vooral aandacht en liefde nodig, moest mijn verhaal kwijt. Het was een vervelende spagaat.’

Langzaam maar zeker werd duidelijk dat het restaurant op financieel drijfzand was gebouwd. ‘Iedereen dacht: daar wordt geld verdiend als water,’ zegt Inez. ‘Maar ik zag het opgaan aan de zich almaar opstapelende rekeningen. Aanvankelijk dachten Peter en ik: ach, dat loopt wel los. Dat de huur eigenlijk niet was op te brengen, dat de aflossing moordend was, dat we veel te veel personeel in vaste dienst hadden, dat de keuken te duur kookte en dat er veel te veel werd gedronken uit de eigen bar, dat werd pas echt duidelijk in de maanden na Peters dood.’

Mensen begonnen op Inez in te praten, zeiden dat ze de bedrijfsvoering moest veranderen, maar daartoe was ze in die periode niet te bewegen. Ze hield vast aan één shift per avond, omdat de gasten lang moesten kunnen blijven zitten. Hoewel de ingang van het restaurant, dat op één hoog lag, nauwelijks te vinden was, weigerde ze een uithangbord of een menukaart bij de deur te hangen. Adam Marshall: ‘Ze zei: als ik naar buiten kijk, zie ik allemaal mensen op straat lopen die ik niet binnen wil hebben. Dat snapte ik niet.’

Inez: ‘Ik wilde de gasten een soort incrowd gevoel geven, een goed bewaard gedeeld geheim – dat overigens in heel veel reisgidsen en bladen vermeld stond.’

Ze bleef ze een warme lunch en een souper voor late bioscoopgangers serveren – ook toen daar nauwelijks belangstelling voor bleek te zijn. ‘Ik was stronteigenwijs,’ zegt Inez. ‘We wilden helemaal in ons eentje de Nederlandse eetcultuur veranderen. Wat was er nou mooier dan uitgebreid lunchen met zo’n prachtig uitzicht? Van dat idee kon ik niet zomaar afstappen.’

Na Gieles dood moest Inez in haar eentje de financiële verantwoordelijkheid dragen. De Rabobank had hen niet gewezen op de mogelijkheid een overlijdensrisicoverzekering af te sluiten. De bank, die een jaar eerder nog zo royaal was geweest, raadde Inez nu aan het restaurant op te geven. Maar daar wilde ze niets van weten. ‘Het was Peters zwanenzang,’ zegt ze. ‘Zijn erfenis. Daar mocht niemand aankomen.’

Tijdloos restaurant

Acht maanden na de dood van Peter Giele kreeg Inez een relatie met Antonio Loi. De barman werd haar steun en toeverlaat, en in de praktijk gingen ze steeds meer samen het restaurant runnen. Ruim twee jaar draaide het goed. Chef-kok Michiel kookte de sterren van de hemel, ook nadat zijn maatje Jaymz was vertrokken omdat hij het televisieprogramma Born to Cook ging presenteren.

Maar de schuldenlast die in het begin was opgebouwd, bleek niet weg te werken, hoeveel gasten er ook kwamen. Inez: ‘Op een gegeven moment had ik toch weer het vertrouwen van de bank weten te winnen. De wurgende aflossingsverpichting werd opgeschort en we leken eindelijk wat meer financiële armslag te krijgen. Langzaam begonnen we met het inlopen van achterstallige betalingen. En toen liep de omzet terug. Mede als gevolg van het uiteenspatten van de internetbubbel in 2001. De jonge jongens in dure pakken lieten zich veel minder zien. Ook de invoering van de euro hielp niet mee. Eerst denk je dat het tijdelijk is, maar dat bleek niet zo te zijn. Het herstelde zich niet.’ Niels Wouters moest op een dag geld van zijn eigen rekening trekken om de vis leverancier te betalen. ‘En dat vond ik niet eens raar,’ zegt hij. Het lukte niet meer om de torenhoge personeelskosten op te hoesten. De koks spraken af hun baard te laten staan totdat ze betaald werden. ‘En dat kon soms maanden duren,’ lacht Mattijs Koornneef. ‘Dus die baarden werden heel lang.’ Volgens Antonio Loi leidde de salarisachterstand tot een ‘lichte anarchie’. ‘Collega’s pakten dure flessen van achter de bar en gingen daarmee pontificaal tegenover je zitten.’ Inez was daar nooit bij, zegt ze. ‘Ik zat meestal tot diep in de nacht op kantoor de administratie te doen.’

Na verloop van tijd was de nieuwigheid er een beetje af, bij Inez IPSC. Volgens Simone van Thull begon het hippe imago hen parten te spelen. ‘Terwijl we daar helemaal niet naar gestreefd hadden. We wilden een tijdloos restaurant zijn, met goed eten en een ongedwongen bediening. Toch kregen we dat stempel. En de tragiek van hipheid is dat iedereen naar de volgende tent trekt zodra ze een paar keer zijn geweest. Er waren nog steeds drukke avonden, maar ook maandagen met maar drie tafeltjes.’

Ook de keuken kende mindere dagen. ‘Als je on top wilt blijven, moet je altijd on top zijn,’ zegt Mattijs. ‘Maar de kwaliteit ging op en neer en de professionaliteit nam af. Soms kwamen er klanten de trap op en stond het personeel zuchtend op van hun stoel. Zo van: o jezus, een gast. En dat kun je echt niet maken.’

Inez en Antonio voerden noodzakelijke veranderingen door. Het personeelsbestand werd uitgedund, de lunch verdween, er kwam een muntensysteem voor de personeelsconsumpties. ‘Maar achteraf gezien was het al te laat,’ zegt Inez. Sleutelfiguren verlieten het restaurant. Simone van Thull vertrok naar De Balie. Niet lang daarna volgde Michiel van Berge haar.

Vanaf die tijd stond Antonio Loi zes dagen per week van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat paraat. Vaak als manusje van alles, want geld om onderhoudsmonteurs te betalen was er niet. Toen er op een middag een lucratief huwelijksfeest werd gehouden, stroomde midden in de eetzaal de waterleiding over, precies op het punt waar Giele zijn romantische douche had gepland. ‘Onder ons zat een juwelierswinkel,’ zegt Antonio zuchtend. ‘Als het lekt, heb je een groot probleem. En dus heb ik acht uur lang in mijn eentje met een groente bak van boven naar beneden gerend om zeshonderd liter water af te voeren. En na afloop ging ik met mijn blote hand de afvoer in om de vastgekoekte gorgonzola pap eruit te scheppen.’

Euforisch

Om extra inkomsten te genereren, begonnen Inez en Antonio avonden te organiseren op de zolder van het restaurant. Er werden films vertoond, en onder leiding van de Nachtburgemeester werden er wekelijkse ‘Nachtwacht’-avonden gehouden met mensen uit het politieke en culturele leven van de hoofdstad. Ook waren er feesten, waar de beroemde RoXY dj Joost van Bellen af en toe draaide. Antonio kijkt er met gemengde gevoelens op terug. ‘Die avonden hadden een magneetfunctie voor oude RoXY adepten,’ zegt hij. ‘Alles wat God verboden heeft, gebeurde er. Het was euforisch. Maar iemand moest een klootzak zijn en zorgen dat het niet ontspoorde.’ En dus schroefde Antonio de ramen dicht om te voorkomen dat dronken gasten eruit zouden klimmen, hij bonkte op toiletdeuren om coke snuivers te bewegen eruit te komen. Na afloop speurde hij op zijn knieën de houten vloer af om te kijken of er nergens brandende peuken waren achtergebleven.

Ergens in die nadagen kwam Matthias van der Nagel nog een keer terug in het restaurant waar hij zulke mooie jaren had beleefd, om zijn vrijgezellenavond te vieren. ‘Zaten we daar als enige tafel, met één kok in de keuken en Antonio achter de bar. Al het leven was eruit. Je voelde de wanhoop. Het viel me heel zwaar.’

Bij de laatste reddingspogingen kwam het noodlot opnieuw om de hoek kijken. Een accountant die was gespecialiseerd in het redden van in problemen verkerende bedrijven, was optimistisch. Hij begon een saneringsplan op te zetten, maar werd voor hij dat kon afronden getroffen door een hersenbloeding die hij ternauwernood overleefde. Zijn waarnemer pakte de zaken vervolgens niet heel handig aan en de Belastingdienst ging niet akkoord met het voorgelegde saneringsplan.

Nieuwe dingen

In mei 2005 parkeerde de Belastingdienst twee vrachtwagens voor het pand. Het geesteskind van Peter Giele werd ontmanteld, de inventaris werd met een hoogwerker naar buiten getakeld. Het leverde de schamele som van 1750 euro op. ‘Ik heb ze op de ochtend van de ontruiming nog proberen te vermurwen tot dichtspijkeren en daarná het faillissement aanvragen. Want de zaak was intact natuurlijk veel meer waard dan ontruimd en zo had een curator nog kunnen onderzoeken of er overnamekandidaten waren. Nu heeft uiteindelijk alleen de eigenaar van het pand geprofiteerd van al onze inspanningen. Maar blijkbaar is dat de normale gang van zaken in deze wereld.’

Antonio kon het niet aanzien en liep ‘schuimbekkend’ weg. ‘Ik heb me vol drugs gepompt en ben in bad gaan liggen.’ Niet lang daarna liet hij de naam Inez in zijn nek tatoeëren. Het was een ‘statement’ dat zowel op het restaurant sloeg als op zijn geliefde. ‘Club Inez was voor mij jarenlang een voorwaarde geweest om te leven,’ zegt hij.

In de nasleep moest Inez om haar schulden af te betalen het huis verkopen waarvan het interieur ook helemaal door Giele was ontworpen. Bevriende buren kochten het, en zij huurt het nu van hen.

In de maanden na het faillissement werd het voor het eerst stil om haar heen. ‘En dan is het opeens eenzaam, hoor,’ zegt ze. ‘In die tijd voelde ik pas hoe ontzettend moe ik was. Al die jaren ben ik dwars door de rouw om Peter heen gegaan. Ik moest wel, maar ik wilde het ook zo. Natuurlijk heb ik wel eens in mijn kussen liggen bijten, maar thuiszitten is niets voor mij.’

Hoe triest het ook was, er viel ook een last van haar af. ‘Ik heb al die tijd heel veel zorgen gehad die ik, behalve met Antonio, met niemand kon delen. Ik kreeg migraine, puur van de stress. Het was een hele opluchting toen dat verdween.’

Ze ging werken als freelancer, onder meer als gastvrouw in een restaurant. Daarnaast zette ze met een vriendin Wandering Banquets op, een combinatie van performance act en cateringbedrijf. ‘Daarmee kan ik het nét bolwerken,’ zegt ze. ‘Maar geld maakt me nog steeds niet veel uit. Als ik het maar naar mijn zin heb.’

Twee jaar geleden liep de relatie met Antonio Loi op de klippen. Daarmee verdween het laatste wat haar nog bond aan die periode uit haar leven. ‘Inez verdient alle lof,’ zegt Antonio, die nog altijd met haar bevriend is. ‘Zoveel ellende en dan toch zoveel levenskracht.’

Ties Schenk heeft haar voormalige bazin wel eens aan het werk gezien als ‘dwalend buffet’, in een wijd uitlopende zwarte baljurk, uit de plooien waarvan mensen hapjes kunnen pakken. ‘Toen dacht ik: die vrouw heeft veerkracht. Alles kwijt, en dan toch weer bovenkomen.’ Terugkijkend denkt ze dat de werdegang van Club Inez onvermijdelijk was. ‘Initiatieven als deze gaan nou eenmaal kapot, en daar komen dan weer nieuwe dingen uit voort. Dat hoort bij mensen als Peter en Inez.’

Vrij Nederland, 19 december 2009

https://www.vn.nl/een-schitterend-debacle/

Barlife 29

Published on Mar 6, 2011

Barlife 29 staat in het teken van het voorjaar. Daarom hebben we een aantal terrasdesigns voor je op een rij gezet ter inspiratie. Verder vertellen 3 piepjonge ondernemers over hun eigen bedrijf en neemt het branch report dit keer de singlemarkt in de horeca onder de loep. Natuurlijk hebben we weer de nieuwe geopende zaken naast elkaar gezet en kan je weer genieten van trends, innovaties, nieuws en nog meer Barlife! Op naar de zomer!

Barlife, 100% voor de horeca, Nr. 29, Jaargang 5, Mar 6, 2011

https://issuu.com/barlife/docs/barlife_29_lr

Leave a comment

Your email address will not be published.

*