Ariel Alvarez – Art, rock, bands: Popmuziek en kunst

Popmuzikanten met een kunstachtergrond: van veel bekende en minder bekende bands hebben leden op de kunstacademie gezeten. Zie het lijstje onderaan.

Denk alleen al aan de begintijd van de popmuziek (die wat mij betreft niet bij de rock ‘n roll begint, maar bij de ‘British Invasion’ van 1963 in de VS, omdat juist de kruisbestuiving tussen de rebelse rock‘n roll uit de VS en een vrijere en minder stijl gebonden interpretatie daarvan door Britse bands de weg baande voor grote vernieuwingen): The Beatles (John Lennon), The Rolling Stones (Keith Richards), The Who (Pete Townshend), The Kinks (Ray Davies). Natuurlijk is een kunstachtergrond geen garantie voor vernieuwing, en natuurlijk zijn er talloze bands en artiesten die zonder kunstachtergrond hun stempel op ontwikkelingen in de popmuziek gedrukt hebben. Maar die kunstachtergrond speelde in veel gevallen wel degelijk een rol in de totstandkoming van de sound van een band of artiest, en niet alleen de sound, maar ook het uiterlijk, de podium presentatie, de stijl.

Even over de term popmuziek: in het Engels wordt onderscheid gemaakt tussen rock music en pop music. Met ‘rock music’ wordt de popmuziek bedoeld waarin de roots van de pop (blues, country, rock ‘n roll) zoals de rhythm ‘n blues, de blues rock en de country rock, de boventoon voeren; ‘pop music’ staat voor de meer commerciële, mainstream popmuziek. Met popmuziek bedoel ik met name rock music.

De vorige twee stukjes op dit blog gaan over de Talking Heads. David Byrne, Chris Frantz en Tina Weymouth kennen elkaar van de kunstacademie; Jerry Harrison, afkomstig van Jonathan Richman’s Modern Lovers, versterkte de band een paar jaar na de oprichting. Harrison heeft architectuur gestudeerd. De Talking Heads hadden niet de intentie veel experiment in hun muziek te leggen – de songs beantwoorden aan een vertrouwde popsound met verwijzingen naar 60’s bubblegum, country- en caribische muziek – , wel om een soort popmuziek te maken zonder overbodige franje. Het debuut album 77 heeft dan ook een vrij kale productie met hoog en droog gitaarwerk, een geprononceerde, vaak melodieuze bas en strak en eenvoudig drumwerk, hoewel ook keyboards, percussie-instrumenten en zelfs een steel drum sporadisch ingezet worden. De kunstachtergrond van de Talking Heads zal ongetwijfeld wel invloed hebben gehad op de sound van hun muziek, maar is beter herkenbaar in hun artwork, video’s en podium presentatie. Bij andere bands met een kunstachtergrond kan de experimenteer drift juist de boventoon voeren.

Aan alle ontwikkelingsstadia van de popmuziek hebben kunstacademies belangrijke bijdragen geleverd. De vrijere bewegingen in de beeldende kunst – nieuwe stromingen die elkaar opvolgden, in Amerika vanaf de jaren vijftig met name abstract expressionisme en pop art – zorgden ook op de academies voor meer ongedwongenheid en experiment, en een grote belangstelling voor ontwikkelingen in de muziek: jazz, blues, rock ‘n roll. Happenings en andere ‘tegen culturele’ bewegingen voedden kunsttheorieën en de belangstelling van kunststudenten. Kunststudenten die actief met muziek bezig waren, wilden die ontwikkelingen en theorieën in hun muzikale verkenningen toepassen.

Zo konden bands met een rock ‘n roll of rhythm ‘n blues inslag de impact van happenings in hun live-acts gebruiken. Voorbeeld: The Who. Pete Townshend was onder de indruk van activistische tendensen in de kunst. De vernieling van het instrumentarium op het podium komt – in samenhang met maatschappelijke onvrede – voor een belangrijk deel daarvandaan.

Het gevoel van vrijheid en alles-is-mogelijk zorgde op academies voor een romantische, bohemien achtige wereld, die ook oversloeg op de muziek makende kunststudenten. Dit gevoel van vrijheid bood zowel in de kunst als in de muziek ruimte voor experiment en nieuwe ideeën, of het nu ging om extreme muzikale experimenten en publieksontregeling bij een groep als Throbbing Gristle, of om de creativiteit die ten grondslag ligt aan de opbouw van een song zoals bij de Beatles.

High art, low art

Kunstacademies hadden ook een belangrijke rol in het samenbrengen van high art en low art. De serieuze kunstvormen, modernistisch of klassiek, waren toegankelijk voor een relatief klein publiek. Muzikanten met een kunstachtergrond bezaten kennis van die ‘hogere’ kunstvormen, terwijl ze met hun muziek in veel gevallen een groot publiek wilden bereiken (afgezien van minder toegankelijke acts als Throbbing Gristle). High art bagage bij popmuzikanten, low art uitwerking in populaire (pop)cultuur, een samensmelting die wordt versterkt door commerciële belangen.

Ook voor de stijlontwikkeling waren de kunstopleidingen essentieel. Uiterlijk, presentatie, vormgeving, aankleding van liveshows – van de Beatles en de Stones tot David Bowie en Roxy Music, New York Dolls, Residents, Ramones, Sex Pistols, Specials, Virgin Prunes, Devo, tot de Hives en de White Stripes – eigenlijk zijn de meeste popartiesten bewust bezig met hun presentatie en stijl. En het is ook voornamelijk de stijl die de popmuziek met de commercie verbindt. Van vroege popbands als de Beatles en de Stones werd de stijl, het imago, voor een groot deel bepaald door de managers en platen bazen. De Beatles als de nogal brave popgroep (een imago waar Lennon niet blij mee was) en de Stones als de rebelse band, terwijl in werkelijkheid beide bands even braaf of rebels waren. Ook de Sex Pistols met hun kapotte T-shirts, bij elkaar gehouden met veiligheidsspelden, waren gestyled door manager Malcolm McLaren en ontwerpster Vivienne Westwood. Een door de bands zelf ontwikkelde stijl werd vaak snel door de commercie opgepakt zodat het publiek en met name de fans die bepaalde iconische stijl konden overnemen – denk aan de flower power hippies (Woodstock), Bowie, Roxy Music, punk, new wave, new pop (Duran Duran), gothic, en in Nederland rond 1980: Ultra. Later: grunge. Weer later: ringbaardjes en geiten sikjes, en quasi-nonchalante kapsels. Nu: baarden. En af en toe zelfs een gestileerde snor. Maar zeker ook de kleding, of die nu strak-in-het-pak is of bewust informeel.

Roxy Music – Remake / Remodel Live 1972

Geüpload op 23 apr. 2010

Music video by Roxy Music performing Re-Make/Re-Model (Live At The Royal College Of Art).

Reacties:
https://www.youtube.com/watch?v=kWhzG9cQGgc

Nieuwe stijlontwikkelingen worden dus gretig door de commercie opgepikt, zelfs de subversieve trekken van punk bands. Via popmuzikanten, publiek, en in de reclame dan weer via fotomodellen, waardoor ook film- en voetbalsterren en uiteindelijk een groot publiek de mode overnemen. Vervolgens staat weer een tegencultuur op, waarbij dezelfde mechanismen in werking treden. Het (pop)publiek wordt aan de ene kant door de commercie gemanipuleerd tot bepaalde stijlkeuzes, aan de andere kant is de beleving van de popliefhebber dat hij zelfbewuste, individuele keuzes maakt, wat voor een deel ook wel weer zo is.

Art rock

Als je popmuziek en kunst met elkaar in verband brengt, dan schiet al gauw de term art rock te binnen. Maar dat is een verwarrend begrip. In principe valt daar alle experimentele popmuziek onder, muziek die de standaard structuren van de popsong ter discussie stelt, het standaard instrumentarium van een band e.d. Maar in de praktijk wordt de term art rock vooral toegepast op popgroepen die hun invloeden halen uit niet pop genres als avant garde muziek, klassieke muziek, jazz. Deze bands willen de grenzen van de popmuziek verleggen door een meer experimentele en conceptuele kijk op (pop)muziek, terwijl de thematiek niet meer de liefdesperikelen en andere jeugd besognes behelst, maar op filosofie, fantasie en politiek gericht is. De albums bestaan dan gewoonlijk niet meer uit een reeks korte liedjes, maar uit serieuze composities die vaak leiden tot conceptalbums. Denk aan bands als Pink Floyd, King Crimson, Emerson, Lake & Palmer (ELP), Yes, Genesis. En wanneer de rock ‘symfonisch’ wordt, met orkestrale klanken uit synthesisers, wordt de term prog(ressive) rock gehanteerd. Meestal is bij deze bands eerder sprake van een muzikale dan van een kunstachtergrond. Maar dit terzijde.

Art punk

Dan is er ook nog een stroming bedacht voor de meer experimentele post punk bands: art punk of avant punk (van avant garde). Hiertoe behoren zowel de proto punk acts als Patti Smith, Television en de New York Dolls, als latere experimentele bands die hun muziek laten beïnvloeden door verschillende muziekstijlen, zowel uit de avantgarde als uit etnische culturen, zoals de Nederlandse Ex, die hun experimentele, jazzy punk klanken laten samengaan met Ethiopische muziek. Of de Kift, die punk verbindt met fanfare en balkanmuziek. Onder art punk of avant punk worden onder meer deze bands gerekend: Crass, Devo, The Fall, Gang of Four, Pere Ubu, Wire, de New Yorkse No Wavebands als Teenage Jesus & The Jerks (met Lydia Lunch) en James Chance & The Contortions, en ik zou ook zeggen: Sonic Youth.

Devo – I Can’t Get No Satisfaction

Gepubliceerd op 18 sep. 2015

Devo (/ˈdiːvoʊ/, originally /diːˈvoʊ/)[4] is an American rock band formed in 1972, consisting of members from Kent and Akron, Ohio. The classic line-up of the band included two sets of brothers, the Mothersbaughs (Mark and Bob) and the Casales (Gerald and Bob), along with Alan Myers. The band had a No. 14 Billboard chart hit in 1980 with the single “Whip It”, and has maintained a cult following throughout its existence.

Devo’s style, over time, has shifted between punk, art rock, post-punk and new wave.

Reacties:
https://www.youtube.com/watch?v=4GbNiDk-WvY

Hieronder een lijst van bands met popmuzikanten met een kunstachtergrond. Dit is wat ik tot nu toe gevonden heb, dus aanvullingen welkom!

The Beatles (John Lennon)
The Rolling Stones (Keith Richards, Charlie Watts, Ron Wood)
The Who (Pete Townshend)
The Kinks (Ray Davies)
The Animals (Eric Burdon)
The Yardbirds (Eric Clapton, Jeff Beck, Jimmy Page, Chris Dreja)
Led Zeppelin (Jimmy Page)
Deep Purple (Roger Glover)
Bonzo Dog Doo-Dah Band (Vivian Stanshall, Rodney Slater, Roger Ruskin-Spear, Neil Innes)
Commander Cody
Pink Floyd (Syd Barrett)
The Pretty Things (Dick Taylor, Phil May)
The Move en ELO (Roy Wood)
David Bowie (technische hogeschool: kunst, muziek, design)
Captain Beefheart
Fairport Convention (Sandy Denny)
John Mayall
Alexis Korner
Cat Stevens
Queen (Freddy Mercury)
10cc (Lol Creme, Kevin Godley)
Red Crayola (Mayo Thompson e.a.)
Patti Smith
Blondie (Chris Stein)
Kraftwerk (Ralf Hütter, Florian Schneider)
Roxy Music (Bryan Ferry, Brian Eno, Andy MacKay, Graham Simpson)
Sex Pistols (Glen Matlock, en oprichter/manager Malcolm McLaren)
The Clash (Joe Strummer, Mick Jones, Paul Simonon)
X-Ray Spex (Lora Logic)
Wire (Colin Newman, Bruce Gilbert, Graham Lewis, Robert Gotobed)
Clock DVA (Adi Newton)
Virgin Prunes (Gavin Friday; Gucci: geen kunstacademie, wel kunstenaar)
Gang of Four (Jon King, Andy Gill, Dave Allen, Hugo Burnham)
The Mekons (Jon Langford, Kevin Lycett, Mark White, Andy Corrigan, Tom Greenhalgh)
Talking Heads (David Byrne, Chris Frantz, Tina Weymouth; Jerry Harrison: architectuur)
Devo (Gerald V. Casale, Mark Mothersbaugh)
Tuxedomoon (Steve Brown, Blaine Reininger, Winston Tong)
Suicide (Alan Vega)
Z’ev
Cabaret Voltaire (Richard H. Kirk)
Throbbing Gristle (Genesis P-Orridge, Peter Christopherson)
The Specials (Jerry Dammers, Horace Panter)
Madness (Mike Barson)
Ian Dury
Adam & The Ants (Adam Ant, Marco Pirroni)
Psychedelic Furs (Richard Butler)
Bauhaus (Kevin Haskins)
Soft Cell (Marc Almond, David Ball)
Frankie Goes To Hollywood (Paul Rutherford)
The Slits (Viv Albertine)
Yello (Dieter Meier)
D.A.F. (Gabi Delgado, Robert Görl)
Lene Lovich
Sonic Youth (Lee Ranaldo, Kim Gordon)
Nick Cave
Swans (Michael Gira)
Laurie Anderson
Marilyn Manson
Scritti Politti (Green Gartside)
The Three Johns (John Hyatt, Jon Langford)
Fad Gadget
Ultravox (John Foxx, Dennis Leigh, Chris Cross)
Duran Duran (Nick Rhodes, Stephen Duffy, John Taylor)
dEUS (Rudy Trouvé, Stef Kamil Carlens; Tom Barman: filmacademie)
Dead Man Ray (Rudy Trouvé, Daan Stuyven)
Zita Swoon (Stef Kamil Carlens)
DM Stith
Ariel Pink
Ane Brun
Django Django (David Maclean, Vincent Neff, Jimmy Dixon, Tommy Grace)
Alt-J (Gwil Sainsbury, Gus Unger-Hamilton, Thom Green)
Herman Brood
White Honey (Hanneke Kappen)
T-Beng (v/h Trio Bert en Gerard: Gerard Druiven)
The Meteors (Hugo Postma/Sinzheimer)
Nits (Henk Hofstede)
Claw Boys Claw (Peter te Bos)
Krang (Adri Karsenberg)
De Rondo’s (Wim ter Weele en allemaal)
De Kift (Wim ter Weele)
Beukorkest (Stuurbaard Bakkebaard met kunstenaar-zanger Rik van Iersel en gastmuzikanten)

Ultra-bands, o.a.:

Minny Pops (Rob van Middendorp, Peter Mertens)
Young Lions (Rob Scholte, Harold Schellinx, Peter Mertens)
Soviet Sex (Maarten Ploeg, Peter Klashorst)
Gulf Pressure Ais (Ad de Jong)
Suspect en Schlaflose Nächte (Peter Essens/Prima, Rob Scholte)
Mekanik Kommando (Peter van Vliet, Laszlo Panyigay)
The Divorce (Bart Zwier, Mark Glynne, Tim Benjamin)
Minioon (Joke Brouwer, Kars Persoon, Jan Dierman/van Diermen)
Extra Smeikals (Kie Ellens)
The Gap (Peter Zegveld)
Mecano (Dirk Polak)

Gebruikt leesvoer o.a.:

Simon Frith, Howard Horne, Art into Pop, New York (Methuen & Co) 1987
Simon Reynolds, Rip It Up And Start Again. Postpunk 1978-1984, Londen (Faber & Faber) 2005
Harold Schellinx, Ultra. Opkomst en ondergang van de Ultramodernen, een unieke Nederlandse muziekstroming (1978-1983) Amsterdam (Lebowski) 2012

Dadarockt, 3 maart 2013

https://dadarockt.wordpress.com/2013/03/03/art-rock-bands/

2 Comments

  1. Het kunstduo STARTEL speelt als band ook onder de naam STARTEL

  2. STARTEL bestaat uit Jan Starken en Mark Schotel

Leave a comment

Your email address will not be published.

*