Ariejan Korteweg – Net echt: intro

Net echt. Omdat echt net buiten bereik ligt. Te ver, te duur, te onpraktisch. Te gevaarlijk, te onhandig, breekbaar, onhandelbaar, onherhaalbaar….

Puur goud, een spontane lach, zuivere zijde, oma’s recept voor oliebollen (met een scheutje bier in het beslag), het autoscript van De Avonden in het Letterkundig Museum, het BMW-wrak van Rob Scholte dat kunst werd. In vele gedaanten is beschikbaarheid het sleutelbegrip. Dat maakt echtheid kostbaar, uniek, onvervangbaar, eenmalig.
Althans, zo zit dat bij ons. Japanners denken daar heel anders over. Die zien er geen kwaad in een mooi oud tempeltje te vervangen door een gloednieuw exemplaar, dat afgezien van de leeftijd identiek is aan z’n voorganger. Voor Japanners is dat nieuwe tempeltje even echt als het oude. Hun Huis Ten Bosch in Nagasaki is even echt als het onze in Den Haag. Ze spreken daarbij van kata; alles – bouwen, koken, leven en liefhebben – moet geschieden volgens vaste patronen. De oppervlakte is de inhoud. Daaronder en daarachter gaat niets schuil, wie verder zoekt verdoet zijn tijd. Alles is vorm. In de herhaling van vaste patronen schuilt het wezen. ‘Nieuw’ – in de zin van anders – is niets om blij mee te zijn.
Die opvatting schept ongekende mogelijkheden voor archeologen, maar ook voor kunstenaars, en dan met name voor degenen die vakmanschap en deskundigheid hoger in het vaandel hebben staan dan oorspronkelijkheid. Al zijn het merkwaardig genoeg weer vaak juist Japanners die de hoogste bedragen neertellen voor een authentieke, eenmalige Van Gogh of Cézanne.
Echt is ondubbelzinnig, oprecht, openhartig, onomwonden. Onechtheid is een kwestie van beschaving, zegt men. Tegelijk is het een overlevingsstrategie. Naarmate wij ons meer beschaven, groeien de façades. ‘Hoe maakt u het’, ‘Na u, dat spreekt vanzelf.’ ‘Die hoed flatteert je markante profiel op geraffineerde wijze.’ ‘Je hebt een prachtige baby; hij heeft jouw ogen, maar zijn neus.’
Afspraken en voorschriften zijn er om te zorgen dat de echtheid van de een niet botst met die van de ander. Dat vergt wat inschikkelijkheid, bij voorkeur van beide kanten. Maar is niet sedert de zondeval alle oprechtheid een vijgenblad voor veinzers?
Net echt heeft zo z’n eigen charme, die niet per se minder aantrekkingskracht uitoefent. Safaripark de Beekse Bergen krijgt veel bekijks, net als Madame Tussaud en Marken. Te fel gekleurd, te duidelijk, te hard aangezet, onschuldig en risicoloos misschien. Een broertje dood aan het onverwachte, maar daardoor wel zo helder en veilig. Vergissen is uitgesloten.
Niet alles en iedereen heeft z’n certificaat van echtheid op het voorhoofd geplakt. Nep maar niet van echt te onderscheiden is in opmars. Docudrama’s en advertorials stichten verwarring bij ontlezers en zware kijkers. Een aangename verwarring, omdat daarbij met zachte hand aan de grondslagen van conventies wordt geschud.
Tientallen hoofden verdringen zich rond een miniatuurtje van Jan van Goyen, echt klein schilderijtje in een grote vergulde lijst. Wat onhandig is dat nu, had hier niet wat publieksvriendelijker geschilderd kunnen worden, zodat we niet zo hoeven te duwen? Bij Net Echt zou zoiets ondenkbaar zijn. Daar neemt alles als vanzelf de optimale, meest aangename gedaante aan. Net Echt, onherstelbaar verbeterd – het is een staat van genade.
Waar je ook kijkt, plastic is alomtegenwoordig. Plastic is een materiaal van niets, heeft van zichzelf karakter noch gedaante. Het is de jurk van de metamorfose, die zich kan voordoen als tegel, als bloem blad, als tropisch hardhout, als glas, als baksteen met ontluchtingsgaten – als stuurwiel terwijl je langs de vangrail raast. Plastic is absoluut niet aaibaar. Maar het behoeft geen onderhoud en gaat niet dood, want dat is het al. Het is gemakkelijk te plooien en te reinigen, weegt niet veel, krast en breekt niet.
Dat komt goed uit, want krassen en breuken moeten vermeden worden. Tot elke prijs. Zo consequent worden ze uitgebannen dat willen we onze zintuigen nog van prikkels voorzien, dan moeten we op excursie. Naar de binnenlanden van Borneo gaan we, we gaan lekker hallucineren onder deskundige leiding, of in heavy therapie, ook als we er niet per se aan toe zijn. Op zoek naar de kerven en groeven die we met zoveel moeite de baas waren geworden.
Allemaal typisch net echt. Het draait om de kunst van het refereren, om de verleidelijkheid die schuilt in wat zich voordoet als iets anders. In travestieten, in spionnen, in maskerades, in Japanse sportauto’s, in telefoons met de vormen van Marilyn Monroe, in lokeenden (als je tenminste zelf een eend bent), in een pop met kambaar haar die kan praten en plassen.
De verleiding schuilt in het vakmanschap. Alles klopt, alles is gladgestreken, niemand komt nog iets tekort. Net echt is werkelijk heel knap nagemaakt.
Kijk eens naar die bloedrode lucht, daar waar de zon ondergaat! Het is net echt en niet te geloven.

De Volkskrant, 27 december 1996, 00:00

http://www.volkskrant.nl/archief/net-echt-intro~a498208/

Leave a comment

Your email address will not be published.

*